Column: Zwarte kleuren
- Column
In de afgelopen jaren hebben mijn vrouw en ik verschillende indrukwekkende exposities gezien. In de zomer van 2013 waren we op vakantie in Noorwegen. We begonnen met enkele dagen Oslo, waar zojuist een expositie was geopend ter gelegenheid van de 150ste geboortedag van Edvard Munch.
Deze schilder legde zich vooral toe op het uitbeelden van menselijke emoties: ontreddering, vertwijfeling, angst en existentiële onzekerheid. Hij ervoer de liefde als een dreigende macht en was geobsedeerd door de dood. Hij is met name bekend geworden door De schreeuw.
Een tweede bijzondere expositie was die van Marlene Dumas in het Stedelijk Museum in Amsterdam in het najaar van 2014. Dumas is een geëngageerd kunstenares: politiek en samenleving spelen een grote rol in haar werk. In de schilderijen is de dood vaak aanwezig, zoals het lijk van de vermoorde Italiaanse politicus Aldo Moro, het levenloze gezicht van een terrorist met open ogen en Mao op zijn doodsbed. Daarnaast heeft ze veel portretten geschilderd van huilende vrouwen met donkere, verwrongen gezichten.
Munch en Dumas confronteren ons met iets waar we het liefste onze ogen voor sluiten
Beide exposities maakten op ons een geweldige indruk. Al lopend en kijkend raak je gefascineerd. De beelden blijven je gevangen houden. We werden er ook verdrietig van. Munch en Dumas confronteren ons met iets waar we het liefste onze ogen voor sluiten. Om het met de woorden van Paulus te zeggen: ‘alles op aarde wordt bedreigd door de dood’ en ‘nu is het leven op aarde nog vol pijn en ellende’ (Romeinen 8:19,22; Bijbel in Gewone Taal).
Munch, Dumas en Paulus gebruiken dezelfde zwarte kleuren. Maar er is één verschil: bij Paulus vinden we een sprankje hoop. Hij belijdt namelijk dat we ooit verlost worden van alle pijn en alle ellende, en zelfs van de dood. Het vraagt geloof, een doorleefd geloof, om te zien dat dat sprankje beslissend is.
Maarten Verkerk is onder meer bijzonder hoogleraar filosofie aan de TU Eindhoven en de Universiteit Maastricht.



