De briefwisseling: waarom samenwerken? (4)
- Trefpunt
Dertiger Mirjam Bogerd schrijft brieven met haar opa, ds. Gert van den Brink (91), emeritus predikant in de NGK, over kerkelijke samenwerking en kerkelijke eenheid. Dit is de vierde en laatste aflevering.
Lieve Mirjam,
Ik denk dat het momenteel in de NGK behoorlijk goed loopt. Ik denk dat er gelukkig niet veel gemeenten zijn waar de interne problemen zo groot zijn dat ze een proces richting eenwording in de weg staan. Waar dat wel zo is, weet ik niet hoe het eruit gaat zien. Ik kan me helaas voorstellen dat een eenwording misschien wel tot meer denominaties leidt in plaats van minder, omdat een deel van de mensen niet mee kan of wil.
Wat je vraag over naar buiten treden betreft: ik zou willen dat de zorg die je beschrijft realiteit was. Ik denk alleen dat het een illusionair probleem is, omdat we als Nederlands Gereformeerde Kerken niet zo naar buiten treden. Ik zou willen dat het wel zo was, maar ik denk dat het vaak moet neerkomen op een dilemma tussen ‘niks doen’ of ‘dit doen’ voordat een kerk iets gaat doen. Het is ook niet altijd makkelijk voor onze kerken om onze plek hierin te vinden.
Los daarvan denk ik dat eenwording en het proces daarheen niet in polaire verhouding staan tot naar buiten gericht zijn. Ik denk juist dat het een signaal is naar buiten toe. Aandacht voor beide zou dus goed zijn.
Ik hoop dat ons gesprek je heeft geholpen in het denken over kerkelijke samensprekingen. We zullen zien wat de komende tijd ons brengt. Ik hoop in toenemende mate gesprekken te zien tussen kerken met een goede belijdenis, niet alleen tussen onze kerken, maar veel breder, ook bijvoorbeeld met hervormden en synodalen. Gesprekken die niet blijven bij vrijblijvend onderling contact, maar die leiden tot intercommunie: dat kerken met eenzelfde belijdenis samen het avondmaal vieren en samen onze Heer belijden.
Liefs, opa



