God ervaren in onkruid
- Wandelen met God
Er zijn mensen die God ervaren tijdens een wandeling in de natuur. Ik ben niet zo iemand. Maar we belijden toch dat we God kennen uit de schepping? Moet ik me nu zorgen maken?
Dat de natuur voor mij niet zo werkt, komt misschien doordat ik langs de A13 woon. Ik hoef de voordeur maar uit te stappen – of simpeler nog: een raam open te zetten – en ik hoor het constante geruis van de duizenden autobanden die hun weg gaan van Den Haag naar Rotterdam of andersom. De feestelijke opening van de verlengde A4, een eindje verderop, ten spijt.
Maar ook als ik naar het strand fiets, is het voor mij niet vanzelfsprekend dat ik daar God ervaar. Natuurlijk geniet ik van de natuur en vind ik het mooi. Zeker als het hard waait of als de ondergaande zon de wolken rood kleurt. Ja, dat Hij dit alles gemaakt heeft en nog dagelijks in gang zet en onderhoudt, dat is zeker indrukwekkend.
Maar wat heb ik zelf met deze God? Of beter gezegd, wat heeft Hij eigenlijk met mij? De natuur vergroot eerder mijn ervaring dat God ver weg is dan dat Hij dichtbij is. Dat Hij zich misschien wel bezighoudt met grote dingen, maar niet met mij.
Woestenij
Volgens mij ben ik niet de enige die de woeste natuur (of wat daar nog op lijkt in Nederland) verbindt met de ervaring dat God ver weg is, onbereikbaar in plaats van dichtbij. ‘Waren we nog maar in Egypte!’ klaagde het volk Israël in de woestijn. God overdondert Job door te ‘spreken’ vanuit de woestenij, waar dieren wonen die voor mensen totaal onbereikbaar of zelfs gevaarlijk zijn: ‘Is jouw arm zo sterk als die van God, heb jij zo’n donderstem als Hij?’ (Job 40:9). De duivel verzocht Jezus in de woestijn. En aan de mensen in Rome schrijft Paulus dat Gods onzichtbare eigenschappen voor ieder mens zichtbaar zijn uit zijn werken. Welke eigenschappen? Juist, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Maar hoe is Hij daarin dichtbij?
Lijdensweg
Ik verbleef ooit een tijdje in een klooster. Ik was in de twintig, stond op het punt om een studie af te ronden en ik had bedacht dat het goed zou zijn om te overdenken wat er nog over was van het geloof uit mijn kindertijd. Er was in het klooster weinig te doen, behalve dan het op gezette tijden bezoeken van de verschillende diensten in de kapel, een beetje hangen op je kamer, en rondjes lopen in de kleine, ommuurde tuin van het eenvoudige kloostercomplex.
Daar, in die tuin, was maar één pad. Langs dat pad stonden afbeeldingen van de lijdensweg van Christus. Ik liep er vaak langs. Niet omdat ik zo van buiten zijn hield, maar omdat ik daar stiekem rookte. Toch trof me na een paar rondjes juist dat verhaal. En dan vooral het absurde ervan. De hele toestand eromheen: mensen die toekijken, schreeuwen of huilen. En de gedachte aan al die mensen die aan dit verhaal nog steeds, zoveel duizend jaar later, hun geloof ontlenen. En dan Jezus zelf. Die het er allemaal bewust op aan liet komen. Die God is voor wie dat wil zien en geloven: ‘Daar is het lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt’ (Johannes 1:29).
Onkruid
Ik heb niet de natuur, maar eerst een klooster of een kerk nodig om me te herinneren aan hoe God zichzelf liet zien in deze wereld. En dan zie of hoor ik het soms ineens toch tijdens een korte wandeling. In het gepiep van een vogeltje. Of in een bosje onkruid tussen de tegels op de oprit. God is dichtbij, voor wie het wil geloven.
Hans-Jan Roosenbrand is predikant van de GKv Delft.



