Gokken op Gods genade?
- Wandelen met God
Twee mannen stappen uit een auto die voor het kerkgebouw stopt. De ene man is van mijn leeftijd, de ander is zo te zien wat ouder en draagt kleding die doet vermoeden dat hij moslim is. Even eerder belden ze mijn telefoonnummer, dat op een bordje aan de voordeur te vinden is. Of we kunnen afspreken.
Eenmaal binnen wordt de reden voor deze afspraak duidelijk. Een neef van de mannen is verliefd op een christelijk meisje, en zij op hem. Maar er is binnen de familie van het meisje grote onenigheid over de vraag of het wel verstandig is om met een moslimjongen te trouwen. En nu zijn zij on tour langs verschillende christelijke voorgangers om een antwoord te vinden op de vraag: mag het of mag het niet?
Serieus christelijk
Natuurlijk was ons gesprek beleefd en namen we vriendelijk afscheid van elkaar. Maar voortdurend klonk tussen de regels door een enorm verschil in benadering van het leven met God. Alleen de vraag al: mag het of mag het niet? Daarin ontbreekt de hele mindset van het leven in een nieuwe werkelijkheid, waarin je werkelijk vrij bent om te kiezen voor wat goed is.
Eén van hun opmerkingen zal ik nooit vergeten. Om duidelijk te maken dat we hier wel te maken hebben met een serieus christelijk meisje, typeerden de mannen haar geloof als volgt: ‘Ze houdt zich, voor zover wij weten, voor minstens 80 procent aan de regels van haar geloof.’
Dit argument paste op de volgende manier in hun denkkader: stel dat het eigenlijk niet mag, dan is dat misschien niet ideaal. Maar ze is altijd nog een stuk geloviger dan veel anderen. En wie is er zonder fouten? Zou God de resterende 20 procent niet genadig door de vingers willen zien?
Belangrijkste
Ik moest denken aan een verhaal uit de Bijbel (uit Marcus 12), waarin verschillende mensen allemaal vanuit hun eigen denkkader Jezus op de proef stellen. Farizeeën en herodianen vragen naar Jezus’ loyaliteit aan God en aan de keizer: moeten we belasting betalen aan de keizer of niet? De sadduceeën voelen Jezus aan de tand over de opstanding van de doden. En dan is er nog een Schriftgeleerde die aan Jezus vraagt: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’
Zou God de resterende 20 procent niet genadig door de vingers willen zien?
Het ligt voor de hand om te denken dat ook deze man Jezus op de proef wilde stellen. Maar het antwoord van Jezus – God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf – bleek een schot in de roos. Toen de Schriftgeleerde hiermee instemde, zei Jezus tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’
Brandoffers
Het is makkelijk om een niet- of andersgelovige weg te zetten als iemand die het evangelie niet begrijpt of niet wil begrijpen. En er zijn inderdaad situaties waarin de verschillen pijnlijk duidelijk worden. De zonde zit veel dieper dan moslims vaak denken, en God is veel genadiger.
Maar Jezus zoekt eerder de weg van de uitdaging. Wie aanvoelt dat God genadig is en dat het erop aankomt om God en de naaste lief te hebben, daagt Hij uit om op die weg een stap verder te zetten. In het verhaal uit Marcus 12 is dat uiteindelijk een stap richting Jezus zelf. De Schriftgeleerde bevestigt Jezus’ antwoord op een manier die de ultieme consequentie van Jezus’ liefde voor anderen dicht nadert, gegeven wat er later op Golgota gebeurt: ‘Onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.’
Inderdaad, de weg van Jezus gaan is geen zaak van 80 procent gehoorzaam zijn aan Gods geboden en voor de overige 20 procent gokken op Gods genade. Het is volledig, voor 100 procent, leven van genade. Dat daarin groei mogelijk is, is duidelijk. Dat is dan ook de uitdaging voor christenen, om ervoor te zorgen dat de vrijheid en die genade in ons leven geen excuus worden om onze eigen behoeften te bevredigen. Maar juist om een leven te leiden waarin werkelijk vruchten groeien van gehoorzaamheid. Of liever gezegd, van dankbaarheid.
Hans-Jan Roosenbrand is predikant van de GKv Delft.



