Piper en Keller op de schouders van Augustinus
- Opinie
- Thema-artikelen
Wie de geschiedenis niet kent, moet haar overdoen. Maar voor wie haar wel kent, is zij een bron van wijsheid om uit te putten en op voort te bouwen in de context van de eigen tijd. John Piper en Timothy Keller, twee ook in Nederland veelgelezen Amerikaanse theologen, kennen hun klassieken. Zij ontlenen belangrijke, actuele thema’s expliciet aan Augustinus. Daaronder het thema: vreugde vinden in God.
John Piper (rechts) en Timothy Keller (midden) ontlenen belangrijke, actuele thema’s expliciet aan Augustinus (links). (beeld Piper: Micah Chiang/Flickr.com; beeld Keller: Frank Licorice/Flickr.com; beeld Augustinus (in de dom van Keulen): Joost Sytsma)
John Piper (1946) is als senior pastor verbonden aan de Bethlehem Baptist Church in Minneapolis. Van hem zijn diverse boeken in het Nederlands vertaald, waarvan Verlangen naar God het bekendst is. Piper zou het liefst zien dat christenen zichzelf ‘christenhedonisten’, christelijke levensgenieters, noemen en zich daar ook naar gedragen. Want, zegt hij, God heeft ons geschapen om voor eeuwig van Hem te genieten.
Kernachtig vat hij die boodschap samen in zijn belangrijkste statement: ‘God is most glorified in us when we are most satisfied in Him‘ – we maken God pas écht groot als we onze grootste vreugde vinden in Hem. Waar de Grote Catechismus van Westminster stelt dat het ‘het voornaamste en hoogste doel van de mens is om God te verheerlijken en zich eeuwig en volkomen in Hem te verheugen’ zou Piper het woordje ‘en’ liever vervangen door ‘door’: het voornaamste en hoogste doel van de mens is om God te verheerlijken door zich eeuwig en volkomen in Hem te verheugen.
Vreugde in God noemt Piper sovereign joy, soevereine vreugde. Het is God alleen die vreugde schenkt. Het woord ‘soeverein’ heeft twee aspecten in zich: God schenkt diepe levensvreugde aan wie Hij wil, maar ook: Hij is zelf de diepste levensvreugde voor wie door zijn genade en Geest in Hem gelooft. Wie God werkelijk kent en liefheeft, kan onder alle omstandigheden blij en gelukkig zijn (Filippenzen 4:4).
In zijn biografische boek The Legacy of Sovereign Joy, over de rol van genade in het leven van Augustinus, Luther en Calvijn, laat Piper onder meer zien dat dit thema de rode draad, zo niet de kern is in het leven en het werk van Augustinus.
Heksenketel
De in 354 in Noord-Afrika geboren Aurelius Augustinus leefde in de nadagen van het Romeinse rijk. Op het moment dat hij, na een paar jaar in Italië te hebben gewoond, weer naar de Noord-Afrikaanse stad Hippo was teruggegaan, viel Rome in handen van de Goten (410).
In Hippo was Augustinus zonder dat hij dat zelf ambieerde tot bisschop benoemd. Dat bleef hij tot zijn dood in 430. Hij stierf vlak voordat 80.000 Vandalen de stad binnenvielen.
Dankzij Jezus ging de vreugde in God triomferen over het genot van seks, retorica en filosofie
In het leven van de kerkvader draaide het om genot. Maar waar hij voordat hij daadwerkelijk christen werd vooral van genoot, was van de welsprekendheid, de filosofie en de verboden liefde. Van zijn negentiende tot zijn dertigste was hij docent in de retorica, achtereenvolgens in Carthago, Rome en Milaan.
Toen hij naar Carthago werd gestuurd voor een driejarige opleiding in de retorica, waarschuwde zijn moeder hem om geen overspel te plegen en vooral niet de vrouw van een ander te verleiden. Die waarschuwing sloeg Augustinus in de wind. ‘Ik ging naar Carthago en overal om me heen was daar de heksenketel van banale affaires’, schrijft hij in Belijdenissen. ‘Ik zocht hoe ik kon liefhebben, ik was verliefd op de liefde, maar ik dacht niet aan de veilige weg zonder risico’s. Binnen in mij was er een honger naar innerlijk voedsel, naar U, mijn God.’
In Carthago ging Augustinus met een vrouw samenwonen, die vijftien jaar bij hem zou blijven en met wie hij een zoon kreeg.
Beter dan seks
Augustinus’ bekering ging geleidelijker dan vaak wordt voorgesteld. Door het lezen van Cicero’s filosofische werk Hortensius ontstond al vroeg een honger naar wijsheid en waarheid, die wedijverde met zijn seksuele verlangens.
Via bisschop Ambrosius in Milaan leerde hij God kennen en tot op zekere hoogte liefhebben, maar zijn hart bleef eerst nog koud. In Belijdenissen schrijft hij: ‘Met verwondering bedacht ik dat ik al hield van U, niet meer in uw plaats van een droombeeld; maar ook dat genieten van mijn God niet stabiel was. Uw schoonheid had me naar U toe gehaald, maar dan werd ik door mijn zwaarte van U losgetrokken om met een zucht neer te storten op de dingen hier beneden. Deze zwaarte was mijn seksuele leven.’
Dan volgt zijn daadwerkelijke bekering. Augustinus worstelt met zichzelf en zijn zoektocht naar genot en hoort dan tijdens een wandeling een kind een liedje zingen: ‘Neem en lees, neem en lees.’ Hij voelt zich aangesproken, pakt zijn bijbel en slaat Romeinen 13:13-14 op: ‘Laten we daarom zo eerzaam leven als past bij de dag en ons onthouden van bras- en slemppartijen, ontucht en losbandigheid, tweespalt en jaloezie. Omkleed u met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan uw eigen wil, die begeerten in u opwekt.’
Augustinus schrijft: ‘Ik zocht naar de weg om de kracht te krijgen die mij van U kon laten genieten. Die weg vond ik pas toen ik me overgaf aan de middelaar tussen God en mensen, de mens Jezus Christus’ (1 Timoteüs 2:5).
Soevereine vreugde dus, want pas toen hij zich aan Jezus vasthield, kon hij de zonde loslaten. Dankzij Jezus ging de vreugde in God triomferen over het genot van seks, retorica en filosofie. Augustinus vond de overvloedige vreugde waar hij zijn leven lang al naar gezocht had, in Gods nabijheid. Hij werd een christenhedonist.
Beleving
Over Gods nabijheid zoeken en daarvan genieten schrijft ook Timothy Keller in zijn nieuwste boek Prayer. Experiencing Awe and Intimacy with God. Keller (1950) is predikant in New York en auteur van boeken als In alle redelijkheid, Namaakgoden en Het huwelijk.
Genieten van God kan ons wat vaag en ongrijpbaar in de oren klinken. Het speelt zich af op hartsniveau en betreft de beleving van geloofswaarheden. Gereformeerden spannen zich doorgaans meer in om de zuivere leer te zoeken en te bewaren dan om God daadwerkelijk te ervaren in hun leven. Ze denken dat ze daarin de kerkvaders en de reformatoren aan hun zijde hebben, die immers de kerk van dwaalleer zuiverden, maar dat kon weleens een misvatting zijn, schrijft Keller.
Juist als het gaat over het kennen van God met hoofd én hart valt er veel te leren van Augustinus, Luther en Calvijn, ontdekte hij. Het gaat niet om waarheid óf Geest, om leer óf ervaring. Calvijn schrijft bijvoorbeeld in zijn Institutie: ‘Gods Woord wordt (…) niet in geloof aanvaard wanneer het hoog in de hersens rondwaart, maar wanneer het diep in het hart geworteld is.’ En Luther noemde bidden het verwarmen van het hart.
Plompverloren
Hoe vindt de mens dan vreugde in God? In Psalm 37:4 staat: ‘Zoek je geluk bij de HEER. Hij zal geven wat je hart verlangt.’ Opnieuw: God zelf zal die vreugde geven, en wel als je Hem erom bidt. Niet alleen op het gebed, maar vooral ín het gebed. Velen van ons maken regelmatig plompverloren de overgang van een vrij verstandelijke bestudering van de Bijbel naar gebed. Dan slaan we een stap over, zegt Keller. Wat via je hoofd binnenkomt, moet voordat je goed kunt bidden eerst zodanig verwerkt worden dat het weerklank vindt in je hart.
Het instrument dat Keller daarvoor voorstelt, is meditatie over de Schrift, en zoals hij dat concreet uitwerkt, is daar niets zweverigs aan. Het is zelfs hard werken. Het vergt oefening, geduld en volharding. Uiteindelijk – Keller zegt dat het hem twee jaar kostte – zal het leiden tot een enorme verdieping en verrijking van je gebedsleven en tot meerdere eer en glorie van God. Want Hij zal steeds groter worden in je leven: je grootste vreugde, die alle andere dingen die je liefhebt veruit overstijgt. Voor wie geleerd heeft om over de Schrift te mediteren, krijgt bidden een heel andere dimensie. Bidden wordt een daadwerkelijke ontmoeting, een vertrouwelijke omgang met God.
Het moet tot ons doordringen dat de dingen die ons hart liefheeft ‘door elkaar gehusseld zijn’, dat ze in de verkeerde volgorde staan
In Prayer kiest Keller ervoor om de klassieke schrijvers die hij jaren geleden tijdens zijn theologische opleiding bestudeerd heeft opnieuw te gaan lezen, maar nu met als insteek: wat zeggen zij over bidden? Diepe, existentiële waarheden over het gebed, waar hij eerder totaal overheen gelezen had, komen in zijn boek opnieuw tot leven. Zoals John Piper bij zijn levensthema ‘soevereine vreugde’ staat op de schouders van Augustinus, Luther en Calvijn, zo leert Keller van hen en anderen wat de waarde is van bidden en hoe je dat in de praktijk doet. Van Augustinus leert hij veel uit één van zijn brieven.
Knipoog
Augustinus’ korte, praktische essay over bidden was bestemd voor de weduwe Anicia Faltonia Proba (gestorven in 432). Zij had hem geschreven omdat ze bang was dat ze niet bad zoals het hoorde. Augustinus geeft haar een aantal praktische richtlijnen.
De eerste is dat je, voordat je weet wat je moet bidden en hoe je daarvoor moet bidden, eerst een bepaald soort persoon moet worden. Augustinus schrijft: ‘Uit liefde tot dit ware leven moet u zich dus in deze wereld altijd als “alleenstaand en troosteloos” beschouwen, hoe welvarend u ook bent.’ Met andere woorden: hoe fantastisch je aardse omstandigheden misschien ook zijn, je moet inzien dat ze je nooit de blijvende vrede, het geluk en de troost kunnen geven die in Christus te vinden zijn.
Dit is een belangrijk thema in het werk van Augustinus, waar Keller ook in eerder werk (Namaakgoden) al op terugviel: de herordening van onze liefdes. Het moet tot ons doordringen dat de dingen die ons hart liefheeft ‘door elkaar gehusseld zijn’, dat ze in de verkeerde volgorde staan. We maken vaak wel ruimte voor God, maar Hij staat niet bovenaan in ons leven. En zelfs als we dat met de mond wel belijden, laat ons leven het tegendeel zien.
Als je ervan doordrongen bent dat je zonder Christus ‘alleenstaand en troosteloos’ bent, kun je gaan bidden. En waar moet je dan om bidden? Vraag of je gelukkig mag worden, zegt Augustinus, wellicht met een knipoog. Iemand die beseft dat een gemakkelijk leven en fijne dingen je alleen een vluchtig genoegen schenken, zal namelijk met de dichter van Psalm 27 bidden: ‘Ik vraag aan de HEER één ding, het enige wat ik verlang: wonen in het huis van de HEER alle dagen van mijn leven, om de liefde van de HEER te aanschouwen.’
Schoonheid
Het is geen toeval dat alle dertien hoofdstukken van Belijdenissen geschreven zijn in de vorm van een gebed. In poëtische taal beschrijft Augustinus daarin ook wat het concreet inhoudt om God boven alles lief te hebben en in Hem je grootste vreugde te vinden. Een citaat dat zowel in Legacy als in Prayer terugkomt:
‘Maar wat heb ik lief als ik U liefheb? Niet een mooi lichaam, geen schoonheid die voorbijgaat, geen licht dat onze ogen graag zien, geen mooie melodieën van allerlei liederen, niet de fijne geur van bloemen of van parfum of zalf, geen manna en geen honing, niet een lief lichaam om te omhelzen. Dat heb ik niet lief als ik mijn God liefheb. En toch heb ik wel zoiets lief als licht, zoiets als een stem en als een geur, zoiets als voedsel en als een omhelzing, als ik mijn God liefheb: Hij is licht en klank en geur en voedsel, Hij is de omhelzing van mijn innerlijke mens, waar voor mijn ziel oplicht wat niet aan plaats gebonden is, waar klinkt wat de tijd je niet afneemt, waar een geur is die niet op de wind verwaait, waar smaken niet minder wordt door eten, waar omhelzing niet loslaat door verzadiging. Dit heb ik lief als ik mijn God liefheb.’
Augustinus leerde het door schade en schande en Piper en Keller zeggen het hem na: overvloedige vreugde schenkt God alleen als je haar zoekt in zijn nabijheid. Hij is namelijk zelf die vreugde.
Webtips
- www.augustinus.nl
Website van het Augustijns Instituut, dat al meer dan 25 jaar onderzoek doet naar het werk van Augustinus en met veel nieuwe, goed leesbare vertalingen van zijn werk gekomen is. De website bevat veel te downloaden materiaal, zoals dertien thematische boekjes uit de serie ‘Augustinus aan het woord’. Daarnaast zijn er veel doorverwijzingen naar andere (digitale) bronnen. Zie ook het artikel ‘Augustinus voor beginners’ op pagina 16-18.- www.desiringgod.org en www.redeemer.org (beide Engelstalig)
Veel preken en ander lees- en luistermateriaal van respectievelijk John Piper en zijn staf en van Timothy Keller en zijn staf.- www.onderwegonline.nl/web-en-leestips
Download hier een artikel van Erik de Boer over een preek van Augustinus over martelaars.
Boekentips
- John Piper, Verlangen naar God, Franeker (Van Wijnen), 2012. Een volgeling van Jezus heeft de ‘plicht’ om te genieten van God, schrijft Piper.
- Van Timothy Kellers Prayer. Experiencing Awe and Intimacy with God verschijnt in het najaar een Nederlandse vertaling. Voor wie niet kan wachten, is er in de kindle-store van amazon.com een digitale, Engelstalige versie.
- Voor wie niet alleen maar wat wil rondneuzen maar Augustinus daadwerkelijk wil leren kennen biedt zijn autobiografische Belijdenissen een goede ingang in zijn leven en werk. Kies dan voor de goed leesbare vertaling van Wim Sleddens uit 2009 (Budel: Uitgeverij Damon).
Heleen Sytsma-van Loo is neerlandicus en redacteur van OnderWeg.



