Uitkijken naar God
- Wandelen met God
Onlangs was ik verdwaald in mijn eigen woonplaats. Ik had wel een kaart bij me, maar… ik wist niet waar ik was. Gelukkig kwam er iemand langs die ik het kon vragen. Een willekeurige voorbijganger is een stuk minder betrouwbaar dan een kaart, maar al snel bleek dat ze me de goede kant op had gestuurd. Ook in het leven met God kunnen we die extra hulp vaak goed gebruiken.
De Bijbel is een betrouwbare kaart. Maar we hebben meer nodig. We weten wat de Heer van ons vraagt: liefde, gerechtigheid, ootmoedig wandelen met Hem. Maar wat ís liefde voor veel mensen om ons heen? Liefde is een goed gevoel, vlinders in je buik. En wat is gerechtigheid? Respect, voor mij. Recht op geld, gezondheid, vrijheid. En wandelen met God? Chillen? Ootmoed? Dat is maar een ouderwets woord, en nederig zijn is slap. We hebben meer nodig, Gods eigen stem. Zijn aanwezigheid. Dat geldt ook voor de jongeren die ik tegenkom in de jeugdinrichting.
Schrift
Samantha smult van Bijbelverhalen, of misschien ook van het rustig samenzijn zonder druk en drugs. ‘Maar hoe weet ik nou dat God echt is?’ ‘Vraag het Hem’, zeg ik. ‘Hier is een schrift. Vraag het Hem elke morgen en in de avond kijk je of je iets in het schrift kunt schrijven.’ ‘Maar hoe weet ik nou wat van God komt?’ ‘Schrijf maar op waarvan je denkt: dat is misschien God. Dan praten we erover. Ik weet wel zo’n beetje wat bij God past.’
Na een week komt ze met haar schrift bij me. Ze is twee nachten achter elkaar vrijwel meteen in slaap gevallen, terwijl ze gewoonlijk een halve nacht wakker ligt. Op school is ze deze week niet de klas uitgestuurd. Is dat van God? ‘Wie weet, ga maar door met opschrijven.’ En we lezen samen Psalm 4, over inslapen.
Maan
Zo wandelt ze een paar weken met God. Op een dag komt ze binnen, helemaal opgewonden: ‘Nou weet ik het zeker: God bestaat!’ Ik kijkt haar aan. ‘Ik heb de maan gezien’, roept ze. ‘De maan?’ vraag ik aarzelend. ‘Mevrouw, ik heb nog nooit de maan gezien, nog nooit en gisteren heb ik ineens de maan gezien, de echte maan. Ziek, echt te gek!’ Haar enthousiasme is aanstekelijk. ‘Geweldig’, zeg ik, ‘Ik had dit niet bedacht, maar God wel. Geweldig.’ God laat een verslaafd, misbruikt meisje de maan zien! God laat zich zien in de schepping.
Het bijzondere is dat ze doorgaat met vragen stellen aan God, dingen verwachten en opschrijven. Als ze drugs aangeboden krijgt, wordt ze onmiddellijk betrapt en dat komt natuurlijk door God. Als ze met een gestolen cd het terrein op komt, loop ik net naar buiten. Het is duidelijk voor haar: terug met die cd. Ik, in mijn ongeloof, maak me zorgen: Wanneer wordt dit bijgeloof? Wanneer komen de rare dingen? Wanneer wordt ze teleurgesteld?
Hint
Ik loop met mijn kleinzoon van 4 langs het water. ‘Ik mag niet bij het water van pappa’, zegt hij. ‘Met oma mag je toch wel bij het water? Ik houd je hand vast.’ ‘Ik mag niet van pappa bij het water’, zegt hij nog een keer. Tegen zo veel onvoorwaardelijke gehoorzaamheid kan ik niet op. En ineens moet ik aan Samantha denken: ze is als een klein kind aan de hand van God. Tegen mij lijkt God te zeggen: ‘Maak je eigen keuzes. Jij kent de kaders heel goed, jij hoeft niet aan de hand. Je weet inmiddels dat Ik er ben, ook als je Mij niet opmerkt.’ Samantha krijgt vrijwel elke dag van Hem een hint.
Dan is ze weg. Hoe gaat het nu verder met haar? ‘Ik laat niet los wat Ik begon’, schiet me te binnen. Als ik de maan zie, denk ik aan Samantha en aan God.
Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK Houten.



