Opvoeden doe je samen, maar hoe dan?
- Reportage
- Thema-artikelen
Niet alleen ouders maar heel de gemeente legt, al dan niet expliciet, een belofte af bij de bediening van de doop aan kinderen van de gemeente. We ontvangen hen dankbaar in ons midden en beloven de ouders met gebed, raad en daad bij te staan. In Middelstum, Barneveld, Emmeloord en Enschede wordt die belofte op verschillende manieren ingelost.
Jetze Baas: ‘Als je inzicht krijgt in hoe een puber zich ontwikkelt, kun je als ouders en werkers in de kerk enorm van die fase genieten.’ (beeld Asife/Shutterstock.com)
Het ligt voor de hand om bij geloofsopvoeding allereerst aan catechisatie en de jeugdvereniging of club te denken. Maar als je het als gemeente daartoe beperkt en kinderen pas vanaf de middelbareschoolleeftijd iets aanbiedt, laat je kansen onbenut. In veel gemeenten vinden daarom tijdens de kerkdiensten kindmomenten en clubs voor jonge kinderen plaats.
José Korsaan, auteur van diverse catechesemethoden, vindt die momenten van onschatbare waarde. ‘Vooral vanwege het contact tussen de kinderen en de predikant en clubleiders. Maar ook omdat kinderen tijdens die momenten al spelend leren om met ouderen over het geloof te praten.’
In sommige gemeenten worden jongeren begeleid door een mentor, een maatje of een buddy; iemand die voor langere tijd met hen optrekt. Korsaan: ‘Dat is mooi, maar vergeet niet dat je als volwassen gelovige altíjd een identificatiefiguur bent voor de jongeren in je gemeente.’
Michelangelo
Korsaan verzorgt avonden voor gemeenten die zoeken hoe ze invulling moeten geven aan hun opvoedtaak. Onlangs was ze in Middelstum (GKv), waar ze sprak over het thema ‘Opvoeden doe je samen’. Ze gebruikte daar het beeld van een boekenkast. In de kinderjaren worden de boeken netjes op een rijtje in de kast gezet. Tijdens de puberteit gooit de jongere de boeken overhoop, op zoek naar wat werkelijk van waarde is. Daarna komt een heel aantal van die boeken weer terug in de kast te staan.
Dat beeld is Dia Bijsterveld bijgebleven. Ze is lid van de jeugdcommissie en vond vooral de gesprekken tussen jong en oud die volgden op de lezing waardevol. ‘Het werd op die avond duidelijk dat geloofsopvoeding niet altijd zwaar en serieus hoeft te zijn. Het spel dat gedaan werd, werkte drempelverlagend en dat kwam de sfeer en de gesprekken ten goede.’
Korsaan gebruikt in dat verband graag het bekende schilderij De adem van God van Michelangelo. ‘Iedereen kent dat schilderij. Vrijwel altijd gaat alle aandacht uit naar de handen van God en van Adam, die elkaar in het midden raken. Maar de héle plafondschildering is prachtig. Zo zijn niet alleen kinderclub, catechisatie en vereniging de momenten waarin de gemeente jongeren opvoedt. In heel haar doen en laten mag de gemeente de liefde van God doorgeven. Alles doet ertoe.’
Puberbrein
‘Wil je kinderen gelovig opvoeden, dan gebeurt dat niet tijdens die korte momenten in en rond de eredienst. Dan moet je bij de ouders zijn’, is de overtuiging van Jetze Baas uit Barneveld. Daarom wordt daar dit najaar gestart met een opvoedcafé: inloopochtenden waarop ouders van kinderen van 0 tot ongeveer 12 jaar elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek kunnen gaan over dingen waar ze in de opvoeding tegenaan lopen. Dat hoeven niet per se vragen te zijn over geloofsopvoeding, een woord dat Baas ook liever niet gebruikt. ‘Wat is geloofsopvoeding? Het gaat meer om het opvoeden als gelovige ouder. Geloof doortrekt toch heel je leven?’
Hij vervolgt: ‘Vroeger werden kinderen in een gemeenschap opgevoed. Opa en oma woonden vaak met kinderen en kleinkinderen onder hetzelfde dak en ooms en tantes waren nooit ver weg. In onze tijd zijn we dat kwijt.’ Het opvoedcafé, een gezamenlijk initiatief van de GKv en NGK Barneveld-Voorthuizen, wil iets van die sfeer terughalen, onder het motto: opvoeden doe je samen.
‘Vergeet niet dat je als volwassen gelovige altíjd een identificatiefiguur bent voor de jongeren in je gemeente’
‘Tijdens een cursus die ik een paar jaar geleden gaf, hoorde ik ouders regelmatig tegen elkaar zeggen: “Dat heb jij dus ook!”’, vertelt Baas, die jarenlang in het basisonderwijs heeft gewerkt en nu, na zijn pensionering, opvoedingsadviseur is. ‘Alleen al de herkenning dat dingen waar je tegenaan loopt niet alleen in jouw gezin voorkomen, lucht op. En ouders met meer ervaring kunnen die ervaring delen met ouders die nog maar net beginnen. Zo werkte het vroeger en iets daarvan willen we terughalen.’
Het opvoedcafé is nog in de opstartfase. Wat het beste werkt, moet uit de praktijk blijken. Het is daarbij prima als niet alleen gemeenteleden maar ook mensen uit hun netwerk de weg naar het café weten te vinden.
Daarnaast wordt in Barneveld nagedacht over toerustingsavonden, in wat voor vorm dan ook, voor ouders van pubers. ‘Veel ouders zien ertegen op om pubers op te voeden, omdat er veel onkunde is over het puberbrein’, is de observatie van Baas. ‘Om diezelfde reden zie je jeugdleiders en catecheten soms na één of twee seizoenen alweer afhaken. Maar als je inzicht krijgt in hoe een puber zich ontwikkelt, kun je als ouders en werkers in de kerk juist enorm van die fase genieten.’
Lotgenotencontact
In Emmeloord (GKv) is vorig jaar een opvoedkring van start gegaan. Predikant Paul Voorberg vertelt dat jonge ouders bij de doop altijd een pedagogisch boek cadeau krijgen. Ook worden ze samen met alle ouders uit de gemeente die in dat seizoen een kindje hebben gekregen uitgenodigd voor een thema-avond over opvoeding. De opvoedkring is daarnaast min of meer spontaan van de grond gekomen, maar is, als het aan de deelnemers ligt, wel een blijvertje.
José Korsaan vindt kindmomenten en clubs voor jonge kinderen van onschatbare waarde. ‘Omdat kinderen tijdens die momenten al spelend leren om met ouderen over het geloof te praten.’ (beeld Iris Hamelmann)
Annelies Gravesteijn is één van de initiatiefneemsters. Ze vertelt: ‘We zijn begonnen met een gespreksavond over schoolkeuze voor ouders van kinderen uit groep 7 en 8. Naar welke school stuur je je kind en waarom? Vervolgens zijn we nog een aantal keren bij elkaar geweest. Het gaat om ongeveer vijftien ouders, meestal moeders, van jonge tieners, die komen om ervaringen uit te wisselen en elkaar te ondersteunen.’
De onderwerpen die ter sprake komen, zijn bijvoorbeeld uitgaan, drank, sociale media en zak- en kleedgeld. ‘Zonder deze opvoedfase te problematiseren zou je het een vorm van lotgenotencontact kunnen noemen: samen doorpraten over dingen waar je tegenaan loopt en samen je ervaringen delen.’ De kring is nog op zoek naar wat meer structuur, maar voorziet duidelijk in een behoefte.
Doopmoat
Structuur in de opvoedtaak van de gemeente is er zeker in de NGK Enschede. Kerkelijk werker Mariët Odink heeft onder meer het stimuleren van de betrokkenheid van de gemeente bij de geloofsopvoeding in haar portefeuille. Zij is dan ook de motor achter twee initiatieven: doopoudergespreksavonden en het ‘doopmoat’-project.
‘Tot nu toe hebben er twee gespreksavonden plaatsgevonden en de derde staat voor dit najaar gepland’, zegt ze. Onder leiding van één van beide predikanten, Jaap Dekker en Menko Biewenga, praten ouders door over vragen als: Wat betekende de doop voor je? Wat wil je je kind meegeven? En als je al oudere kinderen hebt: hoe zorg je ervoor dat de doop in je gezin bewust beleefd wordt? ‘De tweede avond ging over het geloof laten zien in je gezin, met hoofd, hart en handen’, vertelt Odink. ‘Het voorbeeld dat de ouders hierin geven is enorm belangrijk.’
Om uitdrukking te geven aan het feit dat ouders er in de kerk niet alleen voor staan is sinds maart van dit jaar ook een ander initiatief gestart: het ‘doopmoat’-project. Een doopmoat is iemand die doopouders met wijsheid en liefde bijstaat in de geloofsopvoeding van hun kinderen. Een vorm van peetouderschap, maar dan bedoeld ter ondersteuning van de ouders. Het is aan ouders en doopmoaten zelf hoe ze dit precies invullen.
In een overzichtelijk foldertje wordt een aantal voorbeelden genoemd van hoe het zou kunnen: eens in de zoveel tijd schuift de doopmoat bij het gezin aan tafel en ’s avonds vindt een gesprekje plaats over hoe het gaat; de doopmoat leest iets over geloofsopvoeding en deelt dat met de ouders; de doopmoat komt jaarlijks langs op de datum waarop het kind gedoopt is om te reflecteren en vooruit te kijken.
Odink: ‘De eerste ervaringen zijn positief. Er was eerst wel wat argwaan: alsof iemand over je schouder meekijkt en commentaar levert. Maar het is vrijwillig en iedereen kan er op zijn eigen manier inhoud aan geven. Dat maakt het een mooie manier om de betrokkenheid van de gemeente bij de geloofsopvoeding concreet te maken.’
Heleen Sytsma-van Loo is neerlandicus en redacteur van OnderWeg.



