Veelgestelde vragen over Openbaring

Wim de Bruin en Rob van Houwelingen | 31 maart 2018
  • Thema-artikelen

Bijna elke lezer van Openbaring zal het herkennen: je zit met vragen. Ze blijven meestal op de achtergrond, maar geregeld komen ze weer bovendrijven. OnderWeg zet een paar veelgestelde vragen op een rij en voorziet ze van een antwoord. Als een routekaart bij het lezen van het boek zelf.

Hoe vind ik de betekenis achter de beeldspraak?

(beeld Dean Drobot/Shutterstock)

(beeld Dean Drobot/Shutterstock)

Openbaring maakt veel gebruik van beelden die angstaanjagend, bijzonder majestueus of ongekend vredig zijn. De beelden raken je in je emoties. Dat is ook het doel. De taal van Openbaring is evocatief. Dat is belangrijk om te zien, want veel Bijbellezers hebben de neiging om de beelden te zien als een soort codetaal die ontcijferd moet worden. De beelden van Openbaring zijn dan niet meer dan een pictogram. Het lam = Jezus. De draak = de duivel. De uitleg van het boek komt op deze manier neer op het herschrijven van de beelden in gewone taal.

We kunnen er echter van uitgaan dat vrijwel alle beeldspraak voor de eerste lezers direct duidelijk was. Het doel van de beeldspraak gaat dan ook één stap verder. Het beeld voegt betekenis toe en raakt daarmee de lezers. De beste vraag die je daarom steeds kunt stellen als je de beelden wilt uitleggen is: waarom gebruikt Openbaring juist dit beeld? Waarom wordt bijvoorbeeld Satan afgeschilderd als een vuurrode draak (Openbaring 12)? Wat zegt dat over hem en welk doel had de schrijver ermee?

Wij hebben vaak een extra stap nodig, omdat veel van de beeldspraak voor ons niet duidelijk is. De beste manier om erachter te komen is het bekijken van de tekstverwijzingen in een studiebijbel. Openbaring is gedrenkt in het Oude Testament. Door te kijken hoe een beeld voorkomt in het Oude Testament en wat Openbaring ermee doet, kom je vaak heel veel op het spoor.

Wat is de betekenis van de getallen?

Een onderdeel van de beeldtaal van Openbaring is het veelvuldige gebruik van getallen: 7, 12, 144.000, 666, enzovoort. Van sommige getallen ligt de betekenis voor de hand. Het getal zeven komt uit het scheppingsverhaal en wordt in Openbaring gebruikt om in drie series van zeven plagen de schepping te ontmantelen als gevolg van en oordeel over de zonde van de mensen.

Het getal twaalf duidt op de stammen van Israël (hoofdstuk 21:12) en de twaalf apostelen (21:14). Alle maten van het nieuwe Jeruzalem bevatten het getal twaalf en de stad is daarmee de volheid van Gods volk van het Oude en het Nieuwe Testament. De stadsmuur is 144 el breed, dat is twaalf keer twaalf. Het aantal verzegelden in Openbaring 7 is 144.000, en staat daarmee ook voor de volheid van Gods volk (recent schreef Matthijs Biewenga hierover, OnderWeg nummer 4, 17 februari 2018).

Wat betekent de tijd van de verdrukking?

De tijd van de verdrukking is een tijd, twee tijden en een halve tijd (12:14), ofwel 42 maanden (13:5), ofwel 1260 dagen (12:6). Dat komt neer op de helft van zeven jaar. De verdrukking is heftig, maar qua tijd niet meer dan de helft.

De beste vraag die je kunt stellen:
waarom gebruikt Openbaring juist dit beeld?

Als Johannes over die tijd schrijft als een tijd van vervolging, noemt hij steeds 42 maanden (11:2; 13:5). Schrijft hij over de bescherming van de gemeente, dan gebruikt hij de 1260 dagen (11:3; 12:6). Dat getal 1260 is een afgerond getal. 3,5 jaar is 1277 dagen. Daniël 12 schrijft over die tijd als 1290 dagen. Het is goed mogelijk dat dit getal zo afgerond wordt om uit te komen op een zogeheten rechthoeksgetal. De 1260 dagen zijn daarmee niet letterlijk te nemen. Ze gaan in op het moment dat Jezus naar de hemel is gegaan (12:6) en houden op als Jezus terugkomt. De tijd daartussen wordt beschreven als een tijd van enerzijds verdrukking en anderzijds bescherming van Gods gemeente.

Hoe zit het met het getal 666?

Zeshonderdzesenzestig, in het Grieks voluit geschreven, is het getal in het boek Openbaring dat het meest tot de verbeelding spreekt. In de popcultuur wordt er graag naar verwezen, de Opwekkingsbundel slaat het juist over. Volgens Openbaring 13:18 wordt er een mens mee aangeduid.

Openbaring maakt hier gebruik van de getalswaarde van letters; de eerste letter van het alfabet heeft een 1, de tweede een 2, enzovoort. In andere joodse apocalyptische boeken komen we deze techniek ook tegen. Het getal 666 is zowel de getalswaarde van het woord ‘beest’ als van ‘keizer Nero’, beide geschreven in Hebreeuwse karakters. Daarmee kan Johannes twee dingen bedoelen: keizer Nero is het beest of het beest is net als keizer Nero. In het tweede geval kan het beest duiden op een persoon (de antichrist), die nog moet komen, maar minstens zo erg zal zijn als keizer Nero. Het hangt af van je visie op het boek Openbaring welke keuze je hier maakt.

Velen wijzen bij het getal 666 ook nog op het gegeven dat het net geen 7 is. Het is het getal van de mens, geschapen op de zesde dag. Het is de mens op de toppen van zijn kunnen, bijna goddelijk (Psalm 8). Openbaring 13 laat zien dat de mens op de toppen van zijn kunnen tegelijk de ultiem slechte mens is, de tegenstander van Christus. Waar een gewoon mens te veel macht krijgt en hij zichzelf als goddelijk gaat zien (13:4), zal die macht ontaarden in het meest wrede machtsmisbruik (13:7). De wereldgeschiedenis is er vol van.

Wat wordt er met Babylon bedoeld?

In sommige eindtijdscenario’s gaat men ervan uit dat in de eindtijd Babylon herbouwd zal worden en de woonplaats van de antichrist zal zijn. In het boek Openbaring is Babylon echter codetaal voor de stad Rome. Net als de Babyloniërs vroeger hadden de Romeinen in 70 na Christus de tempel van Jeruzalem verwoest.

Rome was in de oudheid van een unieke grootte. Op het einde van de eerste eeuw liep het inwonertal tegen de miljoen mensen aan. Ter vergelijking: de tweede stad van de wereld, Alexandrië, had zo’n 400.000 inwoners. Als Johannes over ‘de grote stad’ schrijft, is voor de eerste lezers onmiddellijk duidelijk dat het over Rome gaat (16:19).

In het boek Openbaring is Babylon codetaal voor de stad Rome.

In het boek Openbaring is Babylon codetaal voor de stad Rome.

Om zo groot te kunnen groeien, had Rome niet genoeg aan het graan dat op het Italiaanse schiereiland groeide. Na de onderwerping van Egypte in 30 voor Chr. werd Egypte de graanschuur voor Rome. Daardoor kon Rome zo ontzettend groeien. Er was een enorme hoeveelheid handel in één richting, Rome. In Openbaring 18, de grote profetie over de val van Babylon, vinden we dan ook een stad die ongelooflijk rijk was geworden van de handel (18:11-14).

Wat betekent het nu dat Openbaring Rome met het woord Babylon weergeeft? Dat is niet zomaar een lege codetaal. Babylon verschijnt in het Oude Testament vanaf het begin als een megalomaan project. De mensen bouwen er een toren die tot in de hemel reikt (Genesis 11). In Daniël 4 zien we opnieuw die trots. Koning Nebukadnessar roept uit: ‘Is dit niet het grote Babel dat ik gebouwd heb?’

Babylon is in de Bijbel meer dan een historische stad. Babel komt in de Bijbel symbool te staan voor de menselijke grootheidswaanzin, die het meest tot uitdrukking komt in het bouwen van grote, versterkte steden. Daarom heet zowel de eerste als de laatste stad in de Bijbel Babel. Datzelfde megalomane zag men in de tijd van Johannes in de stad Rome.

Het is goed mogelijk dat Johannes dacht dat de val van Rome daadwerkelijk het einde van de wereld en de terugkomst van Jezus zou markeren. De aanwezigheid van een machtig Rome in de wereld was minstens zo vanzelfsprekend als de aanwezigheid van een machtig Amerika in de onze. En een val van die stad moest wel het einde van alles zijn. Maar door het taalgebruik van Johannes blijft het mogelijk om de naam Babylon steeds weer te betrekken op nieuwe projecten van menselijke grootheidswaanzin. De stad van de mens zal eens ten val komen. En de groene stad van God, het nieuwe Jeruzalem, bestaat voor eeuwig.

Wat is het duizendjarig rijk?

In Openbaring 20 staat het visioen beschreven waarin Satan een periode van duizend jaar gebonden zal worden, zodat hij de volken niet meer kan verleiden. Gedurende die periode zullen de martelaren weer tot leven komen en samen met Christus regeren. Tot zes keer toe lezen we het getal duizend.

Het chiliasme (naar het Griekse woord voor duizend: chilioi) of millenniarisme neemt dit getal letterlijk en construeert een compleet eindtijdscenario door een inhoudelijke verbinding te leggen met oudtestamentische profetieën over het vrederijk, vooral uit Jesaja. Bij de wederkomst zullen alleen de gelovigen worden opgewekt (de ‘opname van de gemeente’) en wordt een duizendjarig messiaans vrederijk op aarde gevestigd, met Jeruzalem als centrum. Na afloop daarvan breekt ‘de grote verdrukking’ uit en zal Christus opnieuw terugkomen om Satan definitief te verslaan.

Hedendaagse onderzoekers benadrukken dat de duizend jaar niet voor iedere gelovige bestemd is

Tegen deze constructie zijn verschillende bezwaren in te brengen. Een vrederijk op aarde doet eerder denken aan het nieuwe Jeruzalem uit hoofdstuk 21-22 dan aan hoofdstuk 20, waar niet eens over een rijk wordt gesproken. En de getallen uit Openbaring hebben doorgaans symbolische betekenis.

Vooral onder invloed van Augustinus heeft een minder letterlijke opvatting van de duizend jaar ingang gevonden: het gaat om de hele periode van de hemelvaart tot de wederkomst, waarin de kerk ongehinderd kan groeien en Satan in zoverre gebonden is dat hij de verbreiding van het evangelie niet kan tegenhouden. Alle gestorven christenen mogen in de hemel alvast meeregeren met Christus totdat het koninkrijk voltooid is.

Bij deze opvatting zou hoofdstuk 20 chronologisch voorafgaan aan hoofdstuk 19, waar de overwinning van Christus wordt gevierd als de bruiloft van het lam. Belangrijker nog is het probleem dat een gedeeltelijke binding van Satan zich moeilijk laat rijmen met diens opsluiting in een verzegelde put.

Enkele hedendaagse onderzoekers benadrukken dat de duizend jaren niet voor iedere gelovige bestemd zijn. In de tekst wordt een speciale categorie genoemd van gestorvenen die weer tot leven komen, namelijk de christelijke martelaars, ‘degenen die onthoofd waren omdat ze van Jezus hadden getuigd en over God hadden gesproken’. We hoorden hen al om bloedwraak roepen in hoofdstuk 6:9-11. Het feit dat zij intensief met Christus mogen meeregeren, op hemelse tronen gezeten, betekent voor hen een vorm van eerherstel. Dit zal gebeuren tijdens een soort ‘voor-opstanding’ en een ‘voor-oordeel’, voorafgaande aan de algemene opstanding van de doden en het laatste oordeel. Al zijn met deze benadering nog niet alle vragen opgelost, ze is wel veelbelovend.

Over de auteur
Wim de Bruin en Rob van Houwelingen

Wim de Bruin is predikant van de CGK Zutphen. Rob van Houwelingen is hoogleraar Nieuwe Testament aan de TU Kampen en redacteur van OnderWeg.

Meest gelezen

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel
Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Jos de Kock
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Waar is het goed voor, belijdenis doen? Waar gaat het eigenlijk over? En voor wie is het bedoeld? Een praktische analyse van deze vragen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief