Controle is goed, vertrouwen is beter

Nico van der Voet | 15 oktober 2016
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Ziekte. Werkloosheid. Een verlies. Een bomaanslag. Overal om ons heen schuilen dreigingen. Om bang van te worden. Dat mag, schrijft Nico van der Voet. Jezus is niet in de wereld gekomen om ons voor alle problemen te behoeden. Tegelijkertijd zet Hij iets anders naast onze angst: vertrouwen.

Bij angst voor dreigingen denk ik aan Jakob. Die had het niet breed toen hij op de vlucht sloeg (Genesis 28). Zijn broer dreigde hem te vermoorden. Zonder beschermende karavaan moest hij een lange tocht door de woestijn aanvangen. Die was zo onherbergzaam dat zelfs de goden er niet wilden wonen. Het was een plek voor demonen. Jakob zal zich nietig en bang gevoeld hebben. Maar toen beurde God hem op. ‘Jakob, Ik ga met je mee!’

We hebben geen God die veilig in de hemel verblijft. We hebben een God die afdaalt en met ons optrekt, de gevaren tegemoet. Hoeveel risico God daarmee neemt, weten we sinds Goede Vrijdag.

Niet alleen Jakob was bang. Ik ben ook bang. Waarvoor? In 2016 is er alom dreiging. Oorlogen, aanslagen, lijden in het groot. Vluchtelingenstromen, vreemdelingenhaat, chaos. Klimaatverandering, milieuproblemen. Een verdeeld Europa, een verdeelde wereld, zwakke leiders, dictators, politieke instabiliteit. Een economie als wereldwijd piramidespel. Toenemende secularisering. En dan heb ik ook nog mijn persoonlijke zorgen.

Mijn vader was ook bang. Hij heeft de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog meegemaakt, in Nederland en in Duitsland. Mijn opa was ook bang. Hij heeft veel familieleden jong zien overlijden. Hij heeft de Eerste Wereldoorlog meegemaakt en vlak erna de Spaanse griep. Er stierven miljoenen mensen, waaronder 60.000 in Nederland. Mijn overgrootvader was ook bang. En diens vader was ook bang. Het koninkrijk van God is er nu niet en was er toen ook niet.

Tekenen

Ik ben bang voor allerlei rampspoed en kijk soms met tegenzin naar het journaal. Maar we moeten niet denken dat wij de eersten zijn die zulke verschrikkelijke dreigingen meemaken. We moeten ook niet denken dat de dreigingen groter zijn dan vroeger. Ze zijn anders. Wij kunnen bomaanslagen vrezen als we op een vliegveld lopen. Dat is griezelig. Maar vroeger konden in één winter tijd halve schoolklassen overlijden door een besmettelijke ziekte. Wie was dan niet bang? En welke angst konden mislukte oogsten vroeger niet teweegbrengen? Dat hetzelfde nu dreigt door klimaatveranderingen, is slechts een variant daarop.

Is mijn relativering – er waren altijd gevaren en mensen zijn altijd bang geweest – terecht? Is de dreiging in onze tijd toch niet anders dan vroeger? Zijn de (mogelijke) rampen in onze dagen niet zo ernstig dat we ze als tekenen der tijden moeten aanmerken, voorafgaand aan Jezus’ wederkomst? Dat laatste zeker! De Heer Jezus kondigt de verschrikkingen zelf aan: oorlogen, verwarring tussen de volken, hongersnood, vreselijke ziekten, aardbevingen (Matteüs 24:6-7). Die zijn er in 2016. En Hij noemt meer tekenen: wereldwijde evangelieverkondiging, geloofsafval en verdrukking van gelovigen. Ook dat zien we in onze dagen, zij het verschillend in de delen van de wereld.

Maar daarmee zijn deze gebeurtenissen nog niet uniek. Al sinds de komst van de Heer Jezus leven we in het laatste der dagen (Hebreeën 1:1). Er zijn veel tekenen die daarop wijzen. Die laatste dagen duren zó lang dat we reikhalzend uitkijken naar de definitieve doorbraak van Gods koninkrijk (Romeinen 8:19). Dat deed Paulus al in zijn dagen! De nood van onze tijd doet ons zuchten (Romeinen 8:23): we voelen de pijn over de chaos. En we zuchten van verlangen naar de grote dag.

Helemaal gelukkig

Waarvoor zijn we nu eigenlijk bang? Voor gevaar en risico’s. Voor alles wat ons kan beschadigen. Bijvoorbeeld: ik ben bang voor geweld (lichamelijke schade), ik ben bang om afgewezen te worden (psychische schade), ik ben bang dat mijn bedrijf verlies lijdt (economische schade). Gemeenschappelijk is: ik ben bang voor dreiging.

Angst maakt ons alert en voorzichtig. We nemen maatregelen en kunnen daarmee het probleem min of meer hanteren. Maar als het gevaar te groot, te onoverzichtelijk, te nieuw of te onverwacht is om te kunnen hanteren, raken we in paniek. We voelen ons machteloos en zouden het liefst wegvluchten voor de dreiging.

Onze verwende samenleving is
gestoord bang geworden voor risico’s

Mensen reageren verschillend op gevaarlijke situaties, naar de mate waarin ze die kunnen overzien. De één kan risico’s beter hanteren en is dus minder angstig dan de ander.

In onze samenleving zijn we al eeuwenlang bezig om onze angsten onder de duim te houden door gevaarlijke situaties zo goed mogelijk te beheersen. Straatlantaarns heffen het duister op. Geld verschaft bestaanszekerheid. Ziektes worden bestreden. Politie en justitie houden criminelen van de straat. Onze voedselvoorziening is prima geregeld. De dijken worden op tijd verhoogd tegen overstromingen. En we hebben geïnvesteerd in Europese vrede en wereldvrede.

We dachten dat we de kwade machten konden verbannen uit ons leven. Eindelijk zou een leven in vrijheid en blijheid aanvangen. En stiekem ging ons verlangen nog een beetje verder. We wilden alle onvolkomenheden wegwerken of voorkomen, zodat we helemaal gelukkig zouden zijn. Geen ziekte meer, geen handicap, geen ongewenste kinderen. En allemaal de hoogst haalbare opleiding en de leukste baan.

Helaas, helaas. Er duiken elke keer nieuwe teleurstellingen en nieuwe gevaren op. De dreigingen lijken – denkt iedereen in elke generatie, dus ook wij – zelfs toe te nemen en groter te worden.

Eén van de grootste bronnen van gevaar is de mens zelf. Mensen doen mensen leed aan. Dat blijven ze maar doen. Paulus schrijft daarover in 2 Timoteüs 3:1-5: de laatste dagen zullen zwaar zijn, omdat mensen harteloos en onverzoenlijk zijn. De optimisten vergeten dat de hemel nog niet op aarde is.

Krampachtig

Laten we gevaren zo goed mogelijk het hoofd bieden. Sluit verzekeringen af, ent je kinderen in tegen ziektes. Maar laten we niet doorschieten. Onze verwende samenleving is gestoord bang geworden voor risico’s, gepaard met een verlangen naar persoonlijk genot en geluk. Dat geluk mag niet verstoord worden.

Er moeten op steeds meer plekken beveiligers rondlopen of camera’s hangen. We willen dat er echo’s gemaakt worden om onvolkomenheden bij ons ongeboren kind uit te sluiten. Asielzoekers moeten zich zo aanpassen aan onze gewoontes dat wij niet meer verontrust worden als we hen op het strand tegenkomen. In zorginstellingen moet afgetekend worden dat de vaatdoekjes elke dag van het aanrecht verwijderd worden, uit angst voor bacteriën. En iemand anders controleert weer de aftekenlijsten.

Krampachtig proberen we alles wat ons bang maakt buiten ons leven te houden. Met als gevolg? We worden steeds banger en ongeruster, en dat terwijl de meesten van ons een veel veiliger en comfortabeler `leven hebben dan onze voorouders.

Ingebakken

Waardoor zijn we, ook als christenen, soms zo bang voor de dreigingen in onze dagen?

1. We kennen ons geschiedenisboekje niet. We denken dat we in een unieke, dreigende tijd leven. De Prediker zegt echter dat er niets nieuws onder de zon is (Prediker 1). Alle zonden, gevaren en rampen zijn herhalingen van wat er al eerder was. Ik doe er een schepje bovenop. In het grootste deel van Europa hebben we nog nooit zo’n lange tijd vrede gekend. We zijn de generatie met het hoogste welvaartsniveau en de beste kansen om gelukkig te leven (zij het niet voor alle mensen). We beleven dus in verschillende opzichten een prachtige tijd!

2. Het heeft met ons karakter te maken hóe bang we zijn voor gevaren. Bij veel mensen zit het in hun persoonlijkheid ingebakken dat ze greep willen houden op de dingen die gebeuren. Bij de één leidt dat tot vliegangst of paniek na een inbraak bij de buren. Bij de ander leidt het tot perfectionisme en bijbehorende faalangst. Bij een derde leidt het tot onrust over het wereldgebeuren en een vierde is bang voor veranderingen. Bij iedereen manifesteert zich de angst weer anders.

De dappere psalmdichter is geen man zonder vrees,
maar een man met vertrouwen terwijl hij vreest

3. Onze samenleving reageert ook angstig op gevaren en risico’s doordat God verdwenen is. Als je niet in God gelooft, welke hoop en rust kunnen we dan nog bieden in onze wereld? Als mensen in een verpleeghuis bang zijn, krijgen ze een pilletje. Vroeger werd er met hen gepraat en gebeden.

4. Waardoor zijn we zo bang? Laat ik het nu toch maar zeggen: omdat er inderdaad zo veel dreigingen zijn. Ze zijn er privé. Ze zijn er op wereldschaal. Ik noem het expres als laatste punt, juist omdat velen die dreigingen als eerste oorzaak van hun angst noemen. Angst wordt niet opgeroepen door de dreigingen op zich, maar door onze gedachten bij de dreigingen. En die hebben te maken met onze ervaring, ons collectieve geheugen, onze persoonlijkheid, onze mogelijkheden om er iets aan te doen en ons geloof.

Bedrijfsleus

Gelovige mensen zijn ook bang. Dat is niet erg. De enige angst die in het geloof wordt weggenomen, is de angst voor het oordeel van God. De Heer Jezus is niet in de wereld gekomen om ons voor alle problemen te behoeden, maar om zondaren zalig te maken (1 Timoteüs 1:15). Dat geeft ons een heerlijk vooruitzicht, dat we in het heden al in geloof als werkelijkheid mogen ervaren. God is in Christus met ons.

Maar er zijn intussen nog steeds gevaren, waarvoor wij niet gevoelloos zijn. Hoe zit het dan met het herhaalde ‘Vrees niet!’ in de Bijbel? Dat slaat niet alleen op het oordeel van God (bijvoorbeeld in 1 Johannes 4:17-18), maar ook op wat we kunnen meemaken in het leven. De dichter zegt in Psalm 56 dat hij niet vreest voor wat de mensen hem kunnen aandoen, want Hij vertrouwt op God.

Angst is eng, beklemmend, neemt vrijheid weg. We durven steeds minder. De normale reactie op angst is: extra controle, nieuwe regels maken. Het lijkt op de controledwang van iemand die bang is dat hij zijn deur niet gesloten heeft. Extra controle neemt echter geen angst weg. Dat doet alleen vertrouwen. De bedrijfsleus ‘vertrouwen is goed, controle is beter!’ kunnen we als gelovigen beter omdraaien.

Een gelovige is ook bang voor de dreigingen in de wereld en heeft misschien ook nog hetzelfde angstige karakter als een ongelovige. Dat is de realiteit. Maar in het geloof hebben we iets bij de angst: vertrouwen. Het ‘Vrees niet!’ neemt lang niet altijd onze angst weg, maar geeft houvast te midden van de angst. De dappere psalmdichter is geen man zonder vrees, maar een man met vertrouwen terwijl hij vreest (zie bijvoorbeeld Psalm 143.) Gelovigen zijn ook bang, maar eigenlijk toch ánders bang dan ongelovigen. Ze hebben een enige troost, een uniek houvast.

Rechterhand

Terug naar Jakob, met wie ik begonnen ben. In de crisis van de ballingschap spreekt God zijn volk aan onder de naam van Jakob (Jesaja 41:8). Die ballingschap is als de woestijnervaring van de echte Jakob. In de angstige tijd zegt God: ‘Vrees niet, wees niet verschrikt, u bent van Mij en Ik ben uw God.’ Dat is de taal van eeuwige vriendschap!

Vervolgens reikt God aan hoe Jakob kan dealen met de op zich realistische vrees. Daarin staat Hij centraal. God zegt in een opklimming: ‘Ik sterk u, Ik help u, Ik ondersteun u’ (Jesaja 41:10). Als gevaar dreigt, mogen wij vertrouwen dat God ons sterkt. Hij maakt ons door zijn Geest innerlijk sterk om zo verstandig mogelijk de dreiging te hanteren. Hij inspireert ons om oplossingen te bedenken. En als dat niet genoeg is en we lopen toch vast, helpt Hij ons. Hij strekt zijn handen naar ons uit. Hij schenkt momenten van verlossing en uitredding. Hij geeft goede medicijnen. Hij brengt reddende engelen op ons pad.

Er komt een wending in de samenleving. Maar zelfs dat kan te weinig zijn. Dreiging en gevaar kunnen ons overweldigen. Redding komt voor ons misschien wel te laat. Dan is er nog het derde: God komt onder ons met zijn sterke rechterhand. Hij tilt ons op. Hij draagt ons, dwars door de dreigingen heen. Hij, de God van gerechtigheid en verlossing, zal zijn verbond met Jakob en met ons nóóit vergeten. Hij sterkt, helpt en ondersteunt. Ik noem ze achter elkaar. We kunnen ze ook tegelijk ervaren.
Dreigingen zijn echt. Angst kan realistisch zijn. Toch kunnen we er in geloof mee leren omgaan. God is te vertrouwen. Hij trekt met ons op. Dwars door de gevaren heen.

Webtips

 

Leestips

Vincent van Bruggen, Wat angst met je doet, Zoetermeer (Boekencentrum), 2009.

Antoine Leiris, Mijn haat krijgen jullie niet. Dagboek van een man die zijn vrouw verloor bij een aanslag, Amsterdam (Atlas Contact), 2016.

Over de auteur
Nico van der Voet

Nico van der Voet is docent hbo-theologie in Ede.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief