Column: Bagagedrager
- Column
Waarom moest het nou weer een fiets met zo’n zware bagagedrager voorop zijn? Je kunt er een krat op vastmaken, maar dat maakt hem nog moeilijker te manoeuvreren. Mopperen kan ik als de beste, in mijn hoofd en hart, maar ook hardop als ik een publiek heb. Nu heb ik het echter niet door dat er iemand schuin achter me staat als ik mijn boodschappentas met een snelbinder erop vastzet.
‘Wat een mooie fiets heeft u’, zegt de mevrouw van middelbare leeftijd. Ik kijk verschrikt op en denk met weemoed terug aan mijn oude, lichte stadsfiets. Haar bewonderende blik heeft iets ontwapenends en mijn frustratie slaat om in trots.
‘Ja, hè?’, hoor ik mezelf zeggen. Al was het alleen al om haar te bedanken voor de vriendelijke woorden op deze grauwe morgen. Toch voelt het niet eerlijk, ik was tot nu toe helemaal niet blij met deze nieuwe fiets. Moet ik mijn ondankbaarheid hier aan een vreemde of zelfs aan God belijden? ‘En dan te bedenken dat ik deze fiets zomaar gekregen heb’, doe ik een poging.
‘Dat is een groot cadeau’, roept de dame uit. ‘Die persoon moet wel veel om u geven!’
‘Nou, dat valt wel mee, denk ik. We kregen een tegoedbon van een fietsenwinkel toen we een andere auto namen en dit is het resultaat. Hij fietst wel zwaar, hoor, met dat rek.’ Doe ik het weer. Ik maak de fiets minder dan het nuttige vervoermiddel dat hij is. De mevrouw kijkt naar het rek. ‘Wel handig toch, de boodschappen zo voorop, dan kan uw kind achterop in het zitje.’ Ze heeft gelijk. Je zou denken dat God haar op mijn fietspad heeft gestuurd. Sommigen zouden haar een engel noemen. Maar als ze dat niet is, kent ze God dan eigenlijk wel?
‘U heeft gelijk, deze fiets is genade’, zeg ik. Het woord roept iets bij haar op. Herkenning, misschien van vroeger? Is ze zelf nog bagagedrager van genade of is ze dat kwijtgeraakt?
‘Genade’, herhaalt ze, ‘ja, een fijne dag.’ Ik fiets slingerend weg.
Eline de Boo is schrijfster met een missionaire roeping.


