Geloof in ontwikkeling (4) – jongvolwassenen

Anko Oussoren en Karen Scheele-van Ooijen | 17 oktober 2015
  • Jeugdwerk

Goed jeugdwerk sluit aan bij de actuele (jongeren)cultuur en de specifieke ontwikkelingsfase van de deelnemers. In de voorgaande afleveringen hebben we stilgestaan bij tieners en jongeren. In deze aflevering kijken we naar jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar.

De studentenperiode is dé periode om jongvolwassenen de ruimte te geven, tegenover de stelligheden van de kerk. (beeld photodeti/123rf.com)

De studentenperiode is dé periode om jongvolwassenen de ruimte te geven, tegenover de stelligheden van de kerk. (beeld photodeti/123rf.com)

Om te beginnen wil ik vaststellen over welke groep het hier precies gaat. Een deel van de jongvolwassenen is namelijk al aan het werk, terwijl de hogeropgeleiden net aan een studie zijn begonnen of nog studeren. Dit maakt nogal wat verschil. De werkenden zijn er vaak al aan toe om langetermijnkeuzes te maken, terwijl de studerenden dat meestal nog uitstellen. Ik wil in dit artikel met name inzetten op deze groep studerenden. Het volgende artikel zal over starters gaan en die vertonen meer raakvlakken met de werkende jongvolwassenen.

Op kamers

In het vorige artikel wezen we erop dat jongeren bezig zijn met het verzamelen van verschillende meningen (OnderWeg nummer 18). Daarbij zijn ze echter vaak kritischer op de persoon dan op de ideeën van die persoon. Bij de jongvolwassenen die gaan studeren, werkt dat anders. Ze zijn bezig zich los te maken van hun ouders – ze gaan vaak op kamers wonen – om zelf de wereld te verkennen. Daarbij onderzoeken zij juíst ideeën, meningen en mogelijkheden.

Ze ontmoeten veel verschillende mensen en verzamelen daardoor allerlei verschillende ideeën. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat de ‘jongerenfase’ voor hen langer duurt. Doordat deze jongvolwassenen langer bezig zijn met hun opleiding en zich later settelen, verzamelen ze veel meer informatie. Zo veel dat het voor hen steeds moeilijker wordt om een eigen standpunt te bepalen. En dat terwijl authentiek zijn bij deze doelgroep een belangrijke waarde is. Ze willen graag uniek zijn. Velen van hen ervaren dan ook stress bij het maken van keuzes. Hun keuzes zeggen immers iets over wie ze zijn en dat is nog niet altijd helder.

Wankelmoed

Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat jongvolwassenen in hun eigen ‘ondertussenheid’ leven. Veel oude zekerheden vallen weg. Alles is verbonden met alles en dat maakt onzeker. Maar het is ook een periode die kansen biedt, veel kansen. Er is ruimte voor nuancering, twijfel, verwondering en wankelmoed.

In dit kader is het opvallend dat nog veel kerken erop gericht zijn dat jongeren zo rond hun achttiende jaar belijdenis doen. En vaak gebeurt dat ook. Veel studerende jongvolwassenen echter zullen in hun studietijd die vroege keuze opnieuw overwegen en daarop reflecteren. Dat is aan de ene kant niet erg, ook als volwassene zullen ze wellicht blijven nadenken over hun geloof en de keuzes die ze daarin maken. Aan de andere kant is het jammer dat we als kerk zo gefocust zijn op dat moment van 18 jaar.

Veel jongvolwassenen zijn waarschijnlijk meer gebaat bij een eigen periode van ondertussenheid en de ruimte die dat biedt. De studentenperiode is dé periode om jongvolwassenen die ruimte te geven, tegenover de stelligheden van de kerk. Na deze periode zijn jongvolwassenen klaar om in het volwassen leven te stappen en vormen ze hun eigen weloverwogen stelligheden.

Ruimte

Het lastige is dat deze groep vaak niet in de kerk te vinden is, omdat ze juist vanwege hun studie elders zijn. Deze jongvolwassenen stellen hun keuzes uit en willen flexibel zijn en zich niet binden. Kerken kunnen dat als een probleem zien, maar het lijkt me dat we dat als kerken beter kunnen accepteren.

Kunnen we dan helemaal niets van hen verwachten? Zeker wel, mits we ons aanpassen aan hun flexibele schema’s en aansluiten bij hun behoeften. De kansen liggen in het bieden van rust en ruimte om alles wat ze ontdekken op een rijtje te zetten. Het is de tijd om slowcial te zijn: vertragen, menselijk contact hebben en betekenisgeving zoeken.

