God kennen met heel ons hart

OnderWeg | 31 oktober 2015
  • Opinie
  • Thema-artikelen

‘Gods Woord wordt niet aanvaard wanneer het hoog in de hersens rondwaart, maar wanneer het diep in ons hart geworteld is’, schrijft Calvijn in zijn Institutie. Tim Keller beaamt dat: ‘We moeten geen genoegen nemen met een hoofd vol kennis zonder dat ons hart erbij betrokken is.’ Binnenkort verschijnt van Keller Bidden. Vertrouwelijke omgang met de ontzagwekkende God, waarin hij onder andere ingaat op de verhouding tussen weten met het hoofd en kennen met het hart. Hieronder een voorpublicatie.

Keller pleit voor een drievoudig patroon van achtereenvolgens Bijbellezing, meditatie en gebed. Meditatie is de tussenstap tussen Bijbellezen en bidden, waardoor we ons trainen in ‘een karaktervormende ervaring van Gods aanwezigheid en werkelijkheid’. Het gebed wordt daardoor ‘een gesprek dat leidt tot ontmoeting met God’. De Grote Westminster Catechismus stelt in antwoord 182 dat de heilige Geest niet ‘in alle mensen, noch altijd of in dezelfde mate’ de genadegaven ‘werkt en verlevendigt in ons hart’. Toch is die werking en die verlevendiging wel ons doel. In hoofdstuk 11 vervolgt Keller:

Dat we zegeningen hebben in Christus die we niet ervaren, wordt door Paulus onder woorden gebracht in het geweldige gebed van Efeziërs 3.

‘Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader … Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.’ (Efeziërs 3:14, 16-19)

Paulus bidt voor zijn lezers dat door hun geloof ‘Christus kan gaan wonen in uw hart’ (vers 17) en dat ze ‘de liefde van Christus’ gaan kennen (vers 18-19). Ten slotte bidt hij dat ze ‘volstromen met Gods volkomenheid’ (vers 19). Dat zijn de belangrijkste drie beden van Paulus.

Deze lezers in Efeze waren echter allemaal gelovige christenen, en Paulus leert ergens anders dat je als de Geest en Christus niet in je leven wonen helemaal geen christen bent. In Efeziërs 2 gaat Paulus uitgebreid in op het feit dat al zijn lezers één zijn met Christus en één zijn met anderen in wie Christus woont. In Efeziërs 1 leert hij dat ze door één te zijn met Christus de volheid van God al in zich hebben (Efeziërs 1:22-23). Dat brengt ons tot de vraag: woont Christus dan niet al in christenen? Kennen ze dan niet al zijn geweldige opofferende liefde? Hoe kan iemand anders een christen zijn? Waarom vraagt hij God om aan christenen die dingen te geven die ze beslist al hebben?

Er is maar één antwoord mogelijk. Tot op zekere hoogte hebben christenen deze dingen. Maar op een bepaald niveau ervaren ze ze nog niet. Het is één ding om weet te hebben van de liefde van Christus en te zeggen: ‘Ik weet dat Hij dat allemaal gedaan heeft.’ Maar het is heel iets anders om door en door te begrijpen hoe breed en lang en hoog en diep de liefde van Christus is. Waar Paulus het hier over heeft is het verschil tussen iets in principe voor waar aannemen en iets ten volle je eigen maken, het gebruiken, en eruit leven – in je ‘innerlijke wezen’ (Efeziërs 3:16) of ‘in je hart’ (vers 17).

Het kan dat christenen in hoge mate op een onechte, lege en gekunstelde manier leven. De reden daarvoor is dat ze de waarheid niet in hun hart hebben laten landen en dat wie ze zijn en hoe ze leven daar niet werkelijk door veranderd is. (…)

Het is heel iets anders om door en door te begrijpen hoe breed en lang en hoog en diep de liefde van Christus is

In Efeziërs 3 bidt Paulus of door de kracht van de Geest ons hart en gevoel ingeschakeld mogen worden en gevormd mogen worden door de geloofswaarheden die we met ons verstand al kennen. Zo’n besef op hartsniveau kan zich in allerlei gradaties voordoen, van heel mild tot een aangename warmte tot een explosieve openbaring. Het hoeft geen ervaring te zijn die we opschrijven en waar we de rest van ons leven aan terugdenken, ook al zijn geschenken in die vorm welkom.

Wat al deze ervaringen gemeenschappelijk hebben, is dat je een besef hebt van de kracht van wat je gegeven is in Christus zodat je houding, je gevoelens en je gedrag veranderd worden. Stel je voor dat je bericht krijgt dat iemand je een som geld nagelaten heeft, maar om allerlei redenen ga je ervan uit dat het om een heel bescheiden bedrag gaat. Je bent druk en komt er een tijdlang niet aan toe om het uit te gaan zoeken. Uiteindelijk doe je dat een keer en je bent helemaal van je stuk gebracht als je ontdekt dat het om een fortuin gaat, en dat je er tot nu toe niets mee gedaan hebt. Je was feitelijk rijk maar leefde alsof je arm was. Dat is wat Paulus wil dat zijn christelijke vrienden niet overkomt, en daar kunnen ze alleen door een ontmoeting met God in gebed voor zorgen. (…)

‘De waarheid begint te stralen’

Wat betekent het als we het hebben over spirituele ervaring in het innerlijke wezen? Wat is het ‘innerlijke wezen’? Het is hetzelfde als het hart, het centrum van zowel ons persoonlijke bewustzijn als van onze meest fundamentele geloofsovertuigingen. Dit is de plek waar de waarheden die we met ons verstand weten over Jezus soms niet doordringen. We stemmen verstandelijk dan wel in met het concept van Jezus’ liefde voor ons, en toch spant ons hart zich er vooral voor in om op zoek te gaan naar liefde in de vorm van goedkeuring van mensen. In die situatie is het innerlijke wezen niet aangeraakt door waar het verstand van overtuigd is. De Geest moet het hart erop voorbereiden dat het getransformeerd en gevormd wordt door de waarheid. Hoe vindt dat plaats?

De Geest creëert een innerlijke spirituele gevoeligheid voor de waarheid van het evangelie. Paulus zegt: ‘Moge hij [God] vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest … Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus.’ Het woord begrijpen is belangrijk – het is meer dan alleen maar ‘geloven’. Het betekent dat je ergens grip op krijgt, dat je het goed vasthoudt.

Het kan dat christenen in hoge mate op een onechte, lege en gekunstelde manier leven

Bij fotografie was vroeger een bepaald materiaal nodig dat gevoelig was gemaakt voor licht door het met chemicaliën te behandelen. De sluiter opende zich en het licht dat weerkaatst werd door een voorwerp, bijvoorbeeld een boom, viel erdoor naar binnen. Het chemisch behandelde materiaal ‘be-greep’ het beeld van de boom – greep het vast – en zo bleef het beeld daar op achter. Het materiaal was voor altijd aangeraakt en veranderd door de boom. Maar stel je eens voor dat er een fout is gemaakt bij het chemisch behandelen van het materiaal. Dan opent de sluiter zich en komt het licht naar binnen, maar het materiaal is niet gevoelig genoeg om een helder beeld vast te leggen, als er al een beeld wordt vastgelegd. Het licht doet helemaal niets met het materiaal.

Paulus’ gebed wijst ons erop dat christenen de ‘chemische behandeling’ van de Geest nodig hebben, dat we spiritueel gevoelig gemaakt moeten worden, anders zullen de waarheden die we te berde brengen en waar we mee instemmen niet echt verschil maken voor de manier waarop we leven. Als je wordt blootgesteld aan het ‘licht’ van de christelijke waarheid dat God heilig is, en als de heilige Geest je hart gevoelig heeft gemaakt, dan reageer je niet alleen met je gevoelens – met tranen of met siddering of met vreugde – maar je verandert voorgoed de manier waarop je leeft en je gedraagt in de wereld. Als je gevoelens en je gedrag beïnvloed worden, dan heb je een bepaalde waarheid over God tot op zekere hoogte begrepen. Het licht valt naar binnen en maakt blijvende indruk.

