Hij draagt ons
- Wandelen met God
Jaren geleden waren we met ons gezin aan het wandelen in Zwitserland. We liepen over de Schynige Platte, een moeilijke tocht. Peter, onze jongste, kon niet meer. Tot overmaat van ramp begon het ook nog te regenen. Toen was voor Peter de pap op. Maar geen nood: hij had een grote broer. Roelof pakte hem op, zette hem op z’n rug, en – hoppa – naar boven, naar de top.
Wandelen met God kan soms betekenen dat we gedragen moeten worden. Neem nu Mozes. Voor hem ligt het beloofde land, waar hij niet in mag, en achter hem die eindeloze woestijn. Mozes kijkt terug en bedenkt hoe God zijn volk door die woestijn geleid heeft. ‘Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft vliegen, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, zo heeft de HEER zijn volk geleid’ (Deuteronomium 32:11).
Zie je het voor je? Een jonkie dat zich over de rand van het nest werkt, eruit valt en dan zijn vleugeltjes begint te bewegen, maar ze willen niet: ze zijn nog ongeoefend. Dan valt hij naar beneden. Moet hij nou doodvallen? Maar ineens is daar die moederarend. Ze ziet hoe haar jonkie door de lucht tuimelt en hoe hij wanhopig probeert zijn vleugeltjes uit te slaan, maar doodmoe wordt… Ze vliegt er pijlsnel naartoe, duikt onder haar jong, vangt hem op met haar machtige vleugels en zet hem weer neer in het veilige nest. Zo heeft de Heer ons geleid en gedragen, zegt Mozes. Dwars door de smeltoven van Egypte, dwars door het water van de Rietzee, en door de woestijn met zijn honger en dorst. Hij droeg ons.
Tram
Weet je, er zijn tijden dat we het gevoel hebben dat we uit het veilige nest vallen. Ons leven wordt geweldig door elkaar geschud en dan begrijpen we God niet meer. Ik heb moeite met mensen die dan direct klaarstaan met een antwoord.
Een echtpaar dat zelf geen kinderen kon krijgen, had een jongetje geadopteerd. Het zonnetje in huis. Maar toen hij twaalf jaar was, wilde hij de straat oversteken en werd hij gegrepen door een langsrijdende tram. De ouders waren kapot. ’s Avonds kwam de dominee en hij wist precies te vertellen waarom dit alles gebeurd was en wat de bedoeling van God was. De vader ging staan, zei twee woorden (hij was een Fries): ‘D’r uut’, hield de deur open en de dominee kon gaan. De ouders zijn een half jaar niet in de kerk geweest.
De wandeling met God werd stilgelegd. Ze konden geen stap verder. Ze begrepen niet waarom hun Pieter uit het veilige nest moest vallen. En God gaf hun de tijd om uit te huilen. Later hebben ze er vrede mee gekregen. Of ze begrepen waarom Pieter overreden was? Nee, dat niet, maar ze konden met hun verdriet uitrusten bij God.
Butsen
Er kunnen dingen gebeuren die je leven op z’n kop zetten. Dan denk je: wat heb ik nu aan mijn geloof? Je valt misschien ten prooi aan vertwijfeling. Maar heb je dan ook wel meegemaakt dat je ineens merkt dat God er toch is?
Soms moet je door de Rietzee heen of over de Schynige Platte. Loop je dan geen beschadigingen op? Geen butsen en wonden? Zeker, maar in datzelfde boek Deuteronomium staat dat machtige woord: ‘Gods eeuwige armen zijn onder u’ (Deuteronomium 33:27). Tijdens het wandelen word je gedragen door God.
Wim van der Linde is emeritus predikant in de NGK.



