Column: Potdicht
- Column
Een opvallende monumentale kolos in het hart van de stad, dat is de ontmoetingsplek van onze gemeente. Elke dag staan veel mensen er even stil, maar naar binnen kan niemand. De zware deur zit potdicht, er zit niet eens een deurkruk aan. Hij kan alleen van binnen naar buiten opengeduwd worden. De dominee woont in een pastorie in een keurige buitenwijk, waar hij in alle rust zijn preken kan schrijven.
In elke discussie over het missionair gezicht van de gemeente komt het meteen op: de kerk zou, in ieder geval overdag, open moeten zijn voor mensen die God, bezinning, ontmoeting of bemoediging zoeken. Of misschien wel in heel concrete nood verkeren, omdat ze honger hebben of zich bedreigd voelen. Hoe kun je het nog verkopen dat we Gods huis hermetisch gesloten houden voor wie bij Hem aankloppen?
Nu heeft onze oerprotestantse kerk geen kandelaars,
maar de dreiging is reëel
Nee, nee, steigeren de kerkvoogden en anderen die ons erfgoed lief zijn: er kan geroofd of beschadigd worden en wie zou de kerk moeten bemannen? Het is al zo moeilijk om vrijwilligers te vinden. En laten we ook de koster van de rooms-katholieke kerk honderd meter verderop niet vergeten. Hem werden recent letterlijk de hersenen ingeslagen met een kandelaar door wanhopigen die zijn pinpas wilden. Nu heeft onze oerprotestantse kerk geen kandelaars, maar de dreiging is reëel.
Ik betrapte mezelf er de zondag na de aanslagen in Parijs op dat het op slot gaan van de zware deur tijdens de kerkdienst deze keer geen zucht van frustratie, maar van opluchting opleverde. Wie heeft er nog de moed om de deur open te houden voor wie naar binnen wil? De moed om tijd vrij te maken voor een gesprek met stadsgenoten? De moed om de lichten aan te steken in de kerk, zodat we een stad op een berg zijn en geen vergeten gebouw verzegeld door goddeloze graffiti?
Eline de Boo is schrijfster met een missionaire roeping.


