Hoe utopisch is de duurzame samenleving?
- Opinie
- Thema-artikelen
Vaak lijkt het erop dat iedereen naar de pijpen van het economische systeem moet dansen, of we het nu willen of niet. Dus een duurzame samenleving: hoe realistisch is dat? Econoom Roel Jongeneel ziet mogelijkheden.
Enkele jaren geleden bracht Stichting Natuur & Milieu het rapport Ranking the stars uit, waarin de milieupositie van Nederland werd vergeleken met die van andere EU-landen. Ondanks dat Nederland tot de rijkste landen van Europa behoort, beschermen we onze leefomgeving minder goed dan de 27 andere EU-landen, zo bleek. Nederland staat op plaats 27 voor bodemkwaliteit en waterkwaliteit en op plaats 25 voor luchtkwaliteit. ‘Op de Europese ladder presteert Nederland ronduit slecht op de belangrijkste milieu-indicatoren, zoals bodem, lucht en water. Dat is slecht voor onze gezondheid en economie’, aldus de directeur van Natuur & Milieu.
Ook op het gebied van de bescherming van natuur en klimaat en het opwekken van hernieuwbare energie zit Nederland in de achterhoede van Europa. Alle Noord- en West-Europese landen, uitgezonderd België, doen het beter dan wij. De belangrijkste boosdoeners zijn auto’s, vee en kolencentrales.
Het zou best kunnen dat Natuur & Milieu de zaak wat zwaar aanzet, maar de boodschap is niet overdreven. Onze omgang met natuur en milieu, of liever gezegd de schepping, roept vragen op. Daarvoor hoef je nog niet eens te refereren aan Bijbelse standaarden.
Blinde vlek
Recent heeft paus Franciscus met zijn nieuwe encycliek Laudato si de noodklok hierover geluid. Hij noemt de verwoesting van het milieu en de aantasting van de natuur zeer ernstig. De vaak ongecontroleerde menselijke activiteit en de niet te stoppen consumptiezucht en wil om een graantje van de groeiende welvaart mee te pikken, dreigen het huis waarin we wonen onbewoonbaar te maken.
De paus richt zich met zijn boodschap niet alleen tot gelovigen, maar tot alle mensen van goede wil. Hij roept de wereldgemeenschap op tot een levenshouding van zorg en respect voor de natuur.
De consument heeft wel wat keuzemogelijkheden,
maar mag nooit het gebod ‘gij zult altijd meer consumeren’
ongehoorzaam zijn
Die houding van zorg en respect behoort zeker christenen te kenmerken. De Micha Campagne, die inmiddels alweer tien jaar geleden startte, probeert ons daar al lange tijd bewust van te maken. Wie echter om zich heen kijkt en de balans opmaakt, kan somber worden.
Er is in christelijke kring weliswaar meer aandacht voor het goed omgaan met de aarde, maar in de dagelijkse praktijk onderscheiden christenen zich nauwelijks van anderen. Ze gaan net zo goed op vliegvakantie naar verre oorden en misschien scheiden ze inmiddels wel hun afval, maar de hoeveelheid afval lijkt nauwelijks te verminderen. Is er op dit punt sprake van een blinde vlek of een gat in het evangelie? Of lopen alle goede voornemens en bedoelingen stuk op menselijke onmacht?
Geweten
In de economische wetenschap wordt de mens bekleed met consumentensoevereiniteit en daarmee in het centrum van het heelal geplaatst. Maar is dat niet louter theorie en is de mens uiteindelijk niet simpelweg een onmachtige, willoze en gemanipuleerde consument?
