Column: Gebedsgenezing
- Column
Deze zomervakantie bezocht ik voor het eerst in mijn leven een gebedsgenezingsdienst. U weet misschien wel, die bijeenkomst tijdens de New Wine Zomerconferentie die de krant haalde vanwege een predikant die van een scoliose genezen zou zijn.
Het eerste deel zat ik met een kop koffie in de tent ernaast. Op een groot scherm zag ik voorganger Wilkin van de Kamp druk doen, alsof de power uit zijn tenen moest komen. Ik zeg u eerlijk: mijn voorliefde heeft Gods zachte aanwezigheid in de wind, zoals bijvoorbeeld Elia Hem in 1 Koningen 19 ontmoette. Dat Hij juist in de stilte – ongehoord en ongezien voor iedereen – de wonderlijkste dingen doet, bekoort mij.
Toen was mijn koffie op en zat ik daar alleen aan het tafeltje. Ik moest denken aan wat m’n zus de dag ervoor gezegd had: ‘Ik loop nergens voor weg en ga aan alles meedoen.’ Dus zat ik een paar minuutjes later naast haar, achter in de grote tent waar inmiddels bij het podium intens gebeden werd voor de genezing van groepjes mensen.
Ik voelde me klein, de zwakste schakel in een keten
De claim dat wie maar genoeg gelooft en bidt om genezing ook zál genezen, is de achilleshiel van de gebedsgenezingsdienst, vrees ik. Dominante gebedsgenezers, succesverhalen die mank gingen en een te hoog eventgehalte wekten – terecht – argwaan. Maar zo verdween helaas wel het kind met het badwater, ook bij mij.
Daarom stond ik even later ongemakkelijk met mijn hand op de schouder van Daniël. Hij was opgestaan toen gevraagd werd wie er voor zich wilde laten bidden. ‘En degenen die om jou heen zitten, gaan dat voor je doen!’ Pardoes werd het om ons heen leeg, maar wij waren gebleven en gingen bij Daniël staan. Ik voelde me klein, de zwakste schakel in een keten, maar juist daarom volledig afhankelijk toen ik stuntelend aan God vroeg om Daniël te genezen.
Geraakt liepen mijn zus en ik de tent uit. ‘Wat is jou nog van dat moment bijgebleven?’, appte ik haar laatst. ‘Het heeft mij geholpen de schaamte voorbij te komen’, appte ze terug. ‘Als het nu op mijn pad komt, doe ik het weer.’
Esther de Hek is tekstschrijver en hoofdredacteur van OnderWeg.


