Geroepen tot compromissen
- Achtergrond
- Opinie
- Thema-artikelen
Hoeveel ruimte gunnen we elkaar om verschillend te denken over de vragen rond homoseksualiteit? Wat vraagt Christus van homoseksuele gemeenteleden over de manier waarop ze hun leven inrichten? Is elkaar aanvaarden een verkeerde toegeeflijkheid of juist een heilzaam compromis? Wim Dekker bespreekt naar aanleiding van deze vragen twee Bijbelgedeelten.
Hoe kon je als gelovige Jood zomaar je eigen Bijbel anders gaan lezen en besnijdenis, reinheidswetten, spijswetten enzovoort gaan relativeren? (beeld ungvar/Shutterstock)
Te allen tijde waren er verschillen van inzicht binnen de ene kerk van Jezus Christus. Soms werden te lang ketterijen geduld, maar minstens zo vaak kwam het tot een scheuring over een kwestie die achteraf gezien geen scheuring waard was. Een scheuring is eigenlijk ook een onmogelijke mogelijkheid, omdat er maar één lichaam van Christus is. Als daarin een scheuring optreedt, dan moet de situatie zo ernstig zijn dat we zeker weten dat de andere partij vanwege leer of leven zich geheel buiten dit lichaam heeft geplaatst. Zolang we daarover in onzekerheid zijn, zijn we geroepen tot voortgaand gesprek en moeten we niet uitsluiten dat het compromis een heilige roeping is.
Vandaag dreigen scheuringen binnen het lichaam van Christus, wereldwijd maar ook in ons eigen land, vanwege diepgaande verschillen van inzicht rond de vraag hoe homoseksuele gemeenteleden hun leven behoren in te richten. Hoeveel ruimte gunnen we elkaar om hierin verschillend te denken? Dat is een belangrijke vraag. Een andere belangrijke vraag is of we, wanneer die ruimte er is, kunnen komen tot werkbare compromissen, waarin mensen over en weer om Christus’ wil zich serieus genomen voelen. Met het oog op deze vragen wil ik in deze bijdrage twee Bijbelgedeelten bespreken die ons wellicht verder kunnen helpen, te weten Handelingen 15 en Romeinen 14-15.
Jood en heiden
In de kerk van Christus is het van meet af heel spannend geweest of de eenheid bewaard zou kunnen worden, met name vanwege het grote cultuurverschil tussen christenen die behoorden tot het Joodse volk en christenen uit de heidenen. Het ging hier om twee totaal verschillende culturen die elkaar ontmoetten. Mensen moesten hun culturele verschillen gaan relativeren vanwege de ene doop in de ene naam van de ene God en Vader van Jezus Christus.
Het ging ook om totaal verschillende manieren waarop de Bijbel (voor hen was dit wat wij nu het Oude Testament noemen) gelezen werd. Hoe kon je als gelovige Jood zomaar je eigen Bijbel anders gaan lezen en besnijdenis, reinheidswetten, spijswetten enzovoort gaan relativeren?
Deze kwestie was geen scheuring waard
Uitvoerig kwam de kwestie aan de orde op het zogeheten apostelconvent in Jeruzalem, waarover we lezen in Handelingen 15. Hoe werd daar een dreigende scheuring voorkomen? Allereerst door de erkenning dat christenen aan beide kanten van de etnische en culturele kloof de heilige Geest ontvangen hadden, die hen deed zeggen: Jezus is Heer. In de tweede plaats door enkele zaken te formuleren die grote botsingen en ergernissen tussen de twee culturen zouden moeten voorkomen: de christenen uit de heidenen moeten zich onthouden van dingen die door de afgoden besmet zijn, van ontucht, van het verstikte en van bloed. Samen met een Joodse medebroeder een stuk vlees eten dat niet koosjer geslacht is, dat gaat niet. Dat stuit hem zo tegen de borst, dan wordt de eenheid in Christus in gevaar gebracht.
Elders uit het Nieuwe Testament en uit de kerkgeschiedenis wordt duidelijk dat het hier niet gaat om regels voor alle tijden. Het is een tijdelijk compromis dat de eenheid diende en ons daarmee uitnodigt om in elke nieuwe culturele context te zoeken naar omgangsregels die voorkomen dat de beleving van de eenheid in Christus onmogelijk wordt. Het criterium is dat we het werk van de heilige Geest in de ander niet kunnen ontkennen. Waarom niet? Omdat hij Jezus als Heer van zijn leven belijdt, bereid is Hem te volgen en zo met ons samen Hem aanroept in liederen en gebeden.
Benieuwd naar het hele artikel? Bestel nu het hele themanummer over homoseksualiteit via administratie@onderwegonline.nl. Onze administratie stuurt u het nummer zo snel mogelijk toe.
Afgeserveerd
Naast Handelingen 15 kan ook de uiteenzetting van Paulus over de eenheid van de gemeente van Christus in Romeinen 14-15 ons helpen. Met name de oproep die de apostel midden in dit gedeelte doet: ‘Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard’ (Romeinen 15:7).
Net als in Handelingen 15 gaat het hier over twee groepen christenen die het lastig vinden om met elkaar samen te leven, omdat de ene groep allerlei leefgewoonten belangrijk vindt die de andere groep volkomen relativeert. Gaat het hier wellicht over dezelfde tegenstelling tussen christenen uit de heidenen en christenen uit de Joden? In heel de brief speelt deze tegenstelling een rol en in 15:8-9 heeft Paulus het er weer over.
Wij staan voor nieuwe vragen, net zoals de christenen in het Nieuwe Testament toen Joden en heidenen aan één avondmaalstafel kwamen te zitten. (beeld Jackson Andrade/Lightstock)
In ieder geval gaat het over christenen die het onderhouden van bepaalde heilige dagen en van reinheidsvoorschriften heel belangrijk vinden. Ook is duidelijk dat andere christenen hier niet alleen gemakkelijker mee omgaan, maar bovendien dat ze zich op een soort vrijheid in Christus beroepen. Zo worden zij die ‘nog niet zover zijn’ min of meer afgeserveerd. Juist op dat punt springen voor Paulus alle stoplichten op rood. Aanvaard elkaar, ondanks dat je verschillend denkt en voelt op punten die voor de ander zwaarwegend zijn. Hij vermaant vooral hen die denken zich meer vrijheden te kunnen veroorloven.
Zorg er alsjeblieft voor dat ‘u eensgezind, met één mond, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus verheerlijkt’, zegt hij dan (Romeinen 15:6 HSV). Zal ons dat ook lukken als christenen die heel verschillend denken over homoseksuele relaties: eensgezind de God en Vader van onze Heer Jezus Christus verheerlijken? Zijn we praktisch bereid daartoe compromissen te sluiten of drijven we de gemeente van Christus uit elkaar, omdat de ene groep per se de overtuiging van de andere groep niet kan en wil aanvaarden als legitiem?
Nieuwe vragen
Nu kan ik me heel goed voorstellen dat er medechristenen zijn die dit wel zouden willen, maar die zich ernstig afvragen of Bijbelgedeelten als Handelingen 15 en Romeinen 14 en 15 wel in dit verband toepasbaar zijn. Misschien is deze onduidelijkheid een reden om deze gedeelten juist wel van toepassing te achten. Dit klinkt wellicht een beetje cryptisch, maar wat ik bedoel is het volgende. Als op grond van het lezen in de Bijbel zonder meer duidelijk zou zijn hoe het zit met het al dan niet geoorloofd zijn van een homoseksuele relatie in liefde en trouw, dan kunnen Romeinen 14-15 en Handelingen 15 buiten beschouwing blijven. Maar het punt is dat het niet zo duidelijk is.
Aanvaard elkaar,
ondanks dat je heel verschillend denkt
De Bijbel is er wel duidelijk over dat God het huwelijk van man en vrouw heeft ingesteld: een uniek en kostbaar geschenk dat we juist nu niet hoog genoeg kunnen houden. Ook is duidelijk dat in de Bijbel allerlei vormen van foute seks worden afgewezen. Maar homoseksuele mensen die in liefde en trouw van elkaar én van Christus houden, komen in de Bijbel niet voor. Wanneer wij vandaag zien dat die mensen er wel zijn, dat ze in de gemeente van Christus onze broeders en zusters zijn, dan staan wij voor nieuwe vragen. Net zoals de gemeenten in het Nieuwe Testament voor nieuwe vragen kwamen te staan toen wetsgetrouwe Joden en heidenen aan één avondmaalstafel kwamen te zitten.
Deze nieuwe situatie leidde noodzakelijkerwijs tot een nieuwe bezinning. Er had niet al eerder Bijbelstudie plaatsgevonden over de verhouding tussen oudere, oudtestamentische voorschriften en de actuele avondmaalstafel. Nee, het proces verliep omgekeerd. Eerst waren er de nieuwe christenen. Ze werden herkend doordat ze geleid door de Geest leefden en handelden met Jezus als Heer. Niemand van de apostelen durfde te zeggen: als die belijdenis echt was en als ze de Geest echt ontvangen hadden, dan zouden ze ook wel volgens de inzettingen van de vaderen leven. In die fout moeten wij dus vandaag ook niet vervallen.
Harde oordelen
Gelet op de steeds terugkerende vragen naar aanleiding van een vergelijking tussen het thema homoseksualiteit en de zaken die in Handelingen 15 en Romeinen 14-15 aan de orde zijn, is het goed één punt er nog even uit te lichten. Hierboven noemde ik het al: homoseksuele mensen die in liefde en trouw van elkaar en van Christus houden, komen in de Bijbel niet voor. Bovendien komen homoseksuele mensen die ‘uit de kast komen’ en niet weten wat ze moeten doen in de Bijbel niet voor.
Misschien is dat een nog overtuigender punt dan het eerste. Er is immers nog altijd een discussie gaande over hoe het zat met homoseksuele relaties in liefde en trouw in de hellenistische cultuur. We lezen daar in de Bijbel weliswaar niet over, maar op grond van andere geschriften zouden we toch zoiets kunnen veronderstellen. Het tweede punt geeft ons daarom misschien nog meer stof tot nadenken. Mensen komen met allerlei noden bij Jezus en vragen Hem om daarin te helpen. Maar niemand komt bij Jezus met de nood van zijn homoseksueel-zijn. Niet als ziekte en niet als zonde. Dat moet toch wel betekenen dat in de cultuur van die tijd, de Joodse cultuur met hellenistische invloeden, er geen reden of mogelijkheid was op dit punt een probleem te ervaren. Wij leven vandaag in een cultuur waarin dat heel anders is; we hebben hier dus met een nieuw probleem te maken.
We hebben te maken met een paradigmashift in de cultuur
Er is vrijwel niemand die de harde oordelen die de Bijbel uitspreekt over homoseksuele handelingen (zie Leviticus 20:13 of Romeinen 1:26) zonder meer van toepassing verklaart op gelovige homoseksuele broeders en zusters, alleenstaand of samenwonend. Men kan het samenwonen afkeuren, bijvoorbeeld op grond van het feit dat het huwelijk is ingesteld voor man en vrouw, maar dat is toch nog niet hetzelfde als de totale verwerping van mensen die als homo leven. ‘Je mag het wel zijn, maar je mag het niet doen’ is dan bijvoorbeeld de opvatting hieromtrent. Maar ook dat staat nergens in de Bijbel. Waarom niet? Omdat het type mens dat zijn identiteit als homo ontdekt en deze identiteit niet langer kan ontkennen, zo in de Bijbel niet voorkomt. Die mens is namelijk mede een product van onze cultuur, waarbij ook individualisering, emancipatie, een andere beleving van seksualiteit enzovoort een rol spelen.
Paradigmashift
Moeten we daar blij mee of juist verontrust over zijn? Nee, dat niet. Want wat is er namelijk aan de hand? Zowel toen als nu hebben we te maken met een paradigmashift in de cultuur. Het gaat om de vraag wie een christen is. Daarbij staat centraal de belijdenis van Jezus als Heer, gekoppeld aan het verlangen om je te laten leiden door zijn Geest. Dat betekent een nieuw lezen van oude teksten uit de Bijbel. Soms in alle besef van voorlopigheid, zoals in Handelingen 15, maar met één doel: elkaar niet kwijtraken en het werk van God zelf in de ander niet miskennen.
Er is nog veel onduidelijk. Daarom zijn we niet geroepen tot knopen doorhakken, maar juist tot compromissen. Voorzichtigheid, liefde, geduld, ruimte scheppen voor ieders persoonlijke gewetensovertuiging, daartoe worden we in Handelingen 15 en Romeinen 14 en 15 opgeroepen. Hoe heilzaam zou het zijn wanneer we kerkbreed vandaag opnieuw die wegen zouden zoeken.
Om over na te denken
- Aanvaard elkaar. Dat is geen kwestie van gemakzucht, maar een gebod op grond van de genadegave van eenheid.
- Christenen uit de Joden en christenen uit de heidenen kwamen niet in de eerste plaats tot aanvaarding van elkaar op grond van Bijbelstudie.
- Aanvaarding had alles te maken met de ontdekking dat de heilige Geest ook geschonken was aan medechristenen die een heel andere culturele bagage met zich meedroegen.
- Ook degenen die tegen homoseksuele broeders en zusters zeggen: ‘Je mag het wel zijn, maar je mag het niet doen’, geven er met die uitspraak blijk van dat ze sterk beïnvloed zijn door de moderne westerse cultuur. Deze uitspraak komt niet voor in de Bijbel, maar is bovendien ondenkbaar in de culturele context waarbinnen de Bijbel spreekt.
Wim Dekker is emeritus predikant in de PKN en was werkzaam voor de IZB.



