Filippus
- Column
Mijn buurman merkt de rol pepermuntjes niet eens op, zo druk in de weer is hij met zijn slimme telefoon. Zit hij te appen? Stuurt hij een pakkende quote uit de preek die nog maar drie minuten bezig is via Twitter de wereld in? Ik trek mijn pepermuntaanbod verstoord in en besluit overrechtvaardig om wél naar het goed voorbereide verhaal van de predikant te luisteren.
Mijn blik wordt echter telkens naar het oplichtende schermpje getrokken. De lettertjes zijn te klein. Na een kwartier ben ik de draad van de theologische verhandeling kwijt. Te veel afgeleid vul ik allerlei ontbrekende informatie over de man in de dikke wollen trui zelf in. Hij zong maar moeizaam mee uit het liedboek dat ik hem gaf. ‘Dank’, zei hij kortaf. Zijn trui riekt een beetje. Springerig haar wordt hoog op zijn hoofd met een elastiekje in een knotje bij elkaar gehouden.
Opeens verdwijnt de glimlach van mijn zelfvoldane wangen en ze kleuren schaamrood
Ik ga de weekbrief met het gemeentenieuws maar lezen. In het verslag van de kerkenraad lees ik dat er bijbels in andere talen aangeschaft worden voor het toenemende aantal buitenlanders dat de weg naar onze stadsgemeente vindt. Gemeenteleden zullen gevraagd worden om stand-by te staan als vertalers. Ik ga me aanmelden. Ik glim bij de gedachte dat ik zal kunnen helpen. ‘Begrijpt u wat u leest?’, zal ik ze vragen, alsof ik Filippus zelf ben.
Opeens verdwijnt de glimlach van mijn zelfvoldane wangen en ze kleuren schaamrood. Nog één keer tuur ik uit alle macht naar het scherm van de telefoon van mijn buurman. Het is de tekst van de Schriftlezing in het Duits. Hij verstaat geen woord van de preek en gebruikt deze tijd om in zijn hart over de tekst te mediteren. Na de dienst bedankt hij me voor de warme gastvrijheid zoals hij die voelt in onze gemeente. ‘Nichts zu danken’, mompel ik naar waarheid.
Eline de Boo is schrijfster met een missionaire roeping.


