Bijbelse richtlijnen voor de geloofsopvoeding
- Thema-artikelen
Over geloofsopvoeding valt heel veel te zeggen en wordt ook heel veel gezegd. Toch is het in de kern doodeenvoudig: aan kinderen en jongeren laten zien hoe goed God is. Jeugdwerker en godsdienstpedagoog Arine Spierenburg geeft aan de hand van drie Bijbelteksten praktische tips hoe ouders en gemeenten dat in de praktijk kunnen brengen.
Geloofsopvoeding is een uitgekauwd onderwerp. Het is allemaal wel bekend, toch? Ouders moeten thuis iets doen met Bijbellezen en bidden en de gemeente kan daaromheen ook een rolletje meespelen. Voor toerusting en ondersteuning zijn er talloze boeken, tijdschriften en apps, die het onderwerp van alle mogelijke kanten belichten. Valt daar nog iets nieuws aan toe te voegen?
Ja, ik denk het wel. Want laten we eerlijk zijn: hoe ziet de praktijk er in werkelijkheid uit? Ouders, lukt het jullie werkelijk om je geloof over te dragen op je kinderen, te midden van de dagelijkse sleur van het gezin? En gemeenten, beseffen jullie werkelijk waar je verantwoordelijkheid ligt? Hebben jullie ook een taak in het toerusten van ouders? En zo ja: hoe dan?
De praktijk van geloofsopvoeding blijkt weerbarstig te zijn. En dus moeten we terug naar de kern: bereiken we onze kinderen en jongeren met het evangelie?
Dubbele belofte
Het is een mooie zondag in 2001. ‘Marije Debora Verburg, ik doop je in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest’, spreekt de dominee. Marijes ouders kijken hun meisje vertederd aan, terwijl het doopwater langs haar gezichtje loopt. Dan gaat hun blik naar de gemeenteleden, terwijl de dominee met het doopformulier van de GKv zegt: ‘Geliefde broeders en zusters, ontvang als gemeente dit kind met liefde in uw midden. Weet u geroepen deze ouders te steunen door uw voorbede en voorbeeld. Wees ook, wanneer dat nodig en mogelijk is, daadwerkelijk bereid eraan mee te helpen dat dit kind groeit in het geloof, de genade en het kennen van onze Heer Jezus Christus.’
Bemoedigd gaan papa en mama Verburg de kerk uit. Het is niet niks: ze hebben beloofd om hun dochter ‘voor te gaan in een christelijke manier van leven en haar zo goed mogelijk te onderwijzen en laten onderwijzen’. Maar deze ochtend hebben ze ervaren dat ze niet alleen staan in het verwezenlijken van die belofte.
Veertien jaar later… Marije is niet meer dat schattige kindje, maar een pittige tiener. Ze haalt met haar puberale gedrag regelmatig het bloed onder de nagels van haar ouders vandaan, die er in hun reactie vaak niet in slagen om haar ‘voor te gaan in een christelijke manier van leven’. Hun belofte om Marije te onderwijzen over God en de Bijbel blijkt óók een uitdaging te zijn. Steun van gemeenteleden? Daar merken ze weinig van. Eigenlijk voelen ze zich best alleen staan in de geloofsopvoeding van hun dochter.
Het is zomaar een voorbeeld. Herkenbaar? De bedoelingen zijn goed in deze gemeente en er wordt geïnvesteerd in het jeugdwerk, maar is dat voldoende om de dubbele doopbelofte (van ouders én gemeente) waar te maken? Bereiken we er ons doel mee, dat jongeren een relatie met God krijgen en met Hem gaan leven?
Om te checken of we goed bezig zijn als ouders en gemeente, moeten we terug naar de basis en ons laten inspireren door Gods visie op jongeren. Ik zoom in op drie Bijbelgedeelten die ons kunnen prikkelen om tot nieuwe inzichten op het gebied van geloofsoverdracht te komen.
Deuteronomium 6:1-9: het belang van het gezin
Hoe kun je midden in een seculiere, turbulente samenleving het geloof doorgeven aan de volgende generatie? Dat is de vraag die het volk Israël in beslag neemt als het op de drempel staat van een nieuw bestaan in Kanaän. Een herkenbare vraag voor ouders van nu.
Gods antwoord is kernachtig: kinderen leren geloven in het gezin. God heeft gezinnen bedacht als dé plek, de meest natuurlijke eenheid, waar Hij zichzelf wil laten zien als liefdevolle vader. Dat gebeurt in de praktijk doordat ouders aan hun kinderen laten zien hoe ze met Hem leven.
Een gemeente die wil gaan voor haar jeugd, moet eerst gaan voor gezinnen en pas dan voor jeugdwerk
Ouders hoeven dus geen ingewikkelde pedagogische boeken te lezen en bijzondere gezinsactiviteiten te ontplooien. Ze hoeven alleen maar te laten zien hoe goed God is, gewoon in het dagelijks leven. Dit betekent ook dat geloofsopvoeding nooit uitbesteed kan worden aan jeugdwerkers.
Psalm 78: het belang van persoonlijke getuigenissen
Niet alleen door hun geloof voor te leven, maar ook door over hun geloof te vertellen mogen opvoeders getuigen van de goedheid van God. Geloofsopvoeding is dus meer dan uit de Bijbel voorlezen. Het gaat om persoonlijk getuigen van God. Dat kan vanuit Bijbelverhalen, maar ook vanuit het eigen leven van de opvoeders. Wat hebben ze zelf meegemaakt met God?
Wat opvalt, is dat de psalmist deze opdracht niet aan ouders geeft, maar aan alle gelovigen. Elke gelovige (de hele gemeente) heeft de verantwoordelijkheid om het ‘stokje’ van het geloof door te geven aan de volgende generatie.
Marcus 10:13-16: het belang van jeugdwerk
Het feitelijke jeugdwerk lijkt er bij dit alles bekaaid van af te komen. Wat voor rol speelt dat nog? Marcus laat zien hoe belangrijk Jezus jongeren vindt en hoe woedend Hij wordt als volwassenen hen belemmeren om bij Hem te komen. Volwassenen moeten dus alles opzij zetten om hen te bereiken met het evangelie. In die zin moet jeugdwerk (in de breedste zin van het woord) een speerpunt zijn van elke gemeente. Jeugdwerk mag een plek creëren waar jonge mensen zichzelf zijn, vrienden maken en samen God leren dienen.
Handvatten
De vervolgvraag is hoe je deze Bijbelse richtlijnen voor geloofsoverdracht op een effectieve en creatieve wijze gestalte kunt geven in de 21e eeuw. Wat is nodig om jonge mensen als Marije te laten ontdekken dat ze een relatie mogen hebben met hun hemelse Vader? Een paar handvatten.
1. Jongeren leren geloven in hun gezin
Dat het gezin belangrijk is bij het leren kennen van God, zullen weinig mensen bestrijden. Maar ik merk dat veel gemeenten de implicaties hiervan niet inzien. Even simpel gezegd: als een gemeente graag wil dat haar jongeren een relatie met God krijgen, moet ze investeren in gezinnen en niet in jeugdwerk.
In een recent onderzoek van Mark Holmen geeft 83 procent van de gelovige jongeren aan dat hun ouders het belangrijkste zijn geweest voor hun geloof. Voor slechts 23 procent van de jongeren is het jeugdwerk van belang geweest. Een gemeente die wil gaan voor haar jeugd, moet dus eerst gaan voor gezinnen en pas dan voor jeugdwerk.
2. Geen rituelen, maar persoonlijke getuigenissen
Voor effectieve geloofsoverdracht zijn de bekende rituelen (Bijbellezen, bidden, enzovoort) op zichzelf niet het belangrijkste. Veel belangrijker zijn het voorleven en het verwoorden van het persoonlijke geloof (zie Psalm 78). Natuurlijk is het belangrijk om kinderen de Bijbel te laten ontdekken en een christelijke levensstijl aan te leren, maar als het daarbij blijft, heeft het weinig zeggingskracht.
Schattige kindjes worden eens pittige tieners. Kunnen ouders dan op steun uit de gemeente rekenen? (beeld Karolina Grabowska/Pixabay.com)
Een voorbeeld: ik ga met mijn gezin elke zondag naar de kerk, maar vaak zijn we gehaast op de heenweg en mopperen we op de terugweg, omdat de preek te saai was. Wat zegt dit mijn kinderen over de waarde van de kerk? Niet veel positiefs. Als ik hun echter vertel wat ik tijdens de dienst mag beleven met en van God (ondanks die saaie preek), dan breng ik iets wezenlijks over. Dus: rituelen zijn zeker belangrijk, maar het gevaar is dat we ons daarin verliezen.
3. Geloof moet rijpen
Het geloof van jonge mensen groeit door de levenswijsheid en ervaringsverhalen van mensen die ouder zijn dan zij. Net zoals een onrijpe appel alleen rijpt als je hem in een plastic zak doet met een rijpe banaan. De Amerikaanse tienerleider Mark DeVries pleit daarom voor family based youth ministry. Met family doelt hij niet alleen op het gezin, maar ook op de gemeente als Gods gezin. Volgens hem kunnen tieners niet groeien naar een volwassen geloof als ze alleen maar omgaan met leeftijdsgenoten en jonge tienerleiders. Ze hebben duurzame relaties met oudere volwassenen nodig. Mensen die er, ook als het tienerwerk stopt, nog steeds voor hen zijn. Jeugdwerk moet daarom niet drijven op jonge mensen, maar moet werkelijk gedragen worden door de hele gemeente.
4. We moeten samenwerken!
Uit alle drie de Bijbelgedeelten spreekt vooral dit: ga voor jonge mensen en doe dat samen! Ouders, jeugdwerkers, gemeenteleden: samen kunnen zij aan geloofsopvoeding werken, ingebed in het geheel van de gemeenschap.
De praktijk is helaas vaak dat ouders maar wat aanmodderen en nauwelijks advies of tips van andere ouders en gemeenteleden vragen. En het jeugdwerk is vaak een geïsoleerd eiland binnen de gemeente. Ouders of oudere gemeenteleden worden daarbij vaak (onterecht!) gezien als lastig of niet meer relevant voor het leren geloven van tieners. In plaats van die muurtjes in stand te houden, zouden we moeten kijken naar het gedeelde doel dat alle betrokkenen hebben. Waarom langs elkaar heen werken als je samen hetzelfde verlangen hebt voor je jonge mensen?
Linken
Samen gaan voor jongeren: wat betekent dat in de praktijk? Hoe ga je met deze inzichten aan de slag?
Allereerst: relax. Er zijn geen grootse jongerenactiviteiten nodig en ook geen ingewikkelde toerustingsprogramma’s voor ouders. Het hele jeugdwerk hoeft niet op de schop. Samen gaan voor jongeren is eigenlijk heel eenvoudig. Nodig is alleen: vanuit het bestaande gemeentewerk kansen pakken om jongeren gerichter te bereiken met het geloof. En: linken leggen tussen gezinnen, generaties en jeugdwerk.
Een paar ideeën hiervoor:
- Stop met het organiseren van geloofsopvoedingsavonden en -cursussen. Ga ouders vooral toerusten in het verwoorden van hun geloof richting hun kinderen. Laat hen bijvoorbeeld aan het einde van een dienst samen doorpraten over de vraag: hoe kunnen jullie deze Bijbelse boodschap in eigen woorden doorvertellen aan jullie kinderen?
- Benader gezinnen als eenheid. Rust ouders en kinderen niet apart toe, maar laat hen samen oefenen in ‘geloofsvaardigheden’ als dienen, Bijbellezen en zegenen. Dit kun je doen tijdens gezinsdiensten of andere gezinsactiviteiten.
- Verbind gezinnen met elkaar. Dat kan al door iets simpels als een picknick na de kerkdienst. In elk geval: creëer momenten waarop gezinnen elkaar tips kunnen geven voor het geloven thuis.
- Jeugdwerkers: betrek oudere gemeenteleden bij het jeugdwerk. Bijvoorbeeld door iemand een inleiding te laten verzorgen over een onderwerp waarmee hij/zij veel (levens)ervaring heeft of door een rolling dinner, waarbij tieners een gerechtje eten bij verschillende gemeenteleden thuis en zo in gesprek komen over kerk en geloof.
- Jeugdwerkers: zoek vaker contact met ouders, om echt samen te gaan voor jullie jongeren. Communiceer wat er gebeurt op de club (heel belangrijk!) of organiseer een ouderavond. Ook kun je een gezamenlijk programma doen met ouders en tieners. Denk aan een debat.
- Gemeenteleden (ook ouderen en alleenstaanden): wees betrokken bij de geloofsgroei van jongeren. Bid bijvoorbeeld concreet voor jongeren, aan de hand van gebedspunten die door henzelf of door hun ouders worden aangedragen.
Geroepen
Niets is maakbaar: jongeren niet en hun geloof al helemaal niet. God geeft geloof. Maar Hij schakelt daarbij wel mensen in. Ook jou. Of je nu ouder, jeugdwerker of gewoon gemeentelid bent. Dus kijk komende zondag eens om je heen naar de jongeren in je kerk en herinner je deze woorden uit het doopformulier: ‘Geliefde broeders en zusters, ontvang deze jongeren met liefde in uw midden. Weet u geroepen hen en hun ouders te steunen door uw voorbede en voorbeeld. Wees ook, wanneer dat nodig en mogelijk is, daadwerkelijk bereid eraan mee te helpen dat dit kind groeit in het geloof, de genade en het kennen van onze Heer Jezus Christus.’
Arine Spierenburg is onder meer werkzaam als trainer bij ‘Geloven in gezinnen’ (www.geloveningezinnen.nl). Ze heeft materiaal ontwikkeld voor gezinsbijeenkomsten (www.gezinenjeugdwerk.nl) en schreef twee boeken: In Gods hand en Je beste Vriend voor altijd. In oktober 2015 verschijnt haar Bijbels dagboek voor gezinnen: Samen leven met God.
Webtips
Op de website van de Amerikaanse organisatie Think Orange (www.thinkorange.com) staat veel materiaal dat misschien niet rechtstreeks te gebruiken is, maar zeker inspireert.
Veel organisaties bieden workshops en trainingen voor jeugdwerkers aan. Zoek bijvoorbeeld op www.bgojeugwerk.nl naar ‘yep’ (youthworkers education program) en kijk eens op www.ngkjeugdwerk.nl/training. Nieuw is www.youngholy.nl van Corjan Matsinger en Marian Timmermans.
Op 22 en 23 januari 2016 wordt de jaarlijkse jeugleidersconferentie gehouden, dit keer over het thema ‘Generations’. Zie www.jeugdleidersconferentie.nl.
Eind september verschijnt bij Jongbloed de Samenleesbijbel. Zie samenleesbijbel.nl.
Het Steunpunt Bijbelstudie biedt een gemeenteschets aan over opvoeden: www.steunpuntbijbelstudie.nl.
Leestips
Met kinderen praten over geloven: David Staal, Breng je kind bij Jezus, Amsterdam (Ark Media), 2010. Effectieve communicatietips: wat kunnen ze op welke leeftijd aan? Maar ook: hoe bid je met kinderen en hoe praat je over God?
Een praktisch boek met inspirerende voorbeelden en gezinsactiviteiten: Mark Holmen, Geloven begint thuis, Amsterdam (Ark Media), 2012.
Uitgeverij Buijten & Schipperheijn is de afgelopen jaren met een hele serie handboeken voor werkers in de kerk gekomen, waaronder een Handboek voor catecheten, een Handboek voor kinder- en jeugdpastoraat, een Handboek voor kinderwerkers en een Handboek voor jeugdleiders. De boeken bieden een goede mix van achtergrondinformatie en praktische handvatten.
Arine Spierenburg (NGK) is kerkelijk jeugdwerker en godsdienstpedagoog.




