NCGK en GKv Zoetermeer willen elkaar versterken
- Trefpunt
Door heel het land werken NGK- en GKv-gemeenten samen. Hoe komt deze samenwerking tot uitdrukking? En moet dat er per se toe leiden dat ze ooit één gemeente worden? In Zoetermeer is dat niet het geval. De NCGK (circa 560 leden) werkt daar vruchtbaar samen met de GKv (circa 400 leden), zonder dat een fusie in beeld is.
Gemeenteleden van beide kerken ontmoeten elkaar tijdens een gezamenlijk startweekend. (beeld Edwin Poot)
‘Het belangrijkste element van de samenwerking tussen de gemeenten zijn de gezamenlijke middagdiensten, inclusief de viering van het heilig avondmaal’, vertelt ds. Gertjan Oosterhuis, voorganger in de vrijgemaakte kerk in Zoetermeer. ‘En de gezamenlijke ochtend- en middagdiensten tijdens de zomerperiode.’
‘Daarnaast organiseren we samen activiteiten in de stille week voorafgaand aan Pasen en een gezamenlijke kerstviering voor senioren. En we hebben een gezamenlijke Alpha-cursus voor volwassenen en voor jongeren’, vult Jan-Renger Harwig, voorzitter van de NCGK, aan. Beide gemeenten hebben bovendien vorig jaar een gezamenlijk startweekend gehouden en het zogenaamde ‘combi-moderamen’ vergadert vier keer per jaar.
Minderheid
Oosterhuis geeft aan dat beide gemeenten groot genoeg zijn om zelfstandig te kunnen functioneren. ‘We zoeken de samenwerking daarom ook uit geestelijke motieven en niet zozeer uit overlevingsdrang. Die geestelijke motieven worden gevoed door het besef dat je als gereformeerde belijders niet langs elkaar heen moet leven, maar dat je elkaar juist moet opzoeken om elkaar versterken. We leren van onze verschillen en doen onze winst met elkaars sterke kanten. En we herkennen elkaar als volgelingen van Christus.’
Jan de Groot, voorzitter van de vrijgemaakte kerkenraad, voegt hier aan toe dat een formele federatie niet concreet in beeld is. ‘Wel zoeken we steeds naar nieuwe mogelijkheden om samen kerk van Christus te zijn in een grote stad, waar wij een minderheid zijn te midden van allerlei kerkelijke denominaties. Maar nog meer te midden van een meerderheid die zich niet (meer) betrokken voelt bij het geloof. Dat laatste vormt een duidelijke aansporing om onze beperkte krachten te bundelen.’
Verrijken
Jan-Renger Harwig beaamt dat er op dit moment geen behoefte is aan een federatie. ‘De toegevoegde waarde van verdere samenwerking zit niet in het getalsmatige aspect, maar meer in het elkaar steeds beter leren kennen als zusters en broeders en elkaar verrijken in geestelijke groei en gemeente zijn.’
Daarom heeft het combi-moderamen besloten om te onderzoeken of de samenwerking nog verder kan worden uitgebouwd. ‘Dat zou kunnen op een aantal terreinen: het jeugdwerk, het seniorenbeleid, de onderlinge informatie-uitwisseling, een gezamenlijke ochtenddienst met viering van het avondmaal en daarna samen koffiedrinken, en opnieuw een gezamenlijk startweekend met daaropvolgend bijvoorbeeld gedurende een bepaalde periode gezamenlijke themakringen. In het voorjaar wordt hierover verder gesproken en gaan we kijken welke mogelijkheden er daadwerkelijk zijn.’
Maarten Boersema is fotograaf, tekstschrijver en predikant.



