De briefwisseling: waarom samenwerken? (3)
- Trefpunt
Dertiger Mirjam Bogerd schrijft brieven met haar opa, ds. Gert van den Brink (91), emeritus predikant in de NGK, over kerkelijke samenwerking en kerkelijke eenheid. Dit is de derde van vier brieven.
Lieve opa,
Dus ook voor u ligt de legitimatie van dit proces in het verleden. Voor mij en anderen met mij komt het dan neer op het erkennen van de achtergrond van de kerk waar ik deel van ben. Net zoals ik als Nederlander niet verantwoordelijk ben voor de geschiedenis van ons land, maar er wel deel van ben. Ik geloof dat ik daar wel mee verder kan. We delen het idee dat eenheid meer is dan eenheid tussen de NGK en GKv. Ik ben wel benieuwd hoe het grotere gedeelte van de mensen, die de scheuring niet meegemaakt hebben, hier uiteindelijk vorm aan kan geven.
Toch blijven er nog wel wat vragen over. Als ik kijk naar onze eigen gemeente, dan zie ik dat er de nodige moeite is om de verschillen onderling een plaats te geven. Samen gemeente zijn is soms binnen een NGK-gemeente al behoorlijk moeilijk. Hoe ziet u dat in het licht van een groter proces van eenheid zoeken? Moet je niet eerst in eigen gelederen de dingen op orde hebben en eenheid vinden, voordat je verder gaat buiten het verband?
Iets verder nog: aan het eind van de Open Brief die aan het begin stond van de scheuring werd geschreven over de betrekkelijkheid van ‘ons vaderlands gedoe’ in de kerken ten opzichte van de wereldkerk en de gebeurtenissen op dat vlak. Op een iets andere manier wil ik die vraag naar betrekkelijke relevantie ook stellen. In hoeverre moet je als kerk je energie steken in een proces van eenwording, op onszelf gericht, terwijl je ook je energie zou kunnen steken in naar buiten treden, missionair zijn of gewoon ondersteuning bieden aan de voedselbank en koffie schenken in het azc?
Liefs, Mirjam



