Stralen als de opgaande zon
- Thema-artikelen
Als je christen bent, zegt dat nog niet alles over de manier waarop je tegen het sterven aankijkt. Sommigen zijn er heel bang voor, anderen zien er met een sterk verlangen naar uit. De Bijbel geeft hun beiden bemoediging en hoop.
Angst of juist verlangen: die twee uitersten zijn niet heel uitzonderlijk als het om sterven gaat, zeg ik op grond van mijn ervaring als predikant. En ze zijn ook niet voorspelbaar. Rustige, stabiele gelovigen kunnen het moeilijk hebben in hun laatste uren. En mensen die ogenschijnlijk oppervlakkig leefden, kunnen aan het einde van hun leven een weldadige rust over zich krijgen.
De onrust voor en bij het sterven heeft zeker te maken met het verdringen van de dood tijdens het leven: er niet over praten en er het liefst ook niet mee bezig zijn… Ik moet daarbij denken aan een kloosterorde van dik duizend jaar oud, die van de trappisten. Ik waardeer hen omdat ze geweldige bierbrouwers waren, maar ook omdat ze ons een mooie levenswijsheid meegaven: memento mori. Oftewel: vergeet nooit dat je eens zult sterven. Mooie combinatie trouwens: bier maken en aan de eindigheid van het leven denken. Niet in de zin van: eruit halen wat erin zit (‘in de hemel is geen bier…’), maar in de zin van: gewoon je werk doen en tegelijk leven in het besef van de eeuwigheid. Dat is een volop Bijbels uitgangspunt.
Opgaande zon
Er is vaak op gewezen dat reclame-uitingen een goede graadmeter zijn voor de manier van leven die men wenst. In onze moderne westerse samenleving is de conclusie dan niet moeilijk: jong, knap, ongeschonden en vol levenslust – dat is het ideaal. En dat ideaalbeeld kun je, zo is de suggestie, geheel of gedeeltelijk bereiken door bepaalde producten te gebruiken. Daarvoor worden de reclames dan ook gemaakt.
Sterven is voor veel mensen een onderwerp dat niet bij dit leven past. Het leven en het sterven zijn voor hen twee gescheiden werelden. Ze leven hun leven tot het vanaf een bepaalde leeftijd voornamelijk nog om aftakeling en achteruitgang gaat, met steeds minder perspectief.
Mooie combinatie: bier maken en
aan de eindigheid van het leven denken
Het is mooi om bij mensen die dicht bij God leven iets anders te zien. Hun leven wordt in de Bijbel vergeleken met een opgaande zon: ‘Zij die U liefhebben, zullen krachtig stralen als de opgaande zon’ (Rechters 5:31, Het Boek). Dat beeld verandert niet als iemand de leeftijd van lichamelijke aftakeling heeft bereikt. Dat kan juist de fase in het leven zijn dat er sprake is van geestelijke bloei en groei. Gods zon houdt niet op met stralen als je de veertig of vijftig passeert.
Het veel gesignaleerde verschijnsel van de midlifecrisis lijkt het tegendeel te beweren, maar ik zie om mij heen ook andere voorbeelden. Ik ontmoet mensen die met vreugde ouder worden. Ze genieten van veel dingen die zich in die levensfase voordoen. Ik ontmoet ook mensen bij wie ik weinig of geen angst zie voor de dood die dichterbij komt, omdat ze de dood niet als dood ervaren. Ze geloven niet in de dood na het leven, maar zijn zich bewust van het omgekeerde. Hoe mooi is dat!
Niet klaar
In Psalm 73 is te lezen hoe schijn kan bedriegen. Asaf beschrijft de mens in zijn hoogmoed. In eigenwaan kan hij spotten en zelfs een grote mond opzetten tegen de hemel. Asaf twijfelt aan zichzelf. Hij werd gestraft en geslagen en hij wilde weten waarom. Maar daar komt hij overheen. ‘Nu weet ik mij altijd bij U, U houdt mij aan de hand. (…) Bij God te zijn is mijn enig verlangen.’
De psalmen laten zien hoe verschillend de levenswegen van Gods kinderen soms kunnen zijn. Als je bijvoorbeeld Psalm 23 naast Psalm 73 legt, zie je dat. In Psalm 23 bezingt David hoe zijn weg door een donker dal ging, maar dat hij geen gevaar vreesde. ‘Want U bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed. (…) Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven.’ Ook David kende echter momenten van twijfel, ongeloof en grote zonde. Zelfs deze grote in het koninkrijk van God leek niet elk moment klaar om te sterven en zijn God te ontmoeten.
Zo vergaat het veel gelovigen. Onzekerheid over het eeuwige leven kan daar een oorzaak van zijn. Wat ook kan meespelen, is het voortleven in onbeleden zonden, het niet vergeven van anderen of het vasthouden aan wereldse dingen. Wie daarin vastzit, kan angst voor de dood kennen. De dood is dan heel reëel een aartsvijand.
Luilekkerland
Als Jezus niet in beeld komt, blijft de dood een aartsvijand. Maar de Zoon van God werd mens om de duivel en de dood te overwinnen. De brief aan de Hebreeën beschrijft het. De Zoon, Jezus, is een mens geworden ‘om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood’ (Hebreeën 2:14-15).
In de Bijbel blijft de angst voor de dood niet ongenoemd, maar de lezer wordt getroost met de boodschap dat de duivel en de dood uiteindelijk niet winnen. Jezus laat ervaren dat Hij de sleutels van de dood en het dodenrijk in handen heeft (Openbaring 1:18).
Gods zon houdt niet op met stralen als je de veertig of vijftig passeert
Daarom is de dood niet een sprong in het duister, zoals wel gezegd wordt. Wie in geloof sterft, mag weten dat hij verwacht wordt aan de andere kant van de poort. En daar is rust voor altijd. Niet de rust van een luilekkerland – al mogen de gelovigen zeker uitrusten van hun aardse inspanningen (Openbaring 14:13) – maar de rust van een volmaakt dienen, zonder de schade van de zonde. We mogen op de nieuwe aarde leven om God te dienen. De zonde zal dat geluk niet meer bederven.
Dit is waarop de gelovige zich mag richten tijdens zijn leven op aarde. Niet om weg te vluchten uit dat aardse leven, maar wel om houvast te vinden in het geloof dat er een hiernamaals is waar je je in vreugde op mag richten.
Niet zelden mogen achterblijvers ervaren hoe een stervende in geloof uitkijkt naar de toekomst na het sterven. Dan wordt zichtbaar wat Johannes in zijn openbaring hoorde vanuit de hemel: gelukkig zijn zij die in verbondenheid met de Heer sterven.
Henk Hoksbergen is hoofdredacteur van OnderWeg en predikant van de GKv Spakenburg-Zuid.



