Hoe zit het met twintigers en de kerk?

Anko Oussoren en Paul Smit | 16 april 2016
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Twintigers vormen over twintig jaar de ruggengraat van onze gemeenten. Maar hoe krachtig en levendig is die ruggengraat? Twintigers hebben een andere houding tegenover kerk en geloof dan oudere generaties. Wat betekent dat voor de toekomst van de kerk?

Twintigers zijn ruwweg te verdelen in jongvolwassenen (tot 23 jaar) en starters (vanaf 23 jaar). In beide subgroepen is de diversiteit groot. De gemene deler bij jongvolwassenen en starters is dat ze in een periode zitten waarin ze het ouderlijk huis verlaten om een zelfstandig leven te gaan leiden. Dit is een ontdekkingstocht. Ze ontmoeten mensen met nieuwe ideeën, meningen en mogelijkheden; soms zó veel dat het moeilijk is om eigen keuzes te maken. Twintigers ervaren de ‘quarterlifecrisis’: ze willen authentiek zijn, maar kunnen of willen nog niet kiezen.

Vaak zijn ouders geneigd om dit te bestempelen als verwend gedrag, als een luxeprobleem. Zelf hadden zij toen ze zo oud waren niet de keuzevrijheid die hun twintigers nu wel hebben. Maar ouders realiseren zich vaak niet dat zij deze stress zelf mede veroorzaakt hebben, doordat ze tijdens de opvoeding hamerden op waarden als vrijheid en eigen keuzes maken. De vrijheid die veel twintigers hebben meegekregen, neemt nu de noodzaak weg om zich af te zetten tegen anderen of om definitieve keuzes te maken. Ook hun houding tegenover het geloof en de kerk wordt hierdoor gestempeld.

Het is goed als ouderen zich hiervan bewust worden. Zie het als een uitdaging: geef ruimte aan twijfel, nuancering en verwondering. Twintigers hebben die ruimte nodig. Ze willen immers ontdekken wat bij hen past.

Kerkpauze

Welke plek heeft de kerk in dit geheel? Van diverse kanten klinken geluiden dat twintigers nauwelijks zichtbaar zijn in de kerk. Er wordt zelfs gesproken over ‘het gat in de kerk’. Is dat er?

In ieder geval is het zichtbaar bij PKN-gemeenten in Noordoost-Nederland. In die regio zijn de demografische gegevens uit de PKN-ledenadministratie vergeleken met de algemene bevolkingsopbouw (zie grafiek I). Beide lijnen laten een dip zien bij twintigers. Maar bij de rode, kerkelijke lijn is het contrast tussen de piek en het dal groter dan bij de bevolking in het algemeen. Er is dus zeker iets aan de hand: de kerk vergrijst en jongvolwassenen die gaan studeren, komen niet of nauwelijks naar de kerk en/of schrijven zich uit.

Geldt dit alleen voor de PKN of is het gat ook zichtbaar bij andere kerken? De GKv en de NGK hebben geen landelijke demografische gegevens. Wel hebben we van enkele lokale kerken de gegevens gekregen. De NGK Voorthuizen/Barneveld laat inderdaad een enorm gat zien onder twintigers (zie grafiek II). Deze gemeente is in vijftien jaar tijd verdubbeld. Daarin zijn alle leeftijdsgroepen meegegaan, behalve de twintigers.

Bij zes GKv-gemeenten blijken de twintigers daarentegen juist een piek te vormen (zie grafiek III). Op papier lijkt het gat er in deze gemeenten niet te zijn. Toch heeft juist één van deze gemeenten op de classis de problematiek rondom twintigers aangekaart.

Grafieken

Een voorzichtige conclusie op basis van de nu beschikbare gegevens: er zijn (veel) twintigers die de kerk verlaten en (veel) andere twintigers die wel lid blijven, maar die nauwelijks kerkdiensten bezoeken en die anders aankijken tegen kerk en geloof dan oudere generaties.

Betekent dit dat de ruggengraat die de kerk van straks bij elkaar moet houden beschadigd raakt? Ja, dat zou kunnen. De twintigers die de kerk over twintig jaar moeten dragen, weten vaak niet of ze bij de kerk willen horen. Ze binden zich moeilijk aan een gemeenschap, laat staan dat ze zich voegen in de manier waarop oudere generaties geloven en het kerkelijke leven vormgeven. Voor een deel past dit bij hun levensfase. Maar het lijkt erop dat de afstand die ontstaat niet zomaar een ‘kerkpauze’ is. De kerk en de twintigers blijken vaak vreemden voor elkaar. Terwijl er over en weer ook veel openheid is. Twintigers zijn graag deel van een gemeenschap en ze beseffen dat geloven en onderdeel zijn van een gemeenschap aspecten zijn die bij elkaar horen.

Spagaat

Het voorgaande sluit deels aan bij een algemene trend in onze samenleving. Twintigers zijn hyperindividualistisch, maar ze willen elkaar óók opzoeken. Ze willen ergens bij horen, elkaar ontmoeten, zich kunnen ontplooien en vermaken. Alleen: hoe speel je daar als organisatie, vereniging en kerk op in?

Ook grote cultuurinstellingen merken dat zij niet de juiste toon weten te vinden om twintigers te bereiken. Twintigers sluiten zich liever aan bij gelijkgestemden en richten zelf clubs op voor ontmoeting en actie. Daarbij zijn hoop en openheid voor wat de wereld biedt belangrijke elementen.

Misschien ligt hier wel één van de problemen van de kerk. Kerken proberen van alles om twintigers erbij te houden, maar vergeten zomaar om hen zelf te activeren. Daar wordt ook een spagaat zichtbaar: twintigers kunnen van alles, mits het past binnen hun flexibele schema’s; in de kerk kan alles, mits twintigers zich laten inpassen in de bestaande structuren.

Verwarrend

Wat zijn nu de diepere oorzaaken achter de zoektocht van kerken naar de juiste toon om twintigers te bereiken? Wij noemen er drie.

Een oorzaak wordt gezien in de geloofsoverdracht van de ouders. Twintigers zouden niet voldoende geleerd hebben hoe zij hun geloof in deze tijd betekenis kunnen geven. Het is niet zo dat ouders daar direct de schuld van krijgen, maar de oorzaak ligt ook niet alleen bij de twintigers zelf.

Geloven betekent voor twintigers vooral dat ze zich ergens aan kunnen vasthouden, ook al kunnen ze hun geloof vaak niet onder woorden brengen. Hierin speelt ook de verwarrende tijd waarin ze leven een rol. Hun geloof is kwetsbaar en ze worstelen met geloofsvragen. Zo roept de natuurwetenschap geloofsvragen op die in de kerk onbevredigend beantwoord worden. Maar ze kampen ook met basale vragen. Bestaat God wel? En als Hij bestaat, wie is Hij dan? Juist stellige antwoorden werken dan blokkerend. Twintigers kunnen beter leven met onbeantwoorde vragen dan met verkeerde, stellige antwoorden die weer nieuwe vragen oproepen.

Band

Een tweede oorzaak is de manier waarop twintigers hun geloof vormgeven. Bestaande vormen ervaren zij veelal niet als passend. Voor twintigers betekent geloven niet dat ze standaard op zondag naar de kerk gaan, zeker niet als de vorm van de kerkdienst niet bij hun wereld aansluit. Ook zelfstandig de Bijbel lezen en bidden horen er niet automatisch bij. Het gaat hun vooral om de band die je met God hebt en om wat je aan Hem hebt, los van min of meer verplichte activiteiten. Daarbij zoeken ze naar vormen die bij hen passen en waarmee ze willen experimenteren. Er klinken niet voor niets steeds meer geluiden om te investeren in nieuwe innovatieplekken en/of activiteiten buiten de reguliere kerkdienst om: ontmoetingsplaatsen waar het evangelie kan worden opgenomen en ervaren.

Veroordelen

Een derde oorzaak is de manier waarop in de kerk naar twintigers gekeken wordt en met twintigers gesproken wordt. Te vaak ervaren zij – bedoeld of onbedoeld – veroordeling van oudere generaties. Dat raakt hen. Het niet veroordelen van anderen om hun geloof en gedrag is dan ook een belangrijke waarde voor twintigers. Iedereen mag zijn eigen geloof, mening en leefstijl hebben. Hierin ervaren twintigers te weinig ruimte binnen de kerk. De beleefde werkelijkheid onder twintigers is dat de kerk communiceert in vormen, regels en structuren, waarmee zij automatisch een oordeel uitspreekt over het leven dat geleefd wordt.

Genezing

Alles overwegend hebben wij de overtuiging dat de toekomstige ruggengraat van veel gemeenten inderdaad broos is. Dit raakt vooral de manier waarop het kerkelijke leven momenteel wordt vormgegeven. Daarbij haken jongeren af en zijn twintigers veelal onzichtbaar. In die zin is er inderdaad een gat.

Tegelijk blijft staan dat twintigers zoeken en verlangen naar houvast, naar ruimte en een manier om hun geloof vorm te geven. Misschien betekent realisering hiervan voor de ene gemeente dat een chirurgische ingreep noodzakelijk is. Voor een andere gemeente kunnen rust en ‘geen onverwachte bewegingen maken’ voldoende zijn voor herstel. Hoe dan ook: laten we bidden om genezing.


Wat zeggen twintigers zelf?

Herkennen twintigers zich in wat over hen geschreven wordt? We hebben twintigers uit verschillende delen van het land en in verschillende levensfases gevraagd om het voorgaande verhaal te lezen. Ze kregen vervolgens vier vragen. Hieronder een bloemlezing van de meest karakteristieke antwoorden.

Wat herken je in de omschrijving van ‘de twintigers’?

‘Ik heb toevallig vorige week nog van alles opgezocht over de “quarterlifecrisis”, omdat ik me soms behoorlijk onder druk gezet voel, zowel door mezelf als door de maatschappij… Wil ik, nu ik nog jong ben, nog even geen verplichtingen hebben en iets zien van de wereld? Ja. Aan de andere kant zou ik niets liever willen dan mijn wederhelft vinden, over een paar jaar trouwen en tegen de tijd dat ik 30 ben voorzichtig beginnen na te denken over kinderen. Dat is ook wat ik bedoel met maatschappelijke druk: het idee dat ik gefaald heb als ik 32 ben en nog geen kinderen heb.’

‘Ik vind het een heel leuke fase, omdat je van allerlei dingen mag en kunt proeven, fouten mag maken en keuzes maakt. Maar je merkt dat die keuzes steeds meer gaan bepalen welk leven je zult gaan leiden en dat is weleens beangstigend. Maak ik wel de goede keuzes? Het is inderdaad een soort overgangsfase van ongebondenheid naar gebondenheid, met name op het werkvlak. Mijn studie is straks afgerond en dan begint “het echte leven”. Dat is weleens eng.’

Past geloven op dit moment in je leven?

‘Ja, maar dat komt denk ik ook omdat geloven al mijn hele leven normaal is. Tegelijkertijd is het niet zo dat ik alleen daarom geloof. Ik heb er zeker over nagedacht en mijn eigen keuze gemaakt. Het voelt ook veilig en vertrouwd dat er altijd iemand is die met je meekijkt in het leven en die er voor je is.’

‘Ik ben vroeger actief betrokken geweest bij de kerk (jeugdkerk, Rock Solid, Solid Friends), maar ik heb nooit het gevoel gehad dat er daadwerkelijk een God is. Ik kan niet zo goed uitleggen waarom niet. Wat er anders zou zijn, weet ik ook niet. Ik denk wel dat er iets moet zijn dat dit alles bestiert en geloof ook niet dat er na de dood niks meer is. Maar wat dat is, weet ik niet. Ik ben daar ook niet mee bezig. Ik probeer niet bij een hogere macht een verklaring te zoeken waarom dingen lopen zoals ze lopen.’

‘In sommige opzichten wel, in andere opzichten niet. Rationeel gezien is het een onmogelijkheid. Maar het geloof biedt wel veiligheid en geeft een basis van vertrouwen. Tegelijk legt de vaagheid van de regels in het geloof de verantwoordelijkheid van de interpretatie bij het individu, met soms nare gevolgen. Zoals valse opvattingen van mensen over wat volgens hun god goed of slecht is. In die zin past het niet bij mij.’

Past een christelijke gemeente op dit moment in je leven?

‘Jazeker. Maar vooral omdat ik een lieve vriendengroep heb in de kerk. Op dit moment vind ik daar heel veel steun. Daarbij komt dat je in de gemeente samen over God kunt praten en kunt zingen, en dat is natuurlijk altijd goed. De preek vind ik vaak lastig, omdat ik er niet altijd iets mee kan. Maar dat is geen reden om niet meer naar de kerk te gaan.’

‘Wel en niet. De basis is fijn in deze vrij harde wereld. Je ontmoet er mensen die een laag dieper nadenken en dat is fijn. Men is er voor elkaar, als een soort gemeenschap, met een oprechte interesse in elkaar. Er wordt voor elkaar gezorgd.’

‘Nee, dit past niet bij mijn leven. Ik ben met totaal andere dingen bezig en heb geen behoefte aan kerkdiensten, een gemeente en vroeg uit bed gaan op zondagochtend. Heel af en toe ben ik in de kerk, meestal als ik moet zingen. De woorden van de dominee vind ik vaak mooi, maar ze blijven niet hangen en ik doe er weinig tot niets mee tijdens de rest van de week. Ik denk vaak: ik snap dat mensen hier houvast aan hebben en hier troost en hoop vinden, maar ik voel dat niet zo.’

Wat spreekt je aan als je aan een christelijke gemeente denkt?

‘Het positieve aan een kerkgemeente vind ik de warmte en de betrokkenheid. Ik spreek dan over de gemeente waarin ik ben opgegroeid. Mensen geven elkaar de ruimte om te zijn wie ze zijn en te geloven zoals ze willen. Moeilijke dingen als dood en verlies worden door de gemeente goed opgevangen en mensen bieden elkaar troost. Bovendien kan een kerkgemeente erg veel verdieping geven aan je leven, bijvoorbeeld door Bijbelgroepen of praatgroepen waar mensen met elkaar van gedachten wisselen. Dat vind ik mooi.’

‘Wat me afschrikt (het groepsgedrag) is juist ook de kracht van een gemeente. Zo veel verschillende mensen komen uiteindelijk voor hetzelfde samen. Men steunt elkaar en biedt hulp aan, ook wanneer daar niet om wordt gevraagd. Ik heb een gemeente altijd een beetje als een vangnet gezien.’

Over de auteur
Anko Oussoren en Paul Smit

Anko Oussoren (GKv) is adviseur bij het Praktijkcentrum. Paul Smit (NGK) is jeugdwerkadviseur bij het NGJ.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief