Zingen over een vervuilde aarde
- Wandelen met God
Als we in de kerk het opwekkingslied ‘Vader, vol van vrees en schaamte’ zingen, heb ik steevast een brok in mijn keel. De melodie en tekst raken me elke keer weer. Dat zit hem vooral in die ene zin: ‘Heel uw werk, door ons vertreden, klaagt ons mensheid aan bij U.’ Die zin laat ons voelen hoezeer onze relatie met de schepping verstoord is.
Als de belabberde toestand van de aarde een plekje krijgt in ons zingen en bidden vormt dat ook onszelf. (beeld Steve Buissinne/Pixabay)
Als we dat lied zingen, trekken allerlei beelden aan me voorbij: brandende oliebronnen tijdens de oorlog tegen het bewind van Saddam Hoessein; Facebookfoto’s van Libanese jagers die vol trots honderden lukraak doodgeschoten vogels in een vierkant hebben gerangschikt; opengebarsten grond die niets vruchtbaars meer oplevert door overexploitatie; mensen die moeten zwoegen om dagelijks wat water te halen.
Maar ook beelden dichter bij huis: het bosgebied waar ik in de avondschemering houtsnippen telde, maar waarvan grote delen gekapt zijn en waar nu 24 uur per dag het autoverkeer doorheen dendert. Of het prachtige coulissenlandschap dat stap voor stap werd opgeofferd en veranderde in efficiënte eentonigheid. Of de collectie opgezette dieren van het museum Naturalis; tijdens een rondleiding hoorde ik dat van de zoogdieren uit onze oude koloniën de meeste soorten alleen nog in deze collectie voorkomen: ze zijn uitgestorven. ‘Heel uw werk, door ons vertreden, klaagt ons mensheid aan bij U.’
Zuchten
We hebben gelukkig veel liederen die zingen over Gods grootheid en majesteit in de schepping. Ik zing ze van harte mee. Maar het doet me goed om ook de realiteit van het ‘zuchten van de schepping’ zingend bij God te brengen.
Veel kom je ze overigens niet tegen, dergelijke liederen. In een recent nummer van Woord en Dienst schrijft kerkmusicus Koos van Noppen: ‘Als het gaat om schepping, milieu, natuur staan de meeste liedteksten ver af van de rauwe werkelijkheid. We zingen liever “De aarde is vervuld” dan “De aarde is vervuild”.’ We zijn op dit vlak ‘wereldvreemd’, vindt Van Noppen. ‘Is de teloorgang van Gods goede schepping niet al decennia één van de rode draden in de dagelijkse nieuwsstroom? Raakt die crisis niet het hart van ons geloof en verdient ze niet alleen al daarom een prominente plek in onze liturgie?’
Golf
In de jaren tachtig van de vorige eeuw stonden de grote kerken in Nederland bol van de actie. Het draaide om vrede, gerechtigheid, en heelheid van de schepping: het zogenaamde conciliair proces. Het was een grote golf van betrokkenheid vanuit het evangelie: omzien naar de naaste en zorg voor de schepping. Een paar jaar later was het echter weer voorbij. Sommigen noemen het terugblikkend ‘een gestolde opwekking’.
Waarom was hij zo snel weer over, die golf van enthousiasme? Misschien wel omdat er veel geargumenteerd en gedaan werd, maar te weinig gezongen. Wie zingend meelijdt met de schepping, ervaart hoe diep onze relatie met de schepping verstoord is. En legt dat bij God. Onze gevoelens, onze schuld, ons uitzien naar redding, én onze hoop. We weten dat Hij zal herstellen en de aarde zal redden.
Als de belabberde toestand van de aarde een plekje krijgt in ons zingen en bidden vormt dat ook onszelf. We krijgen oog voor de kosmische omvang van Gods reddingswerk. We gaan uitzien naar verlossing, niet alleen voor onszelf, maar voor heel de schepping. En dan gaan we ook verlangen naar een ander leven hier en nu: zorgzamer, met oog voor al die medeschepselen die in deze tijd zo ontzettend kwetsbaar zijn.
‘Hoe lang nog, Heer’ van de Schrijvers voor Gerechtigheid is een goed voorbeeld van zo’n klaaglied.
Hoe lang nog, Heer, zullen wij de bossen kappen?
Hoe lang nog, Heer, vult ons vuil de oceaan?
Hoe lang laat U ons doorgaan, Heer?
Weeklagen doen we in onze cultuur niet zo graag. Dit is dus wel even wennen. Laten we het toch maar eens proberen.
Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.



