1 Petrus 4 door ogen die weten wat lijden is
- Opinie
- Thema-artikelen
Twee theologiestudenten spraken met Yasir (fictieve naam), een asielzoeker die Christus heeft gevonden. Het gesprek was deel van hun scriptie over 1 Petrus 4:7-19. Petrus roept daarin op om God te verheerlijken door innig lief te hebben, ook als lijden ons deel is. Hoe leest iemand die persoonlijk bekend is met lijden dit Bijbelgedeelte?
De familie van Yasir had een bedrijf in hun dorp. Ze waren toegewijde en voorbeeldige moslims en een belangrijke werkgever in het dorp. Een krijgsheer vond echter dat Yasirs vader beschermgeld moest betalen. Hij weigerde, herhaaldelijk, waarna hij gemarteld en gedood werd. Yasir vond op een ochtend zijn lichaam.
Yasirs broers werden bedrijfsleiders en ook zij weigerden te betalen. Toen ze onderweg waren in een brandstofwagen werden ze door een raket om het leven gebracht.
Uiteindelijk kreeg de krijgsheer ook Yasir te pakken. Hij werd met een op afstand te ontsteken bomvest op soldaten afgestuurd, met de mededeling: ‘Ga naar die soldaten en verheerlijk Allah door je leven te geven wanneer we je opblazen. Als we je zien ontsnappen, zullen we je alsnog opblazen en als je het vest afdoet, zal het vest zichzelf opblazen.’ Yasir ging, deed het vest af, overleefde dat en zette het op een rennen.
Hij werd met een op afstand te ontsteken bomvest
op soldaten afgestuurd
Na veel omzwervingen kwam Yasir in Nederland terecht. Via lessen Nederlands, gegeven door christenen, kwam hij in een lokale kerk en leerde hij Jezus kennen. Hij werd christen omdat hij, naar eigen zeggen, net even wat meer liefde had gekregen om niet slecht te willen doen. Want hij verschilde in niets van zijn dorpsgenoten.
Yasir voelde zich als een schaap zonder herder; iets wat in zijn tribale cultuur veel meer tot de verbeelding spreekt dan hier, ondanks dat wij dit beeld uit de Bijbel kennen. Toen hij in de kerk over Jezus als herder hoorde, kwam hij eindelijk thuis. Hij liet zich dopen in een vrijgemaakte kerk en is inmiddels getrouwd en een trotse vader.
Yasir weet dus wat lijden is. Ook aanhoudend lijden, want vorig jaar verloor hij opnieuw familieleden, nu door vuur van het leger. Hoe leest hij met zijn achtergrond 1 Petrus 4:7-19?
1 Petrus 4:7-19
‘Het einde van alles is nabij. Kom daarom tot bezinning en wees helder van geest, zodat u kunt bidden. Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden. Wees gastvrij voor elkaar, zonder te klagen. Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt. Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen.Geliefde broeders en zusters, wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat; er overkomt u niets uitzonderlijks. Hoe meer u deel hebt aan Christus’ lijden, des te meer moet u zich verheugen, en des te uitbundiger zal uw vreugde zijn wanneer zijn luister geopenbaard wordt. Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust. Laat niemand van u moeten lijden omdat hij een moordenaar is, een dief, misdadiger of onruststoker. Maar als u lijdt omdat u christen bent, schaam u dan niet en draag die naam tot eer van God.
Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen. Als het bij ons begint, hoe zal het dan aflopen met hen die weigeren het evangelie van God te aanvaarden? Als zij die rechtvaardig leven al ternauwernood gered kunnen worden, hoe moet het dan gaan met hen die zondigen doordat ze God niet gehoorzamen? Daarom moeten allen die lijden omdat God dat wil, het goede blijven doen en hun leven toevertrouwen aan Hem op wie wij mogen vertrouwen omdat Hij ons heeft geschapen.’
Vers 8: ‘Heb elkaar vóór alles innig lief’
Yasir maakt ten aanzien van het ‘innig liefhebben’ een onderscheid tussen binnenshuis en buitenshuis. Dat is iets wat wij niet kennen. Wij willen overal integer overkomen. Hoe je thuis bent, ben je buitenshuis ook. Onze thuiswereld is bovendien via de sociale media ook buitenshuis te vinden. Toch vinden we ons geluk vaak bij familie en vrienden en kan de buurman drie weken dood in zijn huis liggen. Dat is Nederland.
Voor Yasir is je eigen huis je eigen gezin, waar je goed voor bent. Maar het zit tegerlijktijd in zijn cultuur dat hij goed wil zijn voor iedereen, alsof ‘iedereen’ bij hem thuis woont. Dat heeft alles te maken met het motief van gastvrijheid.
Vers 9: ‘Gastvrij’
Yasir reageert sterk op het woord ‘gastvrij’. Gastvrijheid is alles in zijn cultuur. Voor hem zit daar sterk de notie in dat je door te geven aan anderen uitdeelt wat God aan jou geeft. ‘Als je achter Jezus wilt blijven, dan moet je gastvrij zijn’, zegt hij.
Hij ergert zich enorm aan de ongastvrijheid van Nederlanders. Zelden komt hij ergens te eten en altijd moet hij een afspraak maken. Hij kan dit niet rijmen met het christelijk geloof en hoe Jezus was.
Vers 13: ‘Verheugen in het lijden’
Yasir leest nog niet zo goed Nederlands en leest in vers 13 ‘vruchten’ waar hij ‘verheugen’ zou moeten lezen. Direct legt hij de link naar Johannes 15:2, waar de wijnbouwer, God de Vader, iedere vruchtdragende rank bijsnoeit, zodat deze meer vrucht gaat dragen. Yasir ziet zijn lijden als het snoeien van God.
We vroegen hem – nu we toch op de thematiek van het vruchtdragen waren gekomen – wat na het snoeien (zijn lijden) concreet de vrucht voor hem is. Hij antwoordde: ‘Mijn vrucht is wat ik voel, nu, met God: mijn blijheid met God. Wat is er een verschil gekomen in mijn leven! Ik heb zelfvertrouwen gekregen. Ik was een zwakke man en nu kan ik uitdelen. Dat is dan weer de vrucht voor anderen.’ Yasir ervaart vreugde in het lijden, omdat hij de vrucht ervan ziet: een diepe verbondenheid met God. Die vreugde wil hij uitdelen.
Vers 14: ‘Dat de Geest van God in al zijn luister op u rust’
Dat de Geest van God op je rust, betekent voor Yasir dat God hem beschermt. God is machtig: Hij heeft hemel en aarde geschapen. Voor Yasir is dat veel wezenlijker dan voor ons. Wij leven in een beschermde en oorlogloze omgeving en behoren tot de machtigste volken op aarde. In Yasirs tribale cultuur vormen macht en bescherming een fundamenteel element van het bestaan.
Vers 16: ‘Schaam u dan niet’
Yasir schaamt zich niet voor God, want God is machtig: Hij heeft hemel en aarde geschapen en de zondvloed doen gebeuren. Voor Yasir is Gods almacht de reden dat je je niet voor Hem hoeft te schamen. Hij vindt het dan ook onbegrijpelijk dat Nederlanders zich in de publieke sfeer schamen voor deze God. Hij illustreert: ‘Als ik mijn kerk binnenloop en vraag wie er bij God hoort, dan zie ik vijf handen, niet meer. De rest schaamt zich om zijn hand op te steken. Ik vind dat onbegrijpelijk.’
Vers 17: ‘Hen die weigerden het evangelie van God te aanvaarden’
Yasirs familie is moslim en weigert het evangelie van God te aanvaarden. Dit is zijn grote verdriet. ‘Je bent voor moslims niets wanneer je christen bent’, zegt hij.
In gesprekken met zijn familie gaat hij de confrontatie niet uit de weg. Zo wijst hij op Lucas 16 (over de rijke man en Lazarus) en dan vooral op Abrahams woorden (de Abraham die moslims ook kennen): ‘“Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!” De rijke man zei: ‘Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.’ Maar Abraham zei: ‘Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’
Als ik mijn kerk binnenloop en vraag wie er bij God hoort,
dan zie ik vijf handen’
Yasir gebruikt hier dus een Schriftwoord – een uitspraak van Abraham, die belangrijk is voor moslims – om zijn geloof te verdedigen. Wij zouden op de apologetische toer gaan. Maar ook Jezus gebruikt Schriftwoorden in zijn confrontatie met de duivel.
Vers 19: ‘Lijden omdat God dat wil’
Westerse christenen kunnen hier weinig mee: God wil toch niet het kwade voor ons? Zo kennen wij Hem niet. Yasir draait het om: ‘God wil het goede voor ons (vers 8-11). Als je dat niet begrijpt, dan ken je Hem niet.’
Het gaat hier over ons Godsbeeld. Extremistische moslims leren dat ze moeten lijden om mensen te kunnen doden; daarmee eren ze Allah. Maar dat is precies het tegenovergestelde van het lijden waar Petrus het over heeft. Christenen eren God door in het lijden goed te zijn voor hun medemensen en zelfs voor hun vijanden!
Petrus is Yasirs grote voorbeeld. Jezus vertelde dat Petrus zijn leven zou geven, dat hij zou gaan lijden, om Christus’ wil. Yasir: ‘Ik ga hier in Nederland mijn opleiding afmaken en dan ga ik het evangelie brengen in mijn land. Ook al wordt dat lijden.’
De namen van de auteurs en betrokkenen zijn geanonimiseerd.