Als de klant echt koning is, dan zouden zijn keuzes de economie sturen. De milieubewuste consument zou de economie dan, zo is de theorie, op het pad van de deugd van de duurzaamheid zetten. Maar in de praktijk is de zaak precies omgekeerd. De consument lijkt een gevangene van het economische systeem. Hij heeft wel wat keuzemogelijkheden, maar mag nooit het gebod ‘gij zult altijd meer consumeren’ ongehoorzaam zijn. De mens als gevangene van de economische overheersing…
Wie dit probleem ziet, wil graag iets doen. Persoonlijk iets doen geeft je het gevoel dat je, ook al is je bijdrage beperkt, toch maar een daad hebt gesteld. En dat is goed voor het geweten. Geen wonder dat allerlei kleinschalige ontwikkelingsprojecten de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten.
We scheiden inmiddels wel ons afval, maar de hoeveelheid afval lijkt nauwelijks te verminderen. (beeld Maurice Angres/Pixabay.com)
Het is goedbedoeld en aandoenlijk, maar niet altijd effectief. Natuurlijk doet het nemen van je persoonlijke verantwoordelijkheid ertoe; daarover mag geen misverstand bestaan. Een christen is geroepen om rentmeester te zijn en dat appelleert aan een individuele stellingname. Als hij daarin faalt, dan is dat zeer ernstig. Hoogleraar A. van de Beek stelt in zijn boek over de schepping dat in de Bijbel sociale ordeningen en de natuur nauw met elkaar samenhangen. Als mensen zich misdragen of geweld plegen, dan kwijnt de natuur weg. Het menselijke handelen (en nalaten) heeft dus impact.
Er dreigt in onze samenleving echter een eenzijdige nadruk op het individuele te komen liggen, waarin ook meer en meer christenen meegaan. Dat accent op het ik, zijn keuzes en zijn verantwoordelijkheid leidt tot een onderwaardering van onze sociale verantwoordelijkheid. Ja, de tien woorden doen via het ‘gij zult…’ een individueel appèl op ons, maar daardoor mogen we onze ogen nog niet sluiten voor de andere belangrijke les in de Thora.
God riep niet alleen iedere individuele Israëliet op om barmhartig te zijn en God en zijn naaste lief te hebben, Hij gaf ook regels en verordeningen die de hele gemeenschap raakten. Denk aan de instelling van het sabbatsjaar en het jubeljaar, de regels met betrekking tot de kwijtschelding van schulden en het vragen van rente en de onderlinge solidariteit. Gerechtigheid is in Gods plan ook een zaak van rechtvaardige structuren. Zulke ondersteunende structuren hadden de Israëlieten nodig om hun individuele verantwoordelijkheid te kunnen effectueren. En vandaag is dat niet anders.
De Britse rabbi Jonathan Sacks zegt dat één van de problemen vandaag is dat de ethiek naar binnen gericht is en het alleen nog maar heeft over de persoonlijke keuze. Dat hangt samen met de overwaardering van het individu, die vervolgens wanhopig dreigt te worden als hij ziet dat de meeste problemen zo groot zijn dat hij er met zijn kleine kracht ook weinig aan kan doen. Niet zelden gooit hij het bijltje er dan maar bij neer. Hij biedt niet langer verzet of gaat met de stroom mee.
Schepje bovenop
Ik wil met twee voorbeelden illustreren hoe in deze situatie toch wat bereikt kan worden. Het eerste voorbeeld is het klimaatprobleem, dat door wetenschappers wel een wicked problem wordt genoemd, omdat er zo veel verschillende zaken tegelijkertijd spelen en er wereldwijd tal van landen en actoren bij betrokken zijn.
Zoals eerder bleek, scoort Nederland op veel milieu-indicatoren onvoldoende. De opgave die aan Nederland is gesteld en waarvoor onze regering verantwoordelijkheid heeft genomen, is om in 2020 de uitstoot van het broeikasgas CO2 met ten minste 25 procent te hebben verlaagd ten opzichte van het niveau van 1990. Door het huidige beleid is de uitstoot inderdaad gedaald, maar de daling zal waarschijnlijk op 17 procent uitkomen. Dat is minder dan de doelstelling en daarom stapte klimaatorganisatie Urgenda, gesteund door 900 verontruste burgers, onlangs naar de rechter en eiste dat Nederland haar uitstoot met 40 procent zou terugbrengen. Daar ging de rechter niet in mee, maar de regering werd wel opgedragen om er een schepje bovenop te doen en te zorgen dat de afgesproken reductie van 25 procent zou worden gehaald.
Gerechtigheid is in Gods plan ook een zaak
van rechtvaardige structuren
Een tweede voorbeeld is de landbouw, een sector die een belangrijke rol speelt in de uitstoot van het broeikasgas methaan. Als consument zou je via je voedselconsumptie en de eisen die je via je koopgedrag stelt (bijvoorbeeld minder vlees eten) kunnen proberen om de uitstoot naar beneden te brengen. Opvallend is echter dat rapportages van het internationale klimaatpanel IPCC laten zien dat de uitstoot van broeikasgassen door de landbouw sinds 1990 inderdaad gestaag daalt – meer dan in enige andere regio van de wereld – maar dan niet door ons consumentengedrag (dat werkt juist averechts), maar door aanpassingen in het landbouwbeleid.
Beide voorbeelden laten twee dingen zien. Allereerst illustreren ze het belang van sociale verantwoordelijkheid. Er is goede milieuregulering nodig. Als het gaat over de verantwoordelijkheid die we ten opzichte van de schepping hebben, volstaat een vrije markt met consumenten die zich verantwoord gedragen niet. Er is meer nodig. Goede regels zijn onontbeerlijk.
Het tweede dat opvalt, is dat goede regels pijn doen en dat er daarom vanuit de samenleving voortdurend druk is om onder regels uit te komen of ze niet al te beperkend te maken.
Vanuit hun sociale verantwoordelijkheid zouden christenen moeten opkomen voor goede milieuwetgeving, die eraan bijdraagt dat er op een goede manier met de schepping wordt omgegaan. Het nemen van politieke verantwoordelijkheid (kiesgedrag) is daarin net zo van belang als de consumptiestijl waar je voor kiest (koopgedrag).
Optelsom
De vraag blijft niettemin of je, juist als het over de economie en haar reilen en zeilen gaat, niet op allerlei manieren geknecht wordt. De Apeldoornse theologieprofessor Velema sprak een aantal jaren geleden over de ‘economie van de boventoon’. Daarmee gaf hij aan hoe we naar de pijpen van de economie dansen. Economische berekening en economische wetmatigheden plaatsen het hele leven in het teken van de economie. De mens lijkt ondanks zijn goede bedoelingen tamelijk machteloos. Wie maakt nu echt verschil?
Het is bij deze vragen goed te bedenken dat de economie uiteindelijk mensenwerk is. Dit betreft zowel de economische orde (regels en instituties) als het economische handelen (produceren en consumeren). De samenleving is daarom niet willoos overgeleverd aan ‘economische natuurwetten’.
De Utrechtse antropoloog en econoom Henk Tieleman benadrukt terecht dat economisch doen en laten voor een groot deel door de cultuur worden bepaald. Het is in die zin niet ‘de economie’ die het milieu vervuilt. De economie is in zichzelf niet slecht, zoals men in de kerk in de middeleeuwen wel dacht. Het is de optelsom van menselijke beslissingen over consumptievormen en productiesystemen die bepalend is voor hoe met de schepping wordt omgegaan. Die handelingen en keuzes zijn op hun beurt gebaseerd op idealen en opvattingen over het goede leven. Het gaat dan in feite om wat we ‘cultuur’ noemen. Van die cultuur gaat een niet te onderschatten dwang uit. Het is moeilijk om niet met de massa mee te doen.
Tegencultuur
Met cultuur zijn we ook op het terrein van het geleefde geloof aangekomen. In de dominante cultuur van vandaag ligt een sterk accent op het genieten en vergaren van materiële welvaart. De algemene opvatting is dat je daar ook als christen aan mee mag doen, al ben je het voor je geweten wel verplicht om af en toe iets over te maken naar de rekening van een goed doel. Hiermee stoten we op een ander ‘klimaatprobleem’. Christenen onderschatten de invloed van de lucht die ze elke dag inademen en het klimaat van de westerse cultuur. Dat vraagt om een veel kritischer houding.
Christenen zijn mensen van de tegencultuur. Iemand die dat heeft begrepen, is de Engelse evangelikaal John Stott. Hij gaf zijn prachtige boek over de Bergrede (The Message of the Sermon on the Mount) de ondertitel Christian counter-culture. Juist in de Bergrede gaat het over christelijke waarden, ethische standaarden, toewijding in geloof, onze houding ten aanzien van geld en goed, en ambities en levensstijlen die haaks staan op de moderne materiële cultuur.
De economie is in zichzelf niet slecht,
zoals men in de kerk in de middeleeuwen wel dacht
Een cruciaal thema dat de Bijbel van achter tot voren doortrekt, is dat God bezig is een volk ‘eruit te roepen’. Dat moet een volk zijn voor Hemzelf, aan Hem toebehorend en aan Hem toegewijd. Het is een heilig volk. Dat wil zeggen: apart gesteld en ‘geheel anders’ in hun gedrag en levensdoel. Maar net als Israël destijds vergeten christenen vandaag gemakkelijk hun unieke positie als volk van God en nemen ze zomaar de cultuur van de hen omringende wereld over. Dat geeft spanning tussen het beleden geloof en het geloof zoals dat wordt geleefd.
Zoals de Bijbelse geschiedenis laat zien, brengt het meegaan met de omringende cultuur vaak afgoderij met zich mee. Het is niet alleen het handelen dat een probleem is, maar uiteindelijk is de godsvraag zelf in het geding. De God van Israël zegt: ‘Ik ben de Heer, uw God. Volg geen goden na die het niet zijn.’ Hij roept op om onze gedragscode aan zijn geboden te ontlenen en niet de standaarden van de wereld om ons heen over te nemen. De werkzaamheid van de Geest zorgt ervoor dat dit ook kan.
Dubbele keuze
Het bijstellen van onze economie met het oog op het milieu vraagt erom dat afstand wordt genomen van de gedachte dat we machteloos zijn, overgeleverd aan economische ‘natuurwetten’. Belangrijk is om te zien dat het uiteindelijk meer de cultuur dan de economie is die het kernprobleem vormt. Christenen worden geroepen om een heilig volk te zijn en behoren bij de tegencultuur van de Bergrede. Onderdeel daarvan is om met zorg en respect om te gaan met de schepping. Dat vraagt om een dubbele keuze: in het eigen gedrag en in de keus voor goede regels.
Webtips
- www.groenekerken.nl
Website van de GroeneKerkenactie, die groene kerken en hun inspanningen in kaart brengt. De website biedt veel inspiratie- en toerustingsmateriaal aan.- www.duurzamekerk.nl
Biedt net als de GroeneKerkenactie inspiratie voor kerken om werk te maken van duurzaamheid.- www.arocha.nl
A Rocha is een beweging van christenen die vanuit hun geloof zorgen voor Gods schepping. A Rocha adopteert natuurgebieden, organiseert activiteiten gericht op natuurbehoud en motiveert kerken om te zien naar de schepping, onder meer door een jaarlijks themapakket.- www.nd.nl/theologenblog
In de Theologenblog van het Nederlands Dagblad lieten enkele theologen van de TU Kampen en de TU Apeldoorn hun licht schijnen over de milieu-encycliek van de paus.
Leestips
- Wim Rietkerk, De aarde en haar toekomst, Utrecht (Uitgeverij AnkhHermes).
- Martine Vonk, Duurzaamheid, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn), 2011. Zie ook www.martinevonk.nl. Op haar website schrijft Vonk onder meer over de encycliek Laudato si van paus Franciscus.
Roel Jongeneel is universitair docent economie van landbouw, natuur en voedsel bij de Universiteit Wageningen.



