Van hemelverlangen naar koninkrijksverwachting
- Opinie
- Thema-artikelen
Door alle tijden heen en onder alle mensen heeft er een besef bestaan dat dit aardse leven van voorbijgaande aard is. Een leven dat wordt gevolgd door een hiernamaals in een andere werkelijkheid. De Bijbel haakt aan bij het hemelverlangen van de natuurgodsdiensten, maar vervangt deze door iets anders. Welke kanteling vindt hier plaats en wat betekent dat voor ons geloof?
Al in de oudste graven van 60.000 jaar voor Christus worden voorwerpen gevonden die men als toerusting voor het verblijf in dat hiernamaals aan de doden meegaf. Abraham is geroepen uit Ur der Chaldeeën. Ur was een onderdeel van de oude Sumerische cultuur. Er bestond een vast geloof in het hiernamaals, waarop dit aardse leven je voorbereidde.
Door het Gilgamesj-epos, dat stamt uit het jaar 2000 voor Christus (zo’n beetje Abrahams tijd), weten wij daar iets van: de held van dit verhaal is op zoek naar de onsterfelijkheid en dwaalt daarvoor door de onderwereld. Hij vond ook daar het kruid van de onsterfelijkheid niet, maar het laat wel zien dat de hele toenmalige wereld geloofde dat alleen in het hiernamaals de vervulling te vinden is voor het hiernúmaals. Uit die wereld is Abraham weggeroepen. In alle natuurgodsdiensten broedt een hemelverlangen naar een andere wereld: de Elysische velden waar de krijgers rust vinden, een paradijs waar aardse genoegens ongeremd vervuld worden, een hemel met bovenaardse vreugde. Tegen de achtergrond van dit hiernamaalsgeloof voltrok zich het leven in het hiernumaals (zie voor een goede inventarisering: G. Derksen e.a., Geïllustreerde Atlas van het Hiernamaals, Amsterdam (Nieuw Amsterdam), 2010).
Kanteling
De Bijbel haakt aan bij het hemelverlangen van de natuurgodsdiensten – nergens wordt ontkend dat de doden bij hun sterven (zoals Jezus zelf zegt in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus) na hun dood in het dodenrijk hun ogen opslaan. En toch vindt er in de Bijbel iets heel bijzonders plaats: het hemelverlangen wordt vervangen door iets anders. Het kantelt. De aandacht wordt verlegd. Van omhoog kantelt het naar voren. In plaats van omhoog te zien, te verlangen naar de hemel (of naar beneden in angst voor de hel), wordt de aandacht gericht op de toekomst en op wat God belooft te gaan doen voor zijn volk. Het naar boven gerichte hemelverlangen wordt vervangen door de naar voren gerichte koninkrijksverwachting.
Abraham wordt weggeroepen uit Ur der Chaldeeën. Dat is meer dan een ruimtelijk vertrek.
‘Uit Oer is hij getogen,
aardsvader Abraham,
om voortaan te geloven,
in ’t land van Kanaän…’
‘Uit Oer is hij getogen,
ten antwoord op een stem,
die riep hem uit de hoge,
op naar Jeruzalem…’
(Gezang 3:1a, 2a, Liedboek voor de Kerken, 1973)
En, zo vervolgt W. Barnard in vers 6:
‘en allen die geloven,
zijn Abrahams nageslacht,
geboren uit de Hoge,
getogen uit de nacht:
de stad die zij verbeiden,
die staat in wit en goud,
aan het einde van de tijden,
voor iedereen gebouwd.’
De Bijbel voert ons mee in een beweging. Ze opent ons de ogen voor de dynamiek van de geschiedenis. Daarin voert God ons naar de stad met de fundamenten waarvan Hij de bouwmeester is (Hebreeën 11:10). Dat is iets anders dan een hemelverlangen. De Bijbel stimuleert nergens een verlangen naar de hemel, verticaal naar boven. Ga maar na: nergens lezen wij dat de verlossing ons ten deel zal vallen bij ons binnengaan in het dodenrijk of als wij in de hemel worden opgenomen. Wel leert Jezus ons bidden en verlangen naar het koninkrijk: ‘Dat toch uw koninkrijk kome!’ De Bijbel eindigt met de uitdrukking van dat verlangen. ‘Hij die van deze dingen getuigt, zegt: “Ja, Ik kom spoedig!” Amen. Kom, Heer Jezus!’ (Openbaring 22:20)
De Bijbel schetst aan het eind in Openbaring 21 en 22 dan ook niet een hemelse werkelijkheid met engelen en gezaligden, maar met de beschrijving van het nieuwe Jeruzalem, midden in een vernieuwde aarde. De eerste settlers in Amerika noemden het nieuwe land naar het oude vaderland: Nieuw Amsterdam, New England. Dat doet de Bijbel ook. Het koninkrijk dat komt, heet Nieuwe Aarde. Wat de hemel betreft: aan het begin van dit visioen wordt in Openbaring 21:1 wel gezegd dat het neerdalen van het koninkrijk uit de hemel leidt tot een vereniging van hemel en aarde, op een manier die ons verstand te boven gaat.
Vervulling
De geschiedenis van de mensheid loopt ergens op uit. Het was niet voor niets. Het vindt straks zijn vervulling en voltooiing in een totaal herstel van alle dingen (Handelingen 3:21). De oude orde is voorbijgegaan, zie de nieuwe is gekomen. Alles wat op aarde in onze geschiedenis gebroken was, wordt daar geheeld; wat onvoltooid was, daar vervuld; wat pijn deed, daar getroost. Paulus durft het zelfs aan om te zeggen dat al het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die daar geopenbaard zal worden (Romeinen 8:18).
Ik vind dat deze koninkrijksverwachting veel dieper dan het hemelverlangen antwoord biedt op de diepste hunkeringen van het hart. Het hemelverlangen biedt wel iets, maar het houdt altijd iets van een vlucht. Het lijkt ook alsof dit hemelverlangen in onze christelijke traditie pas goed is binnengedrongen in de middeleeuwen. In de vroegchristelijke kerk stond een veel aardsere verwachting van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde bij Jezus’ terugkeer centraal. In de lijn van Handelingen 1:6 ‘Heer gaat U dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ (vergelijk 2 Petrus 3) Tot en met Augustinus verwachtten de christenen de komst van de stad hier op aarde met een lichaam van rond de dertig en een weerzien van al onze geliefden! Zo reëel! (zie Randy Alcorn in Heaven, pagina’s 166, 179 en 290).
Na Augustinus is het neoplatonisme steeds sterker overheersend geworden. Het gevolg was een vergeestelijking van de hemelse toekomstverwachting: de aarde gaat ten onder, maar wie gelooft komt voor de troon van God in de hemel, om Hem in grote vreugde te aanschouwen en lof te zingen. De meer aardse verwachtingen doken onder in een vaak veel te menscentraal en wulps volksverlangen. In schilderijen van Pieter Breughel de oudere en Lucas Cranach wordt dat tot uitdrukking gebracht.
Schijn
Na de middeleeuwen zijn deze aardse verwachtingen als projectieleer terzijde gesteld. De oosterse religies zien in het aardse, het materiële, zelfs het hoofdprobleem van de mens. Maak je daaruit los. Overstijg het en een hemels geluk zal je deel zijn. Ook hierop is de kritiek terecht. Op die heilsweg verdwijnt alles waar ik hier en nu mee bezig ben. Leven met handen en voeten, eten en drinken, een liefdesrelatie, werken en op vakantie gaan, van de sneeuw en van de zon genieten, mij inzetten voor de stad en voor de school, meeleven met andere volken en culturen in hun inzet voor kunst en economie: het is dan allemaal schijn, het hoort niet tot het wezenlijke. Wij laten het achter in ons esoterische of hemelse geluk. Als een afgebrand raketdeel bij een ruimtereis valt het terug in de zee van de vergetelheid, terwijl ik verder omhoogschiet. Is dit alles dan echt ten diepste zonder zin en vervulling?
Overigens, blijkbaar staan de islamitische fundamentalisten in deze lijn als zij zichzelf tot martelaar maken en zich troosten met een paradijselijk luilekkerland. Wat een verschil met de Bijbelse hoop! God roept Abraham weg uit dit Oer. Uit Oer is hij getogen, om voortaan te geloven, ten antwoord op een stem, die riep hem uit de hoge, op naar Jeruzalem!
Radicaal anders
Alle andere hemelverlangens, de overgeestelijke en de overaardse, komen voort uit pijn en tekort en vallen onder de kritiek van projectie en wishful thinking. ‘Pie in the sky’, zei Karl Marx daarvan. Het Bijbelse toekomstverlangen is anders: het komt voort uit wat al vervuld is. De vervulling in de stem die riep, de ontwikkelingen in de geschiedenis, die al een voorafschaduwing zijn van wat komen gaat. Deze beloften geven juist, omdat ze al halverwege vervuld zijn, ons een gefundeerd vertrouwen op hun verdere vervulling. Dat is niet projecteren, maar voortbouwen. Er loopt een lijn door punten die je naar voren toe mag doortrekken. Het rust op wat al gegeven is: van Exodus naar Golgotha; van de hof van Jozef van Arimathea naar de wederkomst. Alle opstandingsgebeurtenissen in de geschiedenis op een rij.
Kwadraat
Deze koninkrijksverwachting breng ik toch weer naar voren in onze tijd. Ze heet postmodern. De hoop op een ‘groot verhaal‘ zou opgegeven zijn. In de vorige eeuw probeerden mensen grote idealen met geweld te verwezenlijken. Dit heeft ons allemaal kopschuw gemaakt voor grote woorden. Het bijzondere van de koninkrijksgedachte is nu juist dat het ons allemaal heel klein houdt. De toekomst komt op ons toe van gene zijde. Wij zijn het niet die het koninkrijk bouwen. Jezus zegt: ‘Zoek het koninkrijk.’ Het zegt niet: ‘Bouw het.’ Zoeken, dat doen we als we al ons verlangen daarop richten en het verwachten; iets ervan nu al inhoud geven, zodat het de verwachting naar meer van het goede versterkt.
Het is geen escape, projectie of dagdromerij. Dit is de ware invulling van mijn diepste dromen. De hoop, die in de twintigste eeuw bijna helemaal verdrongen is, keert weer terug. Er is zoiets als een hemel: dat is New Earth – het mooie van deze schepping in het kwadraat verheven. Het is geen prestatie van mij, of product van menselijke inspanning. Maar het inspireert wel. Ten laatste wordt het gevonden waar ik mij van mijzelf en mijn eigen dromen laat vrijmaken tot een houding van luisteren. Luisteren naar wat Hij, die mij gemaakt heeft, mij aanreikt in woord en daad.
Wim Rietkerk is medewerker van l’Abri Nederland en emeritus predikant van de NGK.