Niemand heeft dit beter onder woorden gebracht dan Jonathan Edwards in zijn geweldige preek ‘A Divine and Supernatural Light.’ De kern van zijn preek wordt gevormd door zijn beroemde voorbeeld van honing. Er zijn twee manieren waarop je kunt weten dat honing zoet is, zegt hij. Je kunt het weten met je verstand, en je kunt het ook weten door het te proeven met je tong. Je kunt weten dat honing zoet is door te geloven wat mensen je erover vertellen, maar pas als je daadwerkelijk zelf de zoetheid van de honing proeft, weet je het ten volle – zowel met je verstand als uit ervaring.

Als je die beweging maakt, van alleen weten met het verstand dat honing zoet is naar het rechtstreeks proeven ervan, dan zeg je misschien zoiets: ‘Ik wist dat het zoet was, maar het drong eigenlijk niet tot mij door wat dat betekende. Ik wist het wel maar ik wist het niet.’ Edwards concludeert dat er op dezelfde manier ‘een verschil is tussen van mening zijn dat God heilig en genadig is en op hartsniveau besef hebben van zijn lieflijkheid en schoonheid en heiligheid en genade.’

Je kunt weten dat honing zoet is door te geloven wat mensen je erover vertellen, maar pas als je daadwerkelijk zelf de zoetheid van de honing proeft, weet je het ten volle – zowel met je verstand als uit ervaring. (beeld Pollydot/Pixabay)

Je kunt weten dat honing zoet is door te geloven wat mensen je erover vertellen, maar pas als je daadwerkelijk zelf de zoetheid van de honing proeft, weet je het ten volle – zowel met je verstand als uit ervaring. (beeld Pollydot/Pixabay)

Verderop in hoofdstuk 11 spreekt Keller nog op een andere manier over de beweging maken van hoofd naar hart, waardoor we Gods aanwezigheid ook werkelijk gaan ervaren. Hij noemt dat het zoeken van Gods aangezicht.

God is natuurlijk alomtegenwoordig – Hij is overal (Psalm 139:7-12). Wat betekent het dan om zijn aangezicht – of zijn nabijheid, zoals in de Nieuwe Bijbelvertaling staat – te zoeken als Hij al overal is? Als we tegen iemand praten, dan kijken we niet naar en hebben we het niet tegen zijn of haar knieschijven of voeten of rug of maag. We spreken iemand in zijn gezicht aan. Het gezicht is ‘de relationele toegang’ tot iemands gedachten en hart. Gods aangezicht zoeken is niet op zoek gaan naar een plek waar God is. Nee, het is ons door de heilige Geest bekwaam laten maken om zijn realiteit en aanwezigheid te beleven.

‘De HEER heeft zich daar vanuit het vuur rechtstreeks tot u gericht’ (Deuteronomium 5:4; zie ook Genesis 32:30; Numeri 6:25-26). God roept mensen op om ‘al biddend zijn aangezicht te zoeken’ (2 Kronieken 7:14). Niet langer beseffen dat God aanwezig is, is Gods aangezicht niet meer zien (Psalm 13:2), en zijn aangezicht zoeken is op zoek gaan naar gemeenschap met Hem, naar werkelijke interactie met God, waarbij gedachten en liefde uitgewisseld worden.

In het Oude Testament wordt ons echter verteld dat niemand Gods aangezicht kan zien en dan kan blijven leven (Exodus 33:20). Desondanks vertelt het begin van het evangelie van Johannes ons dat Jezus, het Woord van God, vlees geworden is en dat we ‘zijn grootheid hebben gezien’ (Johannes 1:14). Vanwege zijn vergoten bloed en vergeving kunnen we nu dichter bij God zijn dan in het verleden mogelijk was. Jezus’ persoon en zijn werk zorgen voor de doorbraak voor iedereen die dichtbij wil komen en Gods aangezicht wil zien.

John Owen besteedde veel aandacht aan 2 Korintiërs 3:18 – ‘Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd’ – in combinatie met 2 Korintiërs 4:6, waar Paulus zegt dat ‘God … in ons hart het licht [heeft] doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.’ (…)

Owen vatte ‘het aanschouwen van de grootheid van God in het aangezicht van Jezus Christus’ niet op als een esoterisch onderwerp of als iets wat alleen voor bepaalde hoogspirituele personen was weggelegd. Hij beweert heel stellig dat niemand ‘die hier in deze wereld niet al tot op zekere hoogte de grootheid van Christus aanschouwt haar later ooit daadwerkelijk met de ogen zal aanschouwen.’

Gods aangezicht zoeken is op zoek gaan naar werkelijke interactie met Hem

Wat betekent Christus’ grootheid ‘aanschouwen’ volgens Owen? Het is belangrijk dat ‘we geen genoegen nemen met de opvatting [van Christus’ grootheid] … als enkel en alleen instemming met de leer daarover.’ Terecht neemt hij waar dat Paulus, als hij het heeft over het aanschouwen van Christus’ grootheid, het niet alleen maar kan hebben over de overtuiging dat Christus groot is. Nee, ‘de kracht waarmee [die overtuiging] ons hart aanraakt en binnendringt, dat is waar we ons op moeten richten … Vervult en verrijkt die ons niet … met blijdschap, rust, vreugde … en onblusbare bevrediging? … Het is onze huidige opvatting over de grootheid van Christus die ons inwijdt in wat er later komt, als we ons daarin oefenen, totdat we gaan ervaren met welke kracht ons hart erdoor veranderd wordt.’

De grootheid van Jezus aanschouwen betekent dat we Christus prachtig gaan vinden om wie Hij zelf is. Het betekent een soort gebed waarin we niet gewoon naar Hem toegaan om zijn vergeving te ontvangen, zijn hulp in onze nood, zijn gunst en zijn zegen. Nee, het diep doordenken van zijn karakter, zijn woorden en zijn werk voor ons wordt in zichzelf bevredigend, verrukkelijk en troostrijk; daar putten we kracht uit.

Owen hamerde erop dat het cruciaal was dat christenen dit vermogen ontwikkelden. Zijn redenering was dat als de schoonheid en grootheid van Christus geen beslag leggen op ons voorstellingsvermogen, overdag niet voortdurend in onze gedachten zijn en ons hart niet vervullen met hunkering en verlangen, iets anders dat wel doet. Voortdurend worden we ergens door in beslag genomen, op bepaalde dingen vestigen we onze hoop, die zijn onze vreugde. Wat die dingen ook zijn, ze zullen ‘onze zielen vormen’ en ons ‘zo veranderen dat we er steeds meer op gaan lijken.’ Als we de grootheid van God niet aanschouwen in het aangezicht van Christus, dan zal iets anders het in ons leven voor het zeggen hebben. (…)

Als we er zeker van willen zijn dat we in het hiernamaals Gods aangezicht werkelijk aanschouwen, moeten we dat nu in geloof al leren kennen. Als we niet langer beheerst willen worden door angst, ambitie, hebzucht, begeerte, verslavingen en innerlijke leegte, moeten we leren hoe we over Christus moeten mediteren totdat zijn grootheid diep tot onze ziel doordringt.

Uit: Timothy Keller, Bidden. Vertrouwelijk omgaan met de ontzagwekkende God, Franeker (Uitgeverij Van Wijnen), 2015. Het boek is vertaald door OnderWeg-redacteur Heleen Sytsma-van Loo, die ook de voorpublicatie heeft samengesteld.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief