Nieuwe gelovigen brengen nieuw elan

Bas Luiten | 14 mei 2016
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Nieuwe gelovigen zijn van veel belang voor de gemeente van Christus. Vaak wordt dat belang onderschat. Maar waar nieuw geloof ontspruit, daar ontstaat nieuw elan. Het stof van de gewoonte verdwijnt en je verbaast je weer over wat de Geest doet.

De wijzen uit het Oosten hadden Jeruzalem niet nodig om Jezus te vinden. De ster had hen rechtstreeks naar Betlehem kunnen brengen. Het omgekeerde was het geval: het gesettelde Jeruzalem had hén nodig. Ze waren van ver gekomen, ze hadden weinig kennis van het evangelie, maar ze waren vol verlangen. Met hun nieuwe geloof, blijdschap, enthousiasme en overgave hadden ze in de bestaande geloofsgemeenschap in Jeruzalem opnieuw het vuur kunnen ontsteken. Slechts tot hun grote schade miskenden de Joden het belang van deze toetreders. Voor de wijzen moet dat een koude douche zijn geweest. De Schriftgeleerden wisten wel de goede tekst te vinden, maar toonden verder geen enkele interesse.

Ik zeg met opzet: de wijzen hadden Jeruzalem niet nodig. Daarmee bedoel ik niet dat deze stad met haar tempel en haar rijke historie niet tot veel nut en zegen voor die vreemdelingen had kunnen zijn of dat deze kleine omweg op de reis naar Betlehem niet Gods bedoeling was. Maar als mensen falen, kan God ook zonder hen.

Goddelijke leiding kan trouwens altijd rechtstreeks tot mensen komen. Zo ging dat toen met die ster en zo gaat het vandaag nog, bijvoorbeeld bij nieuwe gelovigen uit moslimlanden die getuigen dat Jezus persoonlijk aan hen verschenen is. Als we die verhalen lezen of horen, worden we nieuwsgierig, en dat is precies de bedoeling. Wat heeft hen bewogen, wat hebben ze van God gezien?

We gaan nieuwkomers op deze wijze met andere ogen bekijken: niet alleen als uitdaging voor onze gastvrijheid, maar vooral als mensen met een getuigenis voor ons. Zij mogen veel verwachten van de kerk, wij mogen ontdekken wat God ons door hen schenkt.

Eerste liefde

Er bestaat op aarde niets mooiers dan het doorbrekende geloof in Jezus Christus. Het hart dat opengaat, de ogen die gaan stralen, de lach en de traan: het is nergens mee te vergelijken. Iemand die Jezus als zijn Heer en verlosser aanvaardt, gaat over uit de dood in het leven.

Als je daar getuige van bent – vaak in een langer proces – kan dat ook bij jou een snaar raken. Want je herkent het. Sterker nog, je gaat erin mee. Je beleeft opnieuw je eigen overgave aan Jezus. Of je verlangt terug naar je eerste liefde voor de Heer. Of je merkt dat die eerste liefde zich verder verdiept. Het stof van de gewoonte gaat ervanaf en je verbaast je weer over wat de Geest doet. Dingen die je zelf gewoon bent gaan vinden, blijken voor die ander een blijde verrassing te zijn. En andersom: wat die ander logisch vindt voor zijn of haar nieuwe leven, had je zelf nog niet verzonnen.

Kunnen we dus wel zonder de inbreng van nieuwkomers? Worden we zonder hen niet ‘gewoontechristenen’?

Laatkomers

Het is opvallend hoe Jezus de reeds lang bestaande geloofsgemeenschap om Hem heen steeds probeert te inspireren met levens die nieuw opengaan voor God en zijn genade. Als Hij bijvoorbeeld ziet hoe een Schriftgeleerde met al zijn kennis van de Schrift niet meer weet wat vreugde en verbazing is, laat Hij hem ervaren hoe een berouwvolle vrouw haar emotie laat zien. Hij laat toe dat ze Hem aanraakt en dat ze zijn voeten met haar tranen wast en met haar haren afdroogt. Kijk, zegt Hij, zie je hoe ze Mij hartstochtelijk liefheeft? Daarom wordt haar veel vergeven.

Zij mogen veel verwachten van de kerk, wij mogen ontdekken wat God ons door hen schenkt

Bij een andere gelegenheid vertelt Hij over arbeiders in een wijngaard. Met vreugde gaan ze aan de slag voor een afgesproken dagloon. Maar naarmate de dag verstrijkt en de hitte voelbaar wordt, verdwijnt hun vreugde. Zeker als de nieuwkomers en de laatkomers precies hetzelfde loon ontvangen. Dat zou toch niet mogen! Maar de blijdschap van de nieuwkomers moet hen aan het denken zetten. Waren ze zelf niet ook heel blij toen ze mochten komen? Hadden ze zelf niet ook de goedheid van de heer geprezen?

Heel bekend is ook de gelijkenis van de twee zonen. De jongste verlaat zijn vader en trekt eropuit, de wereld in. Maar de oudste is pas echt ver weg, diep in zijn hart. Hij doet zogenaamd alles goed, maar is vanbinnen vooral boos. Die oudste heeft het nodig dat de jongste terugkomt, om eindelijk echt te zien wie zijn vader is. Dat gaat niet zomaar (de vertelling heeft een open einde), maar toch, de vreugde om de zondaar die terugkeert, vult zijn thuis.

Denk daarbij ook aan de maaltijd die Jezus had bij de tollenaar Levi en zijn collega’s, en later bij Zacheüs, waar ineens een ingang voor geloof bleek te zijn. Iets waar de gevestigde orde geen raad mee wist.

Geheim

Regelmatig wordt gezegd dat gevestigde kerken geen aantrekkingskracht meer hebben. Tussen de orthodoxie en de postchristelijke mens zou een kloof bestaan die te groot is om te overbruggen. Daarom worden nieuwe kerken geplant. Niet alleen in nieuwe wijken, maar ook tussen bestaande kerken in. Nu kunnen dat prima initiatieven zijn, maar de geschetste tegenstelling deugt niet. De kloof waar het om gaat, is er één tussen geloof en ongeloof, tussen leven en dood, en die is naar zijn aard levensgroot. Dat is overal zo, in oude én in nieuwe kerken.

Maar waarom lukt het een jonge kerkplanting dan beter om de postchristelijke mens aan te spreken? Omdat de christenen daar alles in het werk stellen om niet-christenen te ontmoeten en met hen het evangelie te delen! Dat is het geheim, niet meer en niet minder. En dat gaat goed zolang die motivatie blijft. Anders wordt het in die nieuwe planting net zo ingewikkeld.

Je kunt trouwens niet zomaar de kerk de schuld geven, want de kerk ben je zelf. Hoe zit het met je eigen contacten? Met hoeveel niet-christenen heb je werkelijk contact? Heb je hen lief als jezelf en weten ze dat? Hun weg tot de kerk kan bij jou beginnen, gewoon in je eigen huis en aan je eigen tafel. Zo’n open houding kan overal ontstaan, ook in gevestigde kerken. En waar die contacten ontstaan, daar zijn de kerken ineens niet meer te oud of te moeilijk. Ze leven op door het enthousiasme van de christenen en de impulsen van de nieuwkomers.

Er hoeven maar één of twee niet-christenen op je kring te komen en je hebt gegarandeerd geen saaie avond meer. En je hoeft ook niet meer te zoeken naar onderwerpen. Want dan komen ze met hun vragen. Vragen die wij elkaar niet meer stellen. (beeld Photographee.eu/Shutterstock)

Er hoeven maar één of twee niet-christenen op je kring te komen en je hebt gegarandeerd geen saaie avond meer. En je hoeft ook niet meer te zoeken naar onderwerpen. Want dan komen ze met hun vragen. Vragen die wij elkaar niet meer stellen. (beeld Photographee.eu/Shutterstock)

Gezalfd

Nu lijkt dat een vicieuze cirkel: zonder nieuwkomers geen enthousiaste kerk en zonder enthousiaste kerk geen nieuwkomers. Dat klinkt wat ongenuanceerd, maar in de kern komt het daar wel op neer. Dat raakt echter aan de kern van ons christen zijn. Een christen is iemand die zich door en met Christus gezonden weet in deze wereld om mensen te bereiken met de boodschap van verlossing en eeuwig leven. Dat is méér dan geloven in je eigen behoud.

‘Christus’ betekent dienaar: met de Geest gezalfd om de taken van God te volbrengen als profeet, priester en koning. De naam ‘christen’ betekent precies hetzelfde, alleen geschreven met een kleine letter. Christus brengt zijn christenen onder de mensen, daar is geen twijfel over mogelijk. ‘Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik ook jullie uit’, is de boodschap tot zijn leerlingen (Johannes 20:21). Daarom ontvangen wij de heilige Geest, die ons leert getuigen en daarbij grenzen doorbreekt.

Na hun eerste uitzending kwamen de leerlingen vol vreugde en verbazing bij Jezus terug. Ze hadden in alles gemerkt dat de Heer bij hen was. Een zeer stimulerende ervaring! Die blijdschap en verwondering zouden ze niet hebben gekend als ze thuis waren gebleven. Kijk ook naar wat er gebeurt op de pinksterdag. Wat een ongekend feest creëert de Geest: duizenden mensen, die eerst vijandig waren, komen spontaan tot geloof en laten zich dopen!

Benedictus
De regel van Benedictus uit de zesde eeuw schrijft voor dat ‘de gast’ welkom moet worden geheten in de broederschap ‘als ware hij Christus zelf’ (regel 53) en dat de abt juist bij belangrijke besluiten goed moet luisteren naar ‘de jongste broeders’ (regel 3), aangezien zij een frisse stem binnenbrengen. Een gevestigde gemeenschap heeft de nieuwe leden nodig om fris en levendig te blijven, zoals de nieuwe broeders de ervaren wijsheid en het doorleefde geloof van oudere broeders nodig hebben.

Kring

Hoe onbereikbaar lijkt dit allemaal? De kans is niet gering dat we na Pinksteren op de oude voet verdergaan. De kerk veranderen lukt je immers niet en er in je eentje aan beginnen durf je niet. Ook dat lijkt een vicieuze cirkel. Hoe vaak je ook Pinksteren viert, het lijkt toch veiliger om je energie te steken in interne kerkelijke activiteiten. Maar of je daar net zo vrolijk van wordt? Je zult met elkaar voelen dat je iets wezenlijks mist.

In onze tijd winnen kleine kringen aan belang. Ze schieten als paddenstoelen uit de grond, als vormen van ontmoeting en onderlinge zorg. Ze helpen ons om onze verbondenheid handen en voeten te geven en om te ervaren wat kerk zijn betekent. Zou die kleine kring niet ook een prima plek zijn om samen de blik naar buiten te richten? Je hoeft het dan niet in je eentje te doen. En de kring is klein genoeg om flexibel te zijn.

Maak samen eens een lijstje van wat er in de buurt gebeurt of zou kunnen gebeuren. Doe eraan mee of initieer het. Zorg dat je aanwezig bent. Ga eens na welke contacten er zijn met niet-christenen. Nodig die eens uit in de kring. Naar een kerk gaan is altijd een hele stap, maar een ontmoeting in de wijk is een gemakkelijker te nemen horde voor een buitenstaander. Er hoeven er maar één of twee te komen en je hebt gegarandeerd geen saaie avond meer. En je hoeft ook niet meer te zoeken naar onderwerpen. Want dan komen ze met hun vragen. Vragen die wij elkaar niet meer stellen. Ze zullen alles willen weten van je geloof, uit nieuwsgierigheid en om te testen of het echt is. En als ze zich veilig weten, zullen ze je een kijkje geven in hun leven. Dan gebeurt waarvan Jezus belooft: ‘Ik zal bij jullie zijn’ (Matteüs 28:20).

Wedergeboorte

Wij belijden dat God in zijn genade velen het geloof zal geven, maar ook dat Hij nooit verplicht is iemand zijn Zoon te schenken. Het is zijn vrije gunst, altijd. Je wilt mensen vinden die niet gevonden willen worden. Als sommigen daarin volharden, kun je je machteloos voelen. Maar je mag blijven hopen, want Gods Woord keert nooit leeg terug. Er verloopt soms veel tijd tussen zaaien en oogsten. Intussen ontdek je het wonder in jezelf: hoe God in jou de weerstand overwint. Dat wonder gaat glanzen voor jou en is intrigerend voor de ander.

Het lijkt een vicieuze cirkel: zonder nieuwkomers geen enthousiaste kerk en zonder enthousiaste kerk geen nieuwkomers

Soms kan bij het aanbod van genade zo gemakkelijk worden gezegd: je moet er niets voor doen. Vanuit onze eigen achtergrond, zeker als die wat wettisch is, zeggen we dat vol overtuiging. Toch beseft de buitenstaander vaak drommels goed dat dit geloof een complete wedergeboorte omvat. En leg dan maar eens uit dat dat geen moeten is, maar het geschenk van het nieuwe leven. Enkel woorden zijn dan niet genoeg. Je hebt ook iets te laten zien, vanuit je eigen omgang met de Heer. Hoe je deel krijgt aan Hem en aan zijn verlangen.

Vaak is het een proces van twee of drie jaar voordat iemand christen is in heel zijn leven. Hij kan wel eerder gedoopt worden, als hij dat wil, maar hij heeft ook voorbeelden nodig om verder te groeien in zijn bidden en luisteren en in het maken van keuzes. Daarin verdiept zich het contact. Wat is er mooier dan het delen van het wonder in je leven?

Bedenk hierbij dat dit ook precies is wat onze eigen jeugd nodig heeft. Onze opgroeiende jongens en meisjes zijn op hun manier net zo goed nieuwkomers, op zoek naar waarheid en echtheid. Haal ze erbij, met hun vragen en hun inbreng. Laat over en weer zien wat de Geest met je doet. Pinksteren mag dan weer voorbijgaan, maar het feest is begonnen!

Praktische tip

Over dit onderwerp is veel te lezen, maar ga het eens doen! Het maakt niet uit of je kerk oud of nieuw is, een start kun je overal maken. Het Praktijkcentrum van de GKv biedt een cursus aan die je helpt om je grenzen te verleggen. Zie www.praktijkcentrum.org/evangelisatie-explosie-4.

Wat je nodig hebt, is een groepje enthousiaste christenen: een stuk of zes, evenveel vrouwen als mannen, het liefst van verschillende leeftijden. Stapsgewijs leer je je geloof onder woorden te brengen en onder begeleiding leer je de goede vragen te stellen aan een niet-christen, waardoor het gesprek niet dichtslaat, maar relevant blijft en tot de kern komt. Verrassende en ontroerende momenten kun je meemaken als je merkt wat de Geest in mensen doet. Ondertussen ontdek je wat Hij in jezelf doet, als je schroom en angst veranderen in vertrouwen en verlangen.

Over de auteur
Bas Luiten

Bas Luiten is predikant van de GKv Amersfoort-De Horsten.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief