‘We mogen waarheid en liefde niet tegen elkaar uitspelen’
- Reportage
- Thema-artikelen
Jannet de Jong-Wilts is adviseur van het Praktijkcentrum te Zwolle. Ze heeft het hele gereformeerde rijtje doorlopen: basisschool, middelbare school, Theologische Universiteit Kampen en woont nu in de pastorie. ’Wij van het Praktijkcentrum doen niet aan waarheidsvinding of systematische theologie, daar zijn anderen voor. We komen meestal in beeld als er een knoop is doorgehakt en de gemeente daarmee verder moet.’
‘In mijn werk zoek ik de waarheid niet. Ik ben meer bezig met de vraag hoe je het met elkaar uithoudt als die waarheid niet voor iedereen hetzelfde is.’ Jannet de Jong-Wilts staat als adviseur bij het Praktijkcentrum in Zwolle aan de modderkant van het kerkenwerk, zoals ze het zelf noemt. ‘Daar waar spannende vragen spelen, als de toekomst niet helder is, bij gevallen van misbruik of na conflicten. Als een kerkenraad worstelt met de vraag of een getrouwd homostel welkom is aan het avondmaal, dan helpt iemand als Ad de Bruijne hen met het beantwoorden van die vraag. Als ze eruit zijn, worden wij ingeschakeld om te kijken hoe de communicatie naar de gemeente gedaan kan worden. Mijn opvatting doet er dan niet toe; professioneel gezien moet ik elke gemeente van dienst kunnen zijn. Het komt voor dat ik de enige vrouw ben in de vergadering, dat ze mijn voorstel blindelings overnemen en in de pauze bij de koffie onder elkaar mopperen op de besluiten van de synode die de vrouw een andere rol wil geven in de kerk.’
Dorpskerk
Jannet de Jong is opgegroeid in het Groningse Enumatil, in een GKv die meer leden heeft dan het dorp inwoners. ‘Die kerk is, behalve hartelijk GKv, ook gewoon een dorpsgemeente, waar betrokkenheid op de gemeenschap, onderlinge verbondenheid en zorg heel gewoon zijn. Zoals je dat ook vaak bij dorpskerken in de Protestantse Kerk ziet. Als dezelfde groep mensen een kerk hadden gevormd in een buitenwijk van Rotterdam, dan zou mijn jeugd misschien heel anders geweest zijn. Dan zouden ze het kerk-zijn meer gerationaliseerd hebben en veel bewuster zijn omgegaan met profilering ten opzichte van de omgeving.’
‘Bij ons thuis was geen exclusieve sfeer. Mijn ouders kwamen allebei van buitenaf. Ze hebben zich altijd met hart en ziel voor de kerk ingezet, maar we vielen niet automatisch samen met de gemeente. Er werd in ons gezin niet heel stringent met de waarheid omgegaan, alles mocht bevraagd worden. Ik heb aan de TU Kampen gestudeerd en woon nu in de pastorie. Mijn man Lieuwe is predikant hier in Apeldoorn. Ik preek zelf wel, maar ik heb niet de predikantsopleiding gevolgd. Dat is een bewuste keuze geweest. De kerk is veelkleurig, er zijn veel verschillende gaven gegeven aan de gemeente. Ik denk dat we nog veel veelkleuriger verkondigen als er ook andere mensen dan gemeentepredikanten voorgaan, mensen uit verschillende richtingen, met verschillende opleidingen en achtergronden. Het voegt iets toe om van een andere kant ernaar te kijken. Als ik predikant zou worden en precies in al die vakjes ga passen, dan doe ik dat omdat de kerk het vraagt, maar niet omdat ik daar zelf voor zou kiezen. Bovendien vind ik een predikant in het gezin wel genoeg.’
Basaal
‘Ik was lid van het Deputaatschap Man/vrouw en Ambt. We hebben, toen we begonnen, niet tegen elkaar gezegd hoe we er zelf instonden. Pas toen er conclusies getrokken moesten worden, hebben we ons uitgesproken naar elkaar. We hebben een heel rapport geschreven zonder te weten of de persoon in kwestie voor of tegen was. Dat vonden we ook niet de hoofdvraag. Ieder pakte een onderwerp op naar zijn gaven en begon bij het begin. Aan het eind van het liedje, toen we de zaak op een rij hadden gezet, vroegen we aan elkaar: en hoe sta je er nu zelf in? Het bleek dat we unaniem konden zeggen dat we voorstander van de vrouw in het ambt waren. Zo dachten we niet over elkaar, maar het was wel zo. Sommigen waren tijdens het proces ook van standpunt veranderd.’
‘Ben je je ervan bewust dat er
onder je hoofd nog van alles zit?’
‘Toen het er allemaal door was, moest ik een aantal kerken gaan begeleiden in hun eigen besluit. Alles kwam een aantal keren voorbij. Veel kerken nodigden voor de bespreking een voor- en een tegenstander uit. Die moesten allebei iets zeggen over de hermeneutiek die ten grondslag lag aan het besluit, ieder vanuit zijn eigen positie. Er kwamen veel argumenten langs; kerkenraad en gemeente moesten nu een eigen besluit gaan nemen, maar werden van links naar rechts geslingerd. Ik snap dat je argumenten wilt verzamelen, maar het is soms verscheurend voor de gemeenschap. Mensen worden boos op de kerkenraad dat ze geen leidinggeven en geen standpunt innemen. Toen heb ik een gemeente-avond over hermeneutiek voorbereid en een aantal keren gehouden. Dat ging heel basaal over: wat is hermeneutiek en waar hebben we het over als we dat woord gebruiken? Bezwaard of onbezwaard neemt het in de mond, maar mensen hebben vaak geen idee wat er allemaal achter schuilgaat.’
Sensitiever
‘Stel dat je leest over de zaligsprekingen en je woont in Syrië, je huis is kapotgeschoten… “Zalig zijn de vredestichters” betekent dan iets anders voor je dan als je op het terras van je vrijstaande woning zit. Het is niet goed of fout, maar het heeft een andere lading. Het wordt ingevuld vanuit wie jij bent; waar je woont; hoe je bent grootgebracht. Gods Woord spreekt altijd binnen de rest van zijn openbaring. Jij bent zelf ook een stukje van Gods openbaring, de natuur, de cultuur, van alles. Dat het Woord daarin mag klinken, vind ik een verrijking. Maar je moet er wel voor openstaan. Het is maar een klein voorbeeld, maar dit is precies waar we sensitiever voor kunnen worden.
Misschien dat we in de man/vrouw-discussie te veel vanuit de letter redeneren en te weinig vanuit wat God daarbuiten nog meer geeft, ook in elkaar. Ik begrijp heel goed dat er gemeenten zijn waarin voorlopig nog geen vrouwen in het ambt bevestigd zullen worden of misschien wel nooit. Het zit ook in onze kerkcultuur om iets onomstotelijk vast te willen leggen. Als je groot bent geworden in een sfeer waarin heel veel rationeel onderbouwd werd, dan is het ook vanzelfsprekend dat je daarin met elkaar verbonden bent. We moeten ons er wel van bewust zijn dat dat een cultuur op zich is. Het kan ook anders, bijvoorbeeld dat jij gewend bent om te zeggen: leuk hoor dat het dit betekent, maar hoe is het met je hart?’
Huilen
‘Vaak begin ik gemeente-avonden met de vraag: wat verbindt ons met elkaar? Delen we hetzelfde verlangen? Of: wat is je favoriete Bijbeltekst? Ben je je ervan bewust dat er onder je hoofd ook nog van alles zit? Dat mag ook meedoen van God. Anders had Hij ons wel met hoofden op stokjes gemaakt. Ik kan met mijn lichaam niet aan waarheidsvinding doen. En met mijn ziel voel ik ergens iets van het ware, het schone en het goede. Als ik dat met woorden duidelijk wil maken, kom je al snel uit op een heel rationeel geloof.
Als het erop aankomt, hebben veel mensen helemaal niet zo’n rationeel geloof, maar een diepgevoeld vertrouwen en zekerheid die ze soms niet eens met woorden kunnen uitleggen. Hopelijk kunnen ze het zingen of er stil bij zijn. Dus ik begin bij het zoeken naar wat ons met elkaar verbindt. Dan blijken we zo veel bij elkaar te herkennen en hebben we zo veel te delen. Dan zitten mensen te huilen bij elkaars verhalen. Het gaat dan niet om de emotie, maar om herkenning. Ik hoop dat mensen dit niet zien als een goedkope oplossing. Zo van: als we maar kunnen huilen of juichen met elkaar, dan hoeven we het niet te hebben over de rest. Ik denk dat je het dan juist kunt hebben over de rest.’
‘Veelkleurigheid leidt tot prachtige gesprekken’
‘In het Nieuwe Testament gaan waarheid en liefde altijd hand in hand. Als er in een bepaalde situatie veel over waarheid wordt gesproken, wordt het tijd om het over de liefde te hebben. En als het veel over de liefde gaat, moet de waarheid weer aan de orde komen. We mogen waarheid en liefde niet tegen elkaar uitspelen. Jezus is het allebei. Dat houdt ook in dat je bereid moet zijn je te laten corrigeren, te luisteren naar de ander en eventueel iets te doen met wat die ander zegt. Het betekent ook dat je daarnaast bereid bent te luisteren naar wat God zegt. Dat is veel gevraagd. Wij mensen zijn ten diepste niet bereid om te buigen voor een ander en al helemaal niet voor God. We komen dan ook niet zomaar weg door te zeggen: we laten ieder in zijn waarde. Het is: ja, ik heb je lief en nee, ik ben het niet met je eens. Het mag er in de kerk echt scherp aan toe gaan, maar we laten elkaar niet los. Het Woord is aan de kerk gegeven om er samen van te leren, om het met elkaar te lezen. Een gelovige is geen solist, per definitie niet. Prima dat er opinie-artikelen en brochures geschreven worden, maar in de gemeente moet het besproken worden.’
Op dit moment werkt Jannet aan verkennende bijeenkomsten in verband met de kerkfusie. Samen met NGK-collega Klaas Quist begeleidt ze de Landelijke Vergadering en Generale Synode. ‘Net als in een bedrijf dat pas begint, moeten we nadenken over waar we voor staan, wat onze waarden zijn. Wat is onze missie als we straks de Evangelische Gereformeerde Kerken zijn? Die naam is er nog niet door, maar die zou ik wel graag willen, dus schrijf dat maar op. Ik geloof best dat fuseren tot een efficiënte organisatie leidt, maar dat is niet genoeg. Wat de man/vrouw-discussie mij duidelijk gemaakt heeft, is dat toenemende veelkleurigheid tot prachtige gesprekken kan leiden. Hoe lees jij de Bijbel eigenlijk? Wie is God voor jou? Wat betekent Gods Woord in jouw leven? Dat we elkaar die vragen weer gaan stellen, is de winst van de groeiende diversiteit. We moeten er wel de tijd voor nemen met elkaar, of we nu kerk zijn in Enumatil of in Rotterdam.’
Arie Kok is journalist en tekstschrijver.





