Wanneer ongeloof dichtbij komt: verdriet zonder troost

Ton Vos | 21 maart 2015
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Wie de ernst van het evangelie handhaaft – alleen door het geloof deel je in Gods redding – wordt geconfronteerd met een keerzijde van de blijde boodschap die je hart breekt en je blijdschap verduistert. Het besef dat je ongelovige kind, ouder, broer, zus, geliefde voor eeuwig verloren kan gaan, dat is toch niet te dragen?

Hoe kan een gelovige leven met het ondragelijke besef dat mensen eeuwig verloren kunnen gaan? Is er een weg waar niet de bitterheid wacht maar de hoop gaat gloren? (beeld Tamara Álvarez)

Hoe kan een gelovige leven met het ondragelijke besef dat mensen eeuwig verloren kunnen gaan? Is er een weg waar niet de bitterheid wacht maar de hoop gaat gloren? (beeld Tamara Álvarez)

Terwijl het evangelie één en al blijdschap verkondigt, kan het verdriet om geliefden die God de rug hebben toegekeerd mensen enorm kwellen. Ouders van ongelovige kinderen zullen zich gekend voelen in de smartelijke uitroep van vader David bij het doodsbericht van zijn zoon: ‘Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Was ik maar dood in plaats van jij!’ Maar dat is een onbestaanbare ruil. En dus is er verdriet. Verdriet zonder troost.

De scherpte en onverdraaglijkheid van dit besef leeft in onze tijd meer dan vroeger. In de verzuilde samenleving bleven de meeste kinderen bij het geloof of in ieder geval nog wel bij de kerk. De confrontatie met het ongeloof was minder van nabij en minder scherp. Ik herinner mij dat wij als kinderen met enig ontzag naar de openbare school keken; daar zaten de kinderen die naar de hel gingen. Ze behoorden bijna tot een andere wereld. Je kon ervan griezelen, maar het bleef op veilige afstand.

Dat is nu dramatisch anders. Het ongeloof komt in veel gezinnen en vriendenkringen heel dichtbij. En dan is het geheel begrijpelijk dat de scherpte van het evangelie wordt verzacht. Bijvoorbeeld door rust te zoeken in het geloof dat de hel niet kan bestaan in het licht van Gods liefde. En wie zou dat ook niet van harte verlangen? Opwekkingsprediker Johann Michaël Hahn zei: ‘Wie diep in zijn hart niet hoopt op de wederherstelling van alle dingen en alverzoening is een os. Maar wie daarvan een leerstuk, een dogma, een constructie maakt, is een ezel, omdat hij tekort doet aan Gods waarschuwingen en opdrachten.’

Dat laatste blijft toch knagen. In hoeverre is bij de alverzoening de wens de vader van de gedachte? En op hoeveel punten in de Bijbel moet je dan niet een oogje dichtdoen? Vindt het hart hier echt rust? Knaagt niet tegelijk het besef dat de troost van alverzoening niet alleen de radicaliteit van de verlossing prijsgeeft, maar ook de ernst van ons leven hier en nu?

Onlangs maakte ik mee dat gelovige mensen een geliefde moesten begraven die tot zijn laatste snik niets van het geloof wilde weten. Zij voelden zich volstrekt niet getroost toen de voorganger bij de begrafenis hun geliefde via Gods liefde de hemel inpraatte. Voor mij was dat een signaal dat het relativeren van de ernst van het evangelie toch niet werkelijk rust en troost zal geven.

Maar wat dan wel? Hoe kan een gelovige leven met dit ondragelijke besef? Is er een weg waar niet de bitterheid wacht, maar de hoop gaat gloren? Ik zoek die weg, in het geloof dat die er is.

Verwond

Ten eerste biedt de huidige nabijheid van ongeloof ook winst. Vroeger liepen we het gevaar mensen in hokjes van geloof en ongeloof te plaatsen, met als gevolg een verdeling tussen hen die gered worden en hen die verloren gaan. Het is immers gemakkelijker om onbekenden naar de hel te verwijzen dan iemand van wie je houdt. Dat het ongeloof nu dichterbij gekomen is, helpt ons om halt te houden. Het laatste oordeel is niet aan ons – iets wat ook voluit Bijbels is.

Deze terughoudendheid geeft ruimte. Hoe overtuigd het ongeloof ook lijkt, we mogen hoop blijven koesteren. Wie kent het hart van de ander? Wie zal zeggen wat er in het uur van de dood nog heeft plaatsgevonden tussen God en deze mens?

Dat is geen ijdele hoop. De moordenaar aan het kruis is de kroongetuige van een totale bekering én een onvoorwaardelijke aanneming in het laatste moment. In de hel van Golgota zwaaide de poort van het paradijs wagenwijd open. Zeker, bij die andere moordenaar houden we ons hart vast, maar van die ene weten we het toch maar mooi zeker.

Zij voelden zich volstrekt niet getroost toen de voorganger bij de begrafenis hun geliefde via Gods liefde de hemel inpraatte

Dat wij het hart van de ander niet kunnen doorgronden, spreekt voor mij des te meer bij traumatische gebeurtenissen als misbruik. Een verwond hart kan zijn schreeuw om God in het tegendeel laten horen.

Maar ook met minder traumatische ervaringen kunnen mensen de boot van het geloof gemist hebben. Bijvoorbeeld door een kerk die hen niet heeft gezien en gekend. In het geval van ongelovige kinderen wordt het verdriet van ouders op die manier nog eens verzwaard met verwijten richting de kerk. En eigenlijk ook altijd met zelfverwijt. Waarin ben ik tekortgeschoten?

Het is goed om dat te erkennen en waar nodig te belijden, naar God en elkaar toe. Met ook hier het besef dat het uiterlijke ongeloof gelukkig nog weinig zegt en dat de engelen van die kinderen in de hemel onophoudelijk het gelaat van de hemelse Vader aanschouwen (Matteüs 18:10).

Het geeft dus lucht en ruimte om te onderscheiden tussen ongeloof en óngeloof. Soms hoor je in ongeloof verdriet om wat verloren ging, gemis van waar je zo naar had verlangd, teleurstelling om waar je zo op had gerekend, verzet tegen wat je niet kunt loslaten. Zonder het hardop uit te spreken mag je dit toch duiden als het werk van Gods Geest in het hart van de ander?
Bij alle ernst en zorg kunnen we niet zonder deze ruimte, die ons lucht geeft om te kunnen hopen en te blijven bidden.

Tranen

Maar er is meer. En dat is God zelf. Juist bij Hem kunnen wij met dat diepe verdriet om geliefden schuilen. Niet om concrete zekerheid te verkrijgen. Die bestaat in dit voorlaatste niet en elke poging daartoe is voorbarig en dus een illusie – zowel de zekerheid van het behoud als de zekerheid van het verloren gaan. De enige zekerheid is de zekerheid die een mens persoonlijk en in eigen geloof tot God mag vinden. Hoewel ook dat een zekerheid is die men ontvangt en niet zelf bemachtigt. Maar juist in die geloofsrelatie die niet bemachtigt maar ontvangt, mag er hoop gaan gloren. Hoop die ruimte biedt om zelfs zonder definitieve troost blijmoedig te leven.

In onze angst en ons verdriet om geliefden kan God gemakkelijk bedreigend worden en kan het evangelie meer schaduw over ons leven werpen dan licht geven. Maar laten we elkaar en onszelf dan bemoedigen met de boodschap dat er in de hemel, bij God zelf, blijdschap is om elke zondaar die zich bekeert en dus ook verdriet om elk kind dat de weg naar de Vader nog niet heeft gevonden.

De moordenaar aan het kruis is de kroongetuige van een totale bekering in het laatste moment

Het verdriet van God zien we in de tranen van zijn Zoon over Jeruzalem, dat niet wil horen (Lucas 19:41). Die tranen weerspiegelen Gods hartstochtelijke verlangen om het verlorene te zoeken en te behouden en de lange weg van lijden en verdriet die Hij daarvoor is gegaan. Ons verdriet is Gods verdriet.

Ik denk ook aan dat kruiswoord waarmee de Heer midden in zijn lijden en sterven omziet naar zijn moeder en zijn vriend (Johannes 19:25). In zijn stervensnood heeft Jezus intense aandacht voor het verdriet in juist die intieme relaties. Als geen ander heeft zijn eigen moeder het verdriet om haar kind gekend. Er is zelfs een zwaard door haar ziel gegaan. Scherper kan het niet verbeeld worden. Ook dat verdriet heeft de Heer meegenomen in zijn sterven.

Dit alles geeft ons nog niet die troost en die zekerheid waar ons hart nu naar smacht. Maar het geeft ons wel de ruimte om te blijven geloven en hopen, om te blijven leven met Gods licht voor ogen. De hoop voor onze geliefden begint niet bij tekenen van inkeer, maar bij de onvoorstelbare goedheid en onpeilbare liefde van God. Met dat aloude lied in ons hart: ‘En wat zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem zijn vermogen niet!’

Definitieve troost voor dit verdriet is nu niet voorhanden. Maar we mogen met hoop uitzien naar wat God zal doen. Eenmaal zal Hij zelfs de meest bittere en wanhopige tranen van de ogen wissen. Nooit kan ’t geloof te veel verwachten!

Lees- en webtip
Concrete pastorale adviezen voor ouders met ongelovige kinderen zijn te vinden in het boek Als kinderen andere wegen gaan van Margriet van der Kooi en Wim ter Horst (Filippus, 2009).

Zie ook het Bijbelstudiemateriaal en het gespreksmateriaal voor gemeenteavonden op de website van de IZB:
www.izb.nl/bestellen/cursussen/als-kinderen-andere-wegen-gaan
www.izb.nl/nieuws/als-kinderen-andere-wegen-gaan-2

Over de auteur
Ton Vos

Ton Vos is predikant van de NGK Ede en redacteur van OnderWeg.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief