Daag jongeren uit op hun eigen niveau

Paul Smit | 13 juni 2015
  • Jeugdwerk

‘Het vmbo is geweldig leuk!’ Met die enthousiaste woorden begon Sandra Snippe, docente op een vmbo-school, een mail over hoe zij probeert de concentratie van jongeren vast te houden tijdens de les. Dat is volgens haar na tien minuten stilzitten namelijk nauwelijks een optie voor vmbo-jongeren. Het talent van deze leerlingen is meestal niet dat ze lang stil kunnen zitten. Hoe houden we hen dan actief betrokken bij de jeugdgroep?

Laat alle jongeren vanuit hun eigen beleving meedoen, of ze nu praktijkonderwijs volgen of vwo.

Laat alle jongeren vanuit hun eigen beleving meedoen, of ze nu praktijkonderwijs volgen of vwo. (beeld Designpics/123rf.com)

Vmbo’ers, havoërs en vwo’ers zijn allemaal even leuk, maar ze hebben wel allemaal hun eigen talenten. In de kerk willen we dat alle jongeren actief meedoen in de jeugdgroep (of tijdens catechese), ongeacht de opleiding die ze volgen. Dan is het erg belangrijk dat we ervoor zorgen dat ze betrokken blijven bij wat er gebeurt. De manier waarop dat het beste kan, is voor iedere jongere weer anders.

Juist omdat het opleidingsniveau van de jongeren in de jeugdgroep enorm kan verschillen, hanteer ik in mijn voorbereiding altijd twee startvragen. Als eerste: wat kunnen en kennen de meeste jongeren? En als tweede: wat zijn voor hen uitdagende en uitvoerbare opdrachten?

Ondertiteld

Neem bijvoorbeeld een catechesegroep van brugklassers. Om het ijs te breken wil je een kort spelletje doen, waarbij ze een bak water aan elkaar moeten doorgeven. Heeft iedereen daar de kracht en de handigheid wel voor?

Alle brugklassers leren Engels. Maar zonder vertaling een Engelstalig nummer beluisteren en begrijpen, dat kunnen ze lang niet allemaal. Dus krijgen ze de vertaling erbij of wordt de clip ondertiteld.

Als in die songtekst een verwijzing naar de Bijbel zit, dan speelt hun parate Bijbelkennis een rol. Die Bijbelkennis is eerder afhankelijk van het gezin dan van het opleidingsniveau. Dus moet het Bijbelverhaal verteld worden.

Tot slot wil je deze brugklassers vragen of ze vinden dat de onderdelen bij elkaar passen en waarom. Vaak komen de antwoorden niet verder dan ja, nee of ‘kweenie’, omdat veel brugklassers nog niet de uitdrukkingsvaardigheid hebben om hun eigen interpretatie te onderbouwen. Bij brugklassers passen daarom eerder gesloten vragen en vragen over hun gevoel en wat ze ergens van vinden.

Nat

In het voorbeeld van de groep brugklassers gaat de voorbereiding verder met de vraag hoe groot de bak water kan zijn. Als het een bekertje water is, dan is er niets aan. Als de bak te groot is, dan kan niet iedereen de bak overnemen en wordt het te spannend. Het moet dus een bak zijn die door iedereen te tillen is, maar wel met zo veel water erin dat het risico van nat worden zeker aanwezig is. Zo wordt het doorgeven van een bak water een uitdagende en uitvoerbare opdracht.

Bij de songtekst zou je de groep kunnen vragen wie de tekst vrij wil vertalen. Voor wie dat kan, is dat weer een uitvoerbare en uitdagende opdracht. Voordat daarna het Bijbelverhaal verteld wordt, kun je eerst in het algemeen vragen of iemand een idee heeft welk Bijbelverhaal er bij de songtekst past. Voor jongeren met parate Bijbelkennis is dat een uitvoerbare opdracht. Hetzelfde geldt voor de vraag om te verwoorden wat de gepasseerde onderdelen met elkaar verbindt.

Talenten

Met de uitwerking van de eerste startvraag probeer ik tijdens de voorbereiding een beeld te krijgen van de mogelijkheden die ik in de groep verwacht. Vanuit de tweede startvraag probeer ik tijdens de voorbereiding in te schatten hoe ik recht kan doen aan die verschillende talenten.

De kracht van de startvragen vind ik dat je daardoor alle jongeren vanuit hun eigen beleving mee laat doen, of ze nu praktijkonderwijs volgen of vwo. Vervolgens is het tijdens de activiteit van de jeugdgroep nog de taak van de jeugdleider om ervoor te zorgen dat de jongeren respectvol omgaan met de antwoorden die gegeven worden en de uitwerkingen van de opdrachten.

Tips

Praktische tips van Sandra Snippe:

  • Een spelletje van zo’n vijf minuten is een goede manier om te beginnen en de aandacht te richten op wat er gaat komen.
  • Zorg elke tien minuten voor afwisseling, zodat je verschillende talenten kunt aanspreken en jongeren zich eerder in één van de onderdelen zullen herkennen. Laat daarbij de hele groep in beweging komen (ergens anders gaan zitten of naar een andere ruimte gaan).
  • 011228 Jeugdwerk TipsWissel af in werkvormen: in kleine groepjes samen discussiëren, elkaar of een gemeentelid interviewen, uitbeeldingsopdrachten (iets tekenen of maken, tableaux vivants), kijk- en luisteropdrachten, een kort spelletje enzovoort.
  • Geef vooraf op papier specifieke kijk- en/of luistervragen bij audio- en videomateriaal mee. Voor gericht luisteren en kijken is concentratie nodig. Zonder die concentratie horen en zien we wel, maar komt er veel minder bewust binnen. Mogelijke vragen die je vooraf aan de jongeren kunt stellen: Wat voel je? Waarom zou dit bij het thema passen? Welke woorden worden gebruikt om iets aan te geven?
  • Stel vragen eerst in het algemeen. Als je een gerichte vraag aan één jongere stelt, kunnen de andere jongeren onderuitzakken omdat ze niet aan de beurt zijn. Geef daarom eerst iedereen even de tijd om over de vraag na te denken, voordat je een paar reacties vraagt (‘Denk allemaal eens na over wat je vindt van… Ik vraag zo een paar mensen naar hun antwoord.’).

 

Agenda

 

Met bijdragen van Anko Oussoren, adviseur bij het Praktijkcentrum GKv.

Over de auteur
Paul Smit

Paul Smit (NGK) is jeugdwerker en werkzaam bij het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk (NGJ).

Meest gelezen

Hoe geef je kinderbiddag vorm?

Hoe geef je kinderbiddag vorm?

Praktijkcentrum
  • Jeugdwerk

Hoe kun je kinderbiddag vormgeven? Een rondje langs verschillende gemeenten.

Lees artikel
Niet gelovig, wel veel vragen

Niet gelovig, wel veel vragen

Lydia van Seters
  • Jeugdwerk

Je kent ze waarschijnlijk wel: die jongeren die wat rondhangen naast hun scooters, met bier, sigaretten en te harde muziek. Of die buurjongen die veel voetbalt, maar geen echte vrienden heeft. Op het eerste gezicht lijken ze gesloten, maar uiteindelijk staan ze toch vaak open voor een gesprek. Ze omschrijven zichzelf als niet-gelovig, maar zitten boordevol (geloofs)vragen. Het is voor jongerenwerkers echter niet eenvoudig om daar goed mee om te gaan.

Lees artikel
Vraag jongeren naar hun geloofsvragen

Vraag jongeren naar hun geloofsvragen

Hetty Pullen-Muis
  • Jeugdwerk

Is er ruimte voor jongeren om aan het bestaan van God te twijfelen? Lukt het ons als jeugdwerkers en ambtsdragers om jongeren tot hun recht te laten komen als ze twijfelen, of zelfs als ze zeggen dat ze niet meer geloven?

Lees artikel
Delen is vermenigvuldigen

Delen is vermenigvuldigen

Paul Smit en Derk Jan Poel
  • Jeugdwerk

Wie een tijdje weg gaat, zet zijn woning tegen een leuke vergoeding op Airbnb. Of je stelt gewoon gratis een bed beschikbaar voor couchsurfende reizigers. Een foto of mp3’tje deel je eenvoudig via je smartphone. En als de batterij ervan leeg is, dan leen je de mobiele oplader (ook wel bekend als life saver) van één van je vrienden. Delen is in! Maar zien jongeren dat ook terug in de kerk?

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief