Geloof en wetenschap kunnen elkaar inspireren
- Opinie
- Thema-artikelen
Iemand zegt: God bestaat niet, omdat we van de apen afstammen. Een ander meent: de aarde is plat, want dat staat in de Bijbel. Als geloof en wetenschap hun grenzen niet respecteren, is frictie gegarandeerd. De afgelopen eeuwen getuigen daarvan. Geloof en wetenschap zijn steeds zichtbaarder en voelbaarder tegenover elkaar komen te staan. Maar waarom eigenlijk? En kan het ook anders?
Volgens de Enquête Beroepsbevolking was in 2015 48 procent van de 30- tot 35-jarige Nederlanders hoogopgeleid (hbo of wo). Dat is ruim twee keer zo veel als een generatie eerder. Het gesprek over geloof en wetenschap is voor de meeste mensen dus al lang niet meer een academische ver-van-je-bedshow. Het is een gesprek dat studerende kinderen thuis aan de keukentafel met hun ouders voeren. Of juist niet, want de ruimte voor een open gesprek is er lang niet altijd. Daarom is het goed om te verkennen waar die ruimte gegeven kan worden. En ook waar de spanning rond dit thema vandaan komt.
Grenzen
Als er een Bijbeltekst is die kaders schetst voor een christelijk perspectief op de discussie rond geloof en wetenschap, dan is het Hebreeën 11:3: ‘Door het geloof komen we tot het inzicht dat de wereld door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare.’
Wetenschap richt zich op de geordende wereld van alles wat zichtbaar is. Geloof richt zich op de niet-zichtbare God, die tegelijk de bron van al het zichtbare is. Dat is een fijn en overzichtelijk uitgangspunt. Zelfs niet-christelijke wetenschappers kunnen zich meestal wel in deze verdeling vinden, want wetenschap wil zichtbaar en tastbaar maken.
Toch ervaren we geregeld dat geloof en wetenschap niet zo harmonieus met elkaar optrekken. Het geloof is ervan overtuigd dat Gods ordening van de wereld gezag heeft in de zichtbare wereld, terwijl de wetenschap steeds meer aan de grenzen van het zichtbare komt, bijvoorbeeld als ze onderzoek doet naar het ontstaan van de wereld.
Geloof en wetenschap hebben dus elk een eigen terrein. Een terrein met grenzen. Geloof biedt een context waarbinnen we kunnen werken. Dat geldt ook voor een wetenschapper die de werkelijkheid en haar functioneren probeert te duiden en te begrijpen. Juist omdat het geloof inzicht geeft in de dingen die je niet ziet, kan het richting geven aan je denken. Geloven en begrijpen vechten dan niet om voorrang, maar trekken samen op.
‘Iets uit niets’: dat is waar de wetenschap ophoudt, omdat er geen enkele proef is te bedenken om zoiets na te gaan of over te doen. We moeten erkennen dat ons onderzoeken en ons kennen hier ophouden. Dat brengt meteen een paradox mee voor de wetenschap: de wetenschap kan en mag nooit een geloof als conclusie trekken. Maar waar ons onderzoeken en kennen ophouden, daar ervaren we dat onze menselijke geest verdergaat: we kunnen ons voorstellen dat er een onzichtbare is die een doel heeft met wat er is. En we kunnen er ook nieuwsgierig naar zijn.
Fundamentalisme
Het spanningsveld tussen geloof en wetenschap is historisch gezien betrekkelijk jong. Meestal wordt voor het begin van die spanning naar de renaissance gekeken. Dan wordt Galileo genoemd, omdat die leerde dat de aarde om de zon draait, terwijl de kerk stelde dat de zon om de aarde draait. Dat conflict ging echter niet over begrijpen tegenover geloven. Galileo was een zeer gelovige man en probeerde de werkelijkheid te begrijpen als een gelovig mens. Dat de inquisitie zo fel reageerde, was niet omdat ze een conflict zag tussen geloven en begrijpen, maar omdat ze Galileo een ketters geloof verweet.
Giordano Bruno, een oudere tijdgenoot van Galileo, geloofde ook dat de zon centraal stond. Hij baseerde zich niet op metingen of waarnemingen, maar op de Egyptische verering van de zon. Bruno is één van de grondleggers van wat we de hermetische traditie noemen: kringen die zich bezighouden met occultisme en alchemie.
Gelovigen zagen hoe Bijbelteksten verkruimelden en
veranderden in de handen van wetenschappers
Tijdens de verlichting werd de menselijke rede tot hogepriester van de waarheid gekroond. De rede wilde voor het eerst in de geschiedenis geen ruimte meer laten voor het geloof. Immanuel Kant was hiervan het duidelijkste voorbeeld: de rede alleen. Wie dat systematisch doorzet, breekt met zowel geloof als gezag.
Echt op scherp kwam het conflict tussen geloof en wetenschap pas te staan toen dit rationalisme zijn pijlen op de uitleg van de Bijbel richtte. Methodes die in de literatuurwetenschap gebruikt werden om teksten te analyseren, werden ook toegepast op de Bijbel. Hoe oud is deze tekst? En welke bronnen heeft de schrijver gebruikt? Zo ontstond de tekstkritische methode van Bijbeluitleg. Dat gebeurde vooral in de negentiende eeuw, door mannen als Julius Wellhausen. In plaats van de interne overtuigingskracht van de Bijbel ging extern onderzoek bepalen wat de Bijbel betekent.
Er bouwde zich een spanning op tussen geloof en wetenschap. Gelovigen zagen hoe Bijbelteksten verkruimelden en veranderden in de handen van wetenschappers en gingen de wetenschap wantrouwen. Als tegenreactie ontstond een beweging van fundamentalisme. Zij bracht orthodoxe dogmatiek in stelling tegenover wat zij als liberalisme ervaarde. De spanning tussen fundamentalisme en liberalisme vond haar spits in de vraag naar de oorsprong: schepping of evolutie.
Jericho
In de tekstkritische theologie kwam het al snel tot extreme standpunten. Het onderzoek naar de historiciteit van de Bijbel ging zo ver dat van vrijwel elk Bijbelboek zowel het auteurschap als de historische gegevens in twijfel werden getrokken.
In reactie hierop groeide de belangstelling voor archeologie. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg dit als tegenbeweging kracht. Er kwamen steeds meer harde bewijzen dat de dingen die de Bijbel beschrijft toch aardig met de historie in overeenstemming zijn.
Beide partijen probeerden archeologische vondsten in hun eigen voordeel uit te leggen. De opgraving van Jericho liet dat goed zien. In de jaren zestig werden de opgravingen gepresenteerd als bewijs dat het allemaal niet zo gegaan was als de Bijbel beschrijft. Jericho zou al tweehonderd jaar onbewoond zijn geweest toen het verwoest werd. Maar in de jaren tachtig wees nadere studie anders uit. Aardewerk bleek verkeerd gedateerd en DNA van verbrande graankorrels bevestigde dat Jericho werd verwoest in de tijd waarin de Bijbel het plaatst. Niettemin worden tot vandaag toe lesmethodes uitgegeven die de opgraving van Jericho als voorbeeld en bewijs van de historische onbetrouwbaarheid van de Bijbel gebruiken.
De rol van de gelovige is om getuige te zijn,
niet advocaat van God te spelen
Op eenzelfde manier werd over de evangeliën gediscussieerd. Eerst werd beweerd dat ze pas na drie eeuwen gereedgekomen zouden zijn, maar elke tien jaar stelden onderzoekers dat met een paar decennia bij. Inmiddels is de consensus dat ze aan het eind van de eerste eeuw zijn geschreven, maar er zijn zelfs aanwijzingen dat een afschrift van Lucas al rond het jaar 70 in Alexandrië lag.
Terugkijkend zie je dat veel conclusies door een verborgen agenda werden ingegeven. Het rationalisme wilde te graag de onbetrouwbaarheid van de Bijbel aantonen. In de Bijbelse theologie is het tijdperk van het opsplitsen in bronnen en het zoeken naar interne spanningen in de tekst dan ook afgesloten. De aandacht richt zich weer op de Bijbeltekst zoals die nu tot ons is gekomen. Een voorbeeld daarvan is de narratieve exegese, die de aandacht richt op de manier waarop het Bijbelverhaal verteld wordt.
Ketterij
Om degelijke wetenschap te kunnen bedrijven, heeft men de naturalistische methode bedacht: alleen wat binnen de natuur is waar te nemen, telt mee. Je snijdt er goedkope uitvluchten mee af, omdat je je niet kunt beroepen op bovennatuurlijke zaken. Wat echter als methode is begonnen, is voor velen een waarheid en een geloofszaak geworden: de natuur is alles wat er is.
Het is een vermoeden van de wetenschap geworden, dat soms als dogma komt bovendrijven. Zo schrijft Richard Dawkins in God als misvatting: ‘The big war is not between evolution and creationism, but between naturalism and supernaturalism.’ En Steven Weinberg (Nobelprijswinnaar natuurkunde) zei in een lezing in 2006: ‘Anything that we scientists can do to weaken the hold of religion should be done, and may in the end be our greatest contribution to civilisation.’
Uiteraard roepen zulke uitspraken reacties op. Maar in die reacties zitten ook denkfouten. De tegenbeweging van het creationisme is bijvoorbeeld in een kramp gekomen en heeft zich teruggetrokken in een gebied van conflict, juist ook met andere orthodoxe gelovigen.
Ooit beschreef Augustinus zijn tijd als ‘de zevende scheppingsdag’ en de periodes van de geschiedenis als ‘dagen’. In het moderne creationisme is dat al een ketterij en dienen zelfs de eerste scheppingsdagen – nog voor God op de vierde dag met zon, maan en sterren onderscheid maakte tussen dag en nacht – precies 24 uur geduurd te hebben. Wie zo redeneert, valt uit zijn rol. De rol van de gelovige is om getuige te zijn, niet advocaat van God te spelen.
Gids
Geloof en wetenschap hoeven elkaar niet naar het leven te staan. Ze kunnen elkaar juist richting geven en inspireren. Maar dan moeten ze wel leren om elkaar aan te vullen en hun eigen grenzen te respecteren. Het is een mooie uitdaging voor wetenschappers – christen of niet – om het goede voorbeeld te geven en elkaar erop aan te spreken als die grenzen overschreden worden.
Lange tijd is de Bijbelwetenschap het voorbeeld geweest van hoe geloof en wetenschap tegenover elkaar staan en elkaar geen ruimte gunnen. Nu de strijd om jaartallen en bronnen gestreden lijkt te zijn en er hernieuwde aandacht is voor wat de Bijbeltekst zelf wil zeggen, kan ze misschien wel uitgroeien tot een gids, die wijst hoe geloof en wetenschap samen vruchtbaar kunnen optrekken.
Webtips
www.forumc.nl, www.durftedenken.org en www.geloofenwetenschap.nl
Twee websites van het christelijke platform ForumC, met onder meer een groot aantal artikelen over geloof en wetenschap.nl.veritas.org
Website voor studenten en docenten op universiteiten.Leestips
Cees Dekker (red.), Geleerd en Gelovig, Utrecht (Ten Have), 2015.
Kelly Monroe Kullberg, Veritas. Geraakt door de waarheid, Heerenveen (Medema), 2007.
Henk Reitsema is als apologeet in dienst bij L'Abri. Hij heeft oudheidkunde, theologie en filosofie gestudeerd.




