Een brief van Maria

Roel Venderbos | 19 december 2020
  • Thema-artikelen

Ja, je leest het goed, dit is een brief van Maria. Ik heb de behoefte om iets van me te laten horen, want er heerst een ernstige pandemie bij jullie. Veel dingen gaan anders en door allerlei regels kunnen jullie elkaar minder ontmoeten. Mensen voelen zich eenzaam en alleen. Daarover kan ik meepraten maar er nu ook op terugkijken. Ik wil jullie er iets over vertellen.

Rien Poortvliet, Hij was één van ons, Kampen (Kok), 2018.

Rien Poortvliet, Hij was één van ons, Kampen (Kok), 2018.

Ook voor mij zijn er tijden geweest waarin ik mij alleen, eenzaam en door iedereen onbegrepen voelde. Ik begreep zelfs mijn eigen leven niet meer. Ik leefde mijn leven zoals zoveel andere meisjes van mijn leeftijd, niet indrukwekkend of opvallend, gewoon in een plaatsje ergens in de provincie. Zeker, het zou niet lang meer duren of ik zou trouwen met Jozef. Een fijne vent, eerlijk en betrouwbaar. Hij leefde met God, net als ik. We luisterden naar zijn Woord en wilden graag weten hoe Hij wilde dat we ons leven zouden inrichten. Ook gingen we naar de synagoge en kregen daar onderwijs. Ik hield van zingen en verdiepte me graag in oude gedichten en liederen. Mooi om te zien hoe mensen hun geloof in God verwoord hebben, dat inspireerde mij ook. Ook vertrouwden we erop dat de Heer al zijn oude beloften eens zou vervullen. Een Verlosser die uit Israël zou voortkomen, uit de stam van David, die het volk zou bevrijden van schuld en zonden. Maar dat het zó zou gebeuren, dat had ik niet verwacht.

Alleen

Op een dag was ik alleen in huis, ik was niet iets bijzonders aan het doen. Opeens stond er iemand bij me in de kamer, ik kende hem niet, maar hij leek heel gewoon. Tot hij me begroette en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Ik wist niet wat ik hoorde. Wie was dit, wat zei hij? Ik begenadigd? Er ging van alles door me heen aan schrik, verwondering en verwarring. Ik zou heel blij moeten worden, zoals de oude profeten al schreven: ‘Verheug u, o dochter van Sion.’ Maar mijn gedachten schoten alle kanten op: wat gebeurt hier, en wat heeft dit allemaal te betekenen? Zou God iets groots van plan zijn en betrekt Hij mij dan daarbij?

Even gaf de man mij gelegenheid om zijn woorden tot me door te laten dringen. Maar toen hij mij zag worstelen met al die verschillende gedachten en gevoelens, stelde hij me gerust. Ik hoefde niet bang te zijn, God had me uitgekozen voor iets moois. Nog voor ik daarbij ook maar iets kon bedenken, zei hij erachteraan: ‘Je zult zwanger worden, en een zoon baren die je Jezus moet noemen. Een groot man die Zoon van de Allerhoogste zal worden genoemd, en God zal Hem voor altijd de troon van zijn vader David geven.’

Als ik die duizelingwekkende woorden nog eens teruglees, snap ik niet dat ik reageerde zoals ik deed. Dat hoorde vast ook bij dat ‘begenadigd’ zijn. ‘Hoe zal dat gebeuren’, reageerde ik? ‘Ik heb nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ Gek hè, ik trok helemaal niet in twijfel dat het zou gebeuren, ik vroeg me alleen af hoe. Ik besefte nog nauwelijks wat de engel Gabriël (dat was die man namelijk) had gezegd. Hij zal wel gedacht hebben: je hebt straks alle tijd om daarover nog eens na te denken. Hoe dan ook, hij ging wel in op mijn vraag, want hij zei: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken.’

Toen begon het me opnieuw te duizelen. ‘Geest’ en ‘bedekking van vleugels’, het waren woorden die me deden denken aan het begin van de geschiedenis. Toen zweefde Gods Geest over de wateren en liep het uit op de schepping van de mens. God creëerde hem uit klei en blies hem de levensadem in. Ik dacht: zou Hij via mij een nieuw begin gaan maken met de geschiedenis? Dat kind met die veelbelovende namen en titels, zou de Geest dat in mij doen groeien en ter wereld doen brengen?

Maar Gabriël kwam nog met een compleet andere, ook verrassende boodschap: je oude kinderloze nicht is al vijf maanden zwanger van een zoon, want ‘voor God is niets onmogelijk’. Het drong op dat moment nauwelijks tot mij door wat hij zei. Ik dacht nog aan wat hij eerder zei over mijn zwangerschap en hoe dat dan zou gaan, en ik zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Ik wist eigenlijk niet wat ik zeggen moest, maar wist wel dat ik de Here wilde gehoorzamen en dienen.

Stil

Even later verdween de engel, net zo plotseling als hij was gekomen. Wil je wel geloven dat ik een hele tijd stil op mijn stoel gezeten heb? Het leek wel een droom. Ik kneep in mijn armen om te voelen of het waar was. Het was ook zo groots, zo onwerkelijk. Met wie zou ik dit kunnen delen? Zou iemand me geloven als ik vertelde wat er gebeurd was? Ik kon het zelf al nauwelijks geloven.

Voor m’n gevoel heb ik uren voor me uit zitten kijken. Steeds maar weer zag en hoorde ik Gabriël. Toen heb ik een papiertje gepakt en ik heb niet alleen Gabriëls woorden opgeschreven, maar ook wat ik zelf gezegd heb. Toen ik ze las en herlas, drongen ze nog dieper tot me door, tegelijkertijd kon ik ze niet bevatten. Zou ík moeder worden van de Zoon van de Allerhoogste? Ik voelde me klein en kwetsbaar.

Ik heb me vreselijk alleen gevoeld. Met wie kon ik dit delen, wie kon ik vertellen wat er gebeurd was, wie zou me geloven? Gek hè, dat ik mij door het kerstevangelie heel eenzaam voelde? Niemand zou me begrijpen of geloven. Ze zouden me vast meewarig aankijken en denken: ja, dat die Maria graag met de dingen van God bezig was, wisten we. Maar wat draaft ze nu verschrikkelijk door, ze lijkt wel aan godsdienstwaanzin te lijden. Of: Maria, je loopt wel erg vooruit op je huwelijk. Dat je nu al met het krijgen van kinderen bezig bent, doe een beetje normaal.’ En Jozef, hoe zou hij reageren? Zou hij er iets van begrijpen of geloven? Of zou hij denken: Maria, wat valt me dat van je tegen. We waren zo gek op elkaar. Het is een ding dat je me ontrouw bent, dat had ik echt nooit van je verwacht, maar wil je daar alsjeblieft niet de naam van God bij gebruiken. Dat doet me nog meer pijn.’

Verbonden

Deze zwangerschap was zo anders dan al die andere zwangerschappen die ik later nog gehad heb. Het was een zwangerschap waarin eerst alleen maar ruimte was voor God. Ik voelde me alleen bij de mensen, maar niet bij God. Met God voelde ik me intens verbonden. Eigenlijk kon ik mijn geheim alleen met Hem delen en mijn ziel tot rust brengen bij Hem. Ik heb er later nog veel aan terug moeten denken als een van mijn kleine kinderen druk en onrustig was en tot rust kwam bij me. Zo kwam ik tot rust bij God. Intiem en verstild. Ik moest denken aan dat lied van Hanna die ook op een wonderlijke manier een kind verwachtte. Ik kende het uit mijn hoofd, steeds opnieuw kwam het boven en deed ik nieuwe ontdekkingen. Het ontroerde me zo om te zien hoe God zijn weg gaat en daarvoor ook mij wilde gebruiken.

Bij alle hoopvolle verwachting op God was er ook twijfel. Had ik mezelf niets ingebeeld? Was het allemaal wel echt waar? Toen schoot me te binnen wat Gabriël over Elisabet gezegd had, ook iets onbestaanbaars. Zou zij nog een kind kunnen krijgen? Ik besloot naar haar toe te gaan. Ik schreef Jozef naar wie ik ging en was zo blij dat er nog geen mobieltjes waren: dan zou hij doorvragen.

Toen ik aanklopte, riep Elisabet me toe: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen en gezegend is de vrucht van je schoot.’ Ongelooflijk, ze wist dus van mijn zwangerschap en mijn vertrouwen op God. Wil je wel geloven dat ik ontzettend blij werd van haar woorden? Het was gek, ik zong zomaar een nieuw lied, geïnspireerd door de oude woorden van Hanna. Drie maanden bleef ik bij haar, ze vlogen om. Met haar kon ik praten over wat haar en mij overkomen was en over wat dit allemaal te betekenen had. Samen onderzochten we wat God met ons voor had en we werden steeds blijer.

Eenzaam

Toen ging ik terug naar Jozef. Hij kon niet geloven wat ik vertelde. We stonden eenzaam tegenover elkaar. Er moest een engel aan te pas komen om hem te overtuigen. Gelukkig werden we later gesteund door de herders, de wijzen uit het oosten, Hanna en Simeon. Maar die Simeon sprak ook over een zwaard dat door mijn ziel zou gaan. Ik heb daaraan vaak gedacht, toen al die kinderen werden vermoord in Betlehem en omstreken bijvoorbeeld. Toen Jezus twaalf jaar oud was en ons liet zoeken. Toen Hij, dertig jaar oud, ons huis verliet, gedoopt werd en het land doortrok. Toen Hij zich distantieerde van mij op de bruiloft in Kana. Toen mijn andere kinderen en ik dachten dat Hij gek geworden was, maar Hij ons corrigeerde door te vertellen wie zijn echte broers en moeder waren. Toen ze Hem een zuiplap noemden. Toen al zijn leerlingen Hem in de steek lieten. Toen Hij aan het kruis hing, zijn ogen op mij richtte, me toesprak en me aan Johannes verbond. Toen Hij vlak voor Hij stierf, riep: ‘Alles is volbracht!’

Lees die laatste woorden nog eens: mijn Zoon was niet alleen onze oudste zoon, maar Zoon voor de hele wereld! En Hij was ook mijn Redder en Heer. Ik heb tijd nodig gehad en gekregen om tot die erkenning te komen. Maar wat ben ik blij dat Hij ook mij wilde redden. In de stilte en eenzaamheid heb ik Hem gevonden en Hij hielp mij ook door de verbondenheid met anderen.

Denk daar eens over door, het kan je helpen en stimuleren om God te vinden. Dan wordt deze tijd met alle beperkingen en de stille Kerst misschien wel een heel gezegende tijd voor je. Wie weet loop je ook een ‘Elisabet’ tegen het lijf. En straks kunnen jullie vast weer uitbundig zingen.

Hartelijke groeten, en tot ziens bij Jezus!
Maria

Over de auteur
Roel Venderbos

Roel Venderbos is deeltijd predikant van de NGK Kampen en deeltijd geestelijk verzorger in een verpleeghuis.

Meest gelezen

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel
Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Jos de Kock
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Waar is het goed voor, belijdenis doen? Waar gaat het eigenlijk over? En voor wie is het bedoeld? Een praktische analyse van deze vragen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief