De briefwisseling: omgaan met het verleden (1)
- Trefpunt
Deel één van een vierdelige briefwisseling tussen Johan Schaeffer (NGK) en Cor van der Leest (GKv) over het omgaan met (de pijn van) de breuk van 1967.
Beste Cor,
Onlangs mocht ik in Nunspeet voor het eerst voorgaan in een dienst van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt). Ik mocht zelfs het avondmaal bedienen. Ik heb dat ervaren als een hoogtepunt in de ruim veertig jaren van mijn predikantschap.
In 1965 ben ik tegelijk met jou in Kampen aan mijn studie theologie begonnen, met het verlangen de (toen nog ongedeelde) vrijgemaakte kerken te dienen. De kerkelijke breuk die zich tijdens onze studie voltrok, maakte dat helaas onmogelijk.
Ik beschouw het als een Godswonder dat de verhoudingen tussen onze kerkgemeenschappen zo veranderd zijn dat er op veel plaatsen weer zulke goede contacten zijn. Mij schiet dan een regel uit Gezang 305 (LvK) te binnen: ‘En waar de weg onvindbaar scheen / mochten wij door geloof alleen / de tocht opnieuw beginnen.’ Het gebeurt volgens mij maar zelden dat een kerkelijke breuk binnen één generatie weer geheeld wordt.
Toch roept het bij mij ook vragen op. In 1984 had Ad de Boer voor het toenmalige reformatorische opinieblad Koers een interview met ons beiden om te peilen hoe dicht we toen bij elkaar stonden. De conclusie was toen – tot verdriet van ons beiden – dat de kloof tussen onze kerken nog onoverbrugbaar was.
In 1994-1995 maakte ik als voorzitter van onze Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken de eerste samensprekingen mee met de Deputaten voor kerkelijke eenheid van de GKv. We spraken met elkaar over de binding aan de belijdenis en de grenzen van de kerk. Opnieuw moest worden vastgesteld dat het verschil in standpunten weinig perspectief bood voor een consensus.
Wat is er de laatste twintig jaar zo ingrijpend veranderd dat toenadering nu wel mogelijk blijkt? Wat maakt de kloof van 1984 nu wel overbrugbaar? Waarom is twintig jaar na de eerste officiële gesprekken wel sprake van voldoende consensus?
Ik kijk uit naar jouw antwoord.
Met broedergroet,
Johan Schaeffer



