Pragmatisch samenwerken in Den Haag
- Trefpunt
Kerkelijke samenwerking hoeft niet altijd op een fusie uit te lopen. En samenwerken kan ook best met andere dan de kleine gereformeerde kerken. Predikant Jasper Klapwijk van de GKv ‘s-Gravenhage-Centrum/Scheveningen kiest voor een pragmatische aanpak. ‘Als zich initiatieven aandienen, pakken we die graag op. Maar op de klassieke wijze samenspreken doen we al jaren niet meer.’
Jasper Klapwijk is sinds 2012 predikant van de Ichthuskerk Den Haag, een vrijgemaakte gemeente met zo’n 300 leden die weliswaar in Scheveningen is gesitueerd, maar zich vooral op Den Haag richt en daar ook het meeste met andere kerken samenwerkt.
De laatste keer dat de gemeente samensprekingen voerde met een andere Haagse kerk dateert van voor Klapwijks tijd. ‘Een jaar of tien geleden waren er samensprekingen met de CGK. Maar daarbij werd vooral over verschillen gepraat. Op een gegeven moment zag niemand er meer wat in. Sindsdien kiezen we ervoor om wel samen te werken, maar niet samen te spreken.’
Die negatieve ervaring is overigens niet de enige aanleiding om van samensprekingen af te zien, meent Klapwijk. ‘Het is uiteindelijk ook gewoon een heel ingewikkeld proces, dat heel veel tijd kost. Wij zijn daarom liever pragmatisch. Je loopt als kerken vanzelf tegen elkaar aan. Als daar initiatieven uit ontstaan, pakken we die graag op. De ene keer is dat met de ene kerk, de andere keer met een andere. Ons beeld van samenwerken is pluriform.’
Luxe
In plaatsen waar een fusie wel de inzet of uiteindelijke consequentie van het interkerkelijke contact is, wordt dikwijls Jezus’ gebed om eenheid aangehaald als diepste drijfveer. Prikkelen die woorden uit Johannes 17 Klapwijk niet?
‘Waar het daar volgens mij om gaat, is dat we één zijn in Christus’, zegt hij. ‘Dat is geen argument om in hetzelfde gebouw te gaan zitten of om bepaalde historische ontwikkelingen ongedaan te moeten maken. Ik zie eenheid als de motor voor het hele proces van samenwerking, niet als een stimulans om naar een bepaald organisatorisch eindresultaat toe te werken.’
Klapwijk merkt daarbij op dat het ook wel typisch voor de grote stad is dat er niet eerst geprobeerd wordt om in samensprekingen kerkelijke verschillen te overbruggen, maar dat men direct de handen uit de mouwen steekt en waar mogelijk samen optrekt. ‘In Den Haag is slechts 3 procent van de mensen belijdend christen. In zo’n situatie kun je je de luxe niet permitteren om op verschillen te focussen.’
Spelen verschillen dan helemaal geen rol? Kan met iedere willekeurige kerk samengewerkt worden? Klapwijk: ‘Dat hangt ervan af. Voor ons jeugdwerk werken we graag samen met kerken die dicht bij ons staan – de CGK en de NGK. Maar op diaconaal gebied werken we ook samen met kerken die verder van ons afstaan. En aan het Kerstwandeltheater doen álle kerken van Scheveningen mee. Het belangrijkste lijkt me dat mensen gaan voor het evangelie van Christus.’
Predikantenruil
Tot wat voor samenwerkingen heeft de hands-on mentaliteit in Den Haag tot op heden geleid? Klapwijk vertelt dat zijn gemeente actief samenwerkt met de verschillende CGK- en NGK-gemeenten aan een gemeentestichtingsproject en een missionair-diaconaal project. Maar ook met de PKN wordt samengewerkt in een missionaire activiteit. ‘En vorig jaar gaven we een Marriage Course in samenwerking met een evangelische gemeente. Dit jaar gaan we dat met een behoudende PKN-gemeente doen.’
Verder is er predikantenruil met de twee NGK-gemeenten. ‘We noemen het bewust predikantenruil, niet kanselruil’, zegt Klapwijk. ‘Kanselruil is zo’n geijkte term in het proces van samengaan, maar wij hebben geen behoefte aan een fusie.’
De predikantenruil reikt ook verder dan de NGK. Klapwijk ging al eens voor bij BOEI 90, een wijkproject van de PKN. En inmiddels is besloten dat de voorganger aldaar ook welkom is op de kansel van de Ichthuskerk.
Toestemming van de classis of van de deputaten kerkelijke eenheid wordt voor dat soort samenwerkingen niet telkens weer gevraagd. ‘Daarin zie je denk ik een verschuiving van het landelijke naar het lokale’, zegt Klapwijk. ‘Dat geldt ook voor de landelijke toenadering tussen NGK en GKv. Ik juich dat zeker toe, maar de lokale gemeente is uiteindelijk de plek waar het gebeurt.’




