Kies bewust
- Blog
‘Wat ga jij stemmen aanstaande woensdag?’ vroegen mijn stemgerechtigde kinderen mij afgelopen weekend. Geen moeilijke vraag; ik stem altijd op de partij waarvan de naam begint met een C en die de C ook inhoud geeft. Daar hoef ik nooit lang over na te denken. Maar iets doen of laten uit gewoonte en zonder er lang over na te denken kan tegenwoordig niet meer.
Ik kies bewust – het logo en de kreet schreeuwen je in de supermarkt tegemoet. Het staat op de pot pindakaas op de ontbijttafel en op de chips die in de voorraadkast ligt. ‘Wij sturen onze kinderen naar de gereformeerde basisschool in het dorp verderop’, hoorde ik iemand laatst zeggen, om er gauw en bijna verontschuldigend aan toe te voegen: ‘Niet omdat het zo hoort hoor, we hebben er echt bewust voor gekozen.’
Nu vraag ik me af: ben ik nou bewust loyaal aan de beginselen van de ChristenUnie of gewoon te lui om er lang over na te denken?
In onze tijd moet iedereen per se zijn individuele wiel zelf uitvinden. Je moet vooral niet iets doen of laten omdat iedereen het zo doet of omdat het zo hoort. Het gekke is dat de keuzes die gemaakt worden vervolgens wel verdacht veel op die van veel anderen lijken. We worden daarin meer door elkaar beïnvloed dan we merken of willen toegeven.
Een voorbeeld. Er zijn weinig afwegingen die zo persoonlijk zijn als deze: is er in ons gezin ruimte voor nog een kindje? Even afgezien van het feit dat de kinderzegen van God komt en dat Hij gezinnen in dat opzicht niet altijd zegent zoals ze dat wel zouden willen, zie je hierin toch een trend.
Van een groot kindertal in de tijd van onze (groot)ouders ging het naar vier in onze tijd – ja, wij hebben ook vier kinderen – en vervolgens naar drie of twee in de afgelopen decennia, het liefst niet al te lang na elkaar. Komt dat doordat al onze omstandigheden vergelijkbaar zijn en al onze allerpersoonlijkste afwegingen daardoor min of meer hetzelfde uitpakken, of worden we onbewust toch beïnvloed door wat er om ons heen gebeurt en door wat algemeen gangbaar is?
Een ander voorbeeld. Naar de kerk gaan – en al helemaal twee keer per zondag – deed je vroeger omdat het zo hoorde, omdat de kerkenraad ‘riep’ en omdat iedereen het deed. Niet erg innerlijk gemotiveerd, zeggen we nu een beetje smalend, en we denken er zelf het liefst elke zondag opnieuw lang en diep over na of we wel of niet zullen gaan. Want als je gaat, moet het wel vanuit het hart zijn en vooral niet omdat het zo hoort.
Ineens zie je een nieuwe trend ontstaan: de morgendiensten worden doorgaans nog best goed bezocht, de middagdiensten maar heel matig. Leidt al dat nadenken bij velen toevallig tot dezelfde uitkomst of beïnvloeden we elkaar en onze keuzes meer dan we willen toegeven?
Ik erken dat ik uit gemakzucht geen zin heb om zelf steeds maar weer door alle vragen heen te gaan en dat ik daarom gebaat ben bij goed hanteerbare vuistregels. We gaan als regel twee keer per zondag naar de kerk, niet omdat we de druk niet voelen om een dienst te verzuimen, maar omdat we denken dat we het nodig hebben om anderen te ontmoeten en om God te aanbidden en door Hem onderwezen te worden, misschien wel het meest als we er niet voor in de stemming zijn. En bij verkiezingen stem ik gewoon altijd op de ChristenUnie, om het christelijke geluid in de samenleving te waarborgen. Ik ben dus zowel lui als loyaal. Is daar iets mis mee?
Heleen Sytsma-van Loo is neerlandicus en redacteur van OnderWeg.



