In Gods hand
- Wandelen met God
Het gebeurde alweer enkele jaren geleden, maar het leeft nog steeds in onze gedachten. Een goede vriendin van onze zoon verongelukte in de Schotse Hooglanden. Een jonge vrouw van 26. Ze struikelde tijdens een wandeling en viel te pletter. Waar was God toen?
De naam waarmee God in de Bijbel heel vaak wordt genoemd is Jahwe, Gods verbondsnaam. Die naam betekent: Ik ben er al. Ik laat je niet vallen! Maar die vrouw dan? Zij viel toch?
Een psalm die deze vragen heel dichtbij brengt is Psalm 13. De dichter voelt zich door God verlaten en vergeten. ‘Dag aan dag wordt mijn hart door verdriet overstelpt.’ Aan het eind van elke dag denkt de dichter: morgen zal het wel anders zijn… Maar de volgende dag zijn ze er weer: de vragen, het alleen zijn. En Gods stem is er nog steeds niet.
Poppetjes
Maar er staat toch: ‘Wie Hem aanroept in de nood, vindt zijn gunst oneindig groot’? En: ‘Eer zij roepen, zal Ik antwoorden’? Ja, dat staat er. Maar ook: ‘Mijn God, ik roep des daags, maar U antwoordt niet, en des nachts, en ik kom niet tot stilte.’
Waarom doet God zo? Laat ik dit eerst zeggen: God is niet een vader die op elke vraag van zijn kind afvliegt en al zijn wensen vervult. Vaders die dat doen, maken van hun kinderen verwende poppetjes. God kan zwijgen.
De volgende dag zijn ze er weer: de vragen, het alleen zijn
Eens liep een moeder achter Jezus aan. Haar dochter was ziek. Ze liep maar en riep maar: ‘Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij!’ Maar Jezus antwoordde haar niet. De discipelen leken barmhartiger. Zij konden de ellende van de vrouw niet langer aanhoren en zeiden tegen Jezus: ‘Doet U maar een wondertje, dan zijn we van haar af.’ Ze lijken barmhartiger, maar ze hebben alleen maar slechte zenuwen. De vrouw had dat wel door en klampte hen niet aan. Ze hoopte op Jezus, die almaar zweeg.
Zo kijkt de dichter van Psalm 13 tegen de zwijgende rug van God aan. Geeft hij nu de moed op? Nee, hij blijft bidden. Wat hij zegt ontroert: ‘Kijk naar mij, antwoord mij, HEER, mijn God!’ Keer U om, open uw ogen, open uw hart. Zult U werkelijk voorbijgaan aan een mens die niemand heeft en alleen kan terugvallen op uw liefde? Zou U dat werkelijk kunnen, hoorder van het gebed? Ik laat U niet los, tenzij U mij zegent!
Verlossing
De vrouw die Jezus niet losliet, werd verhoord. Jezus was verrast door haar geloof. Zo ook de dichter van Psalm 13. Hij blijft bidden. Zijn vragen lopen uit op een diepe rust en zekerheid. De overgang van twijfel naar zekerheid is bijna overrompelend. Midden in zijn twijfel ziet hij de verlossing. ‘Hij heeft mij geholpen’, zingt hij, terwijl de verlossing nog moet komen.
De overgang van twijfel naar zekerheid is bijna overrompelend
Toen Jezus de donkerte van Getsemane nog moest ondergaan, zei Hij tegen zijn discipelen: ‘Heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen!’ Hij nodigt ons uit om te leven vanuit die overwinning. Wanneer we te maken hebben met verdriet, kapotte verhoudingen, onrecht, kunnen we het dan opbrengen om op God te vertrouwen en te blijven bidden, wetend dat Hij allang aan de verlossing denkt?
Jezus zegt: ‘Als u iets vraagt in mijn naam, gelooft dat u het al hebt ontvangen.’ Dat is leven vanuit de belofte.
Regenboog
Laten we nog een keer teruggaan naar de Schotse Hooglanden, waar die jonge vrouw verongelukte. Toen haar vrienden afdaalden in het ravijn, om haar lichaam te bergen, stond er een regenboog boven de plek waar ze lag. Een halfuur lang. Op de liturgie van haar begrafenis stond een regel die ze eens in haar dagboek had geschreven: ‘Als ik val, val ik in Gods hand.’
In het begin was de vraag: waar was God toen? Hij was daar, in het ravijn, zestig meter diep. Gods trouw had Jacomijn gedragen.
Wim van der Linde is emeritus predikant in de NGK.