Regelmatig met elkaar in gesprek gaan helpt daarbij. Dat kan zowel in een groep als persoonlijk. De jongvolwassenen laten jou als jongerenwerker misschien los, maar jij hen natuurlijk niet. Ook als ze gaan studeren, blijf jij bij hun leven betrokken. Je bent benieuwd naar wat ze ontdekken en gooit er misschien zelfs nog wat vragen bovenop. Dat is waar jongvolwassenen behoefte aan hebben: iemand bij wie ze alles wat ze ontdekken kunnen overdenken en op een rijtje kunnen zetten. Het geeft ruimte en overzicht in hun hoofd.

Dat kan ook in een groep, maar omdat het lastig is om een groep jongvolwassenen bij elkaar te krijgen, is het aan te raden om dit met een andere bezigheid te combineren, bijvoorbeeld samen eten. Wie weet word je voor alle inspanningen beloond in hun volgende fase, wanneer ze starters zijn. Meer over die starters in het volgende artikel.

Tips/media

  • Opmaak 1Lees [Omvergeblazen] van Katie Vlaardingerbroek: deze studente schrijft op een zeer vermakelijke, zelfrelativerende manier over heilige huisjes die instorten.
  • Lees de artikelen terug uit het themanummer over jeugdwerk van OnderWeg (nummer 7, 4 april 2015). Onder andere de artikelen ‘Vijf principes voor jong en verbonden zijn’ en ‘Hoe kun je twintigers bij de gemeente betrekken?’.
  • Luister met jongvolwassenen naar het nummer ‘Believe’ van Mumford And Sons of ‘Human’ van The Killers en ga met elkaar over deze nummers in gesprek.

Agenda

  • 011928 Jeugdwerk Foto3AKZ+ organiseert onder de titel ‘Young and connected’ een college over jongerencultuur en de uitdagingen voor jeugdwerkers. Op 28 oktober in Zwolle. Zie verder www.akzplus.nl.
  • Op 22 en 23 januari 2016 organiseert de Bond van Gereformeerde Ouderverenigingen weer de jaarlijkse jeugdleidersconferentie. Het thema is deze keer ‘Generations’. Hoofdsprekers zijn Els van Dijk en René Barkema. Zie verder www.jeugdleidersconferentie.nl.
Over de auteur
Anko Oussoren en Karen Scheele-van Ooijen

Anko Oussoren is adviseur bij het Praktijkcentrum van de GKv. Karen Scheele-van Ooijen is jeugdwerkadviseur bij het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk (NGJ).

Meest gelezen

Hoe geef je kinderbiddag vorm?

Hoe geef je kinderbiddag vorm?

Praktijkcentrum
  • Jeugdwerk

Hoe kun je kinderbiddag vormgeven? Een rondje langs verschillende gemeenten.

Lees artikel
Niet gelovig, wel veel vragen

Niet gelovig, wel veel vragen

Lydia van Seters
  • Jeugdwerk

Je kent ze waarschijnlijk wel: die jongeren die wat rondhangen naast hun scooters, met bier, sigaretten en te harde muziek. Of die buurjongen die veel voetbalt, maar geen echte vrienden heeft. Op het eerste gezicht lijken ze gesloten, maar uiteindelijk staan ze toch vaak open voor een gesprek. Ze omschrijven zichzelf als niet-gelovig, maar zitten boordevol (geloofs)vragen. Het is voor jongerenwerkers echter niet eenvoudig om daar goed mee om te gaan.

Lees artikel
Vraag jongeren naar hun geloofsvragen

Vraag jongeren naar hun geloofsvragen

Hetty Pullen-Muis
  • Jeugdwerk

Is er ruimte voor jongeren om aan het bestaan van God te twijfelen? Lukt het ons als jeugdwerkers en ambtsdragers om jongeren tot hun recht te laten komen als ze twijfelen, of zelfs als ze zeggen dat ze niet meer geloven?

Lees artikel
Delen is vermenigvuldigen

Delen is vermenigvuldigen

Paul Smit en Derk Jan Poel
  • Jeugdwerk

Wie een tijdje weg gaat, zet zijn woning tegen een leuke vergoeding op Airbnb. Of je stelt gewoon gratis een bed beschikbaar voor couchsurfende reizigers. Een foto of mp3’tje deel je eenvoudig via je smartphone. En als de batterij ervan leeg is, dan leen je de mobiele oplader (ook wel bekend als life saver) van één van je vrienden. Delen is in! Maar zien jongeren dat ook terug in de kerk?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief