‘Ik weet wel wat ze willen horen…’
- Jeugdwerk
Mijn dochter is 15 jaar, kan goed zingen en wil dat wel in de kerk doen. Er is alleen een hobbel: de auditie. In onze gemeente is het gebruikelijk dat voorzangers gescreend worden voor ze op het podium worden toegelaten. Het inzingen van een liedje is geen probleem, maar er moet ook een motivatie bij.
‘Wat moet ik dan zeggen?’ Ze kijkt me gefrustreerd aan. ‘Ik weet wel wat ze willen horen… dat ik het doe om God te prijzen en zo.’ Maar die woorden krijgt ze niet over haar lippen, omdat ze niet oprecht zouden zijn. De waarheid is dat God aanbidden voor haar nog een stap te ver is. Soms denkt ze dat ze gelooft, maar vaker twijfelt ze aan wat er in de Bijbel staat.
Die twijfel is voor haar een bewuste keuze. Ze wíl het allemaal nog niet zeker weten. Ze heeft jarenlang beaamd wat wij haar als ouders meegaven. Maar nu vindt ze het tijd om te ontdekken wat ze zelf gelooft. En daarbij wil ze door niemand onder druk gezet worden. Pissig wordt ze ervan als er in preken tegen haar gesproken wordt alsof ze een doorgewinterde gelovige is. ‘Mag ik dat alsjeblieft zelf bepalen?!’
En ik steun haar daarin. Ik denk dat dit een waardevol proces is op weg naar volwassenheid in geloof of ongeloof. De psycholoog James Marcia heeft onderzoek gedaan naar identiteitsontwikkeling. Hij concludeert dat de binding aan een identiteit sterker is als er een fase van exploratie is geweest. Het onderzoeken en uitproberen van verschillende opties maakt je uiteindelijke keuze sterker en duurzamer. Ik denk dat dit ook geldt voor je religieuze identiteit. Daarom wil ik mijn dochter de ruimte geven om te twijfelen.
Gezond
Laten we elkaar de norm van een volkomen zekerheid niet opleggen. Ik denk dat we als kerken niet bang moeten zijn voor twijfel. Twijfel is nog geen ongeloof, het is een gezond fenomeen binnen de dynamiek van geloofsontwikkeling. Geloofstwijfel bespreekbaar maken levert de kerk ook iets op: twijfelaars laten ons nadenken, scherpen ons aan en helpen ons te beseffen dat het niet gaat om onze overtuiging, maar om Gods liefde die zwakke mensen vasthoudt.
Na enig nadenken heeft mijn dochter haar motivatie verwoord. ‘Ik houd van zingen en wil op die manier iets doen voor de kerk.’ Je kunt dit natuurlijk als mager en ongeestelijk afwijzen en eisen dat iedereen op het podium een onwankelbaar geloof heeft. Maar welk signaal geef je dan af? ‘Je hoort er pas bij in de kerk als je voldoet aan onze maatstaven voor geloof. Je kunt pas iets voor ons betekenen als je zonder twijfel bent.’ Gelukkig zijn de drijfveren van mijn dochter wel geaccepteerd en staat ze nu regelmatig op het podium te zingen. Een prachtige plek om geloof te laten groeien!
Status
Marcia onderscheidt twee componenten die bepalend zijn voor de identiteitsontwikkeling: binding en exploratie. Door die aan elkaar te verbinden komt hij tot vier statussen:
- Achievement – Er is sprake geweest van onderzoek of uitproberen van verschillende opties (exploratie) en daarna is men tot een commitment gekomen (binding).
- Moratorium – Iemand is bezig met exploratie maar is (nog) niet tot een commitment gekomen.
- Diffusion – Er vindt geen exploratie plaats en er is ook geen sprake van binding.
- Foreclosure – Men is een commitment aangegaan (binding aan een identiteit) zonder dat er geëxploreerd is. Deze binding is daardoor minder sterk dan die bij ‘achievement’.
Een goede vingeroefening is om hier mensen die je kent aan te verbinden:
- De gelovige die niet snel aan het wankelen is te krijgen, die zijn opties overwogen heeft en tot een overtuigde geloofskeuze is gekomen.
- De jongere die onderzoekt wat de waarheid van andere religies kan zijn.
- De tiener die zich er even helemaal niet in wil verdiepen en zijn zoektocht en keuze uitstelt.
- Degene die belijdenis deed omdat dit hoorde en altijd geloofde wat hem was ingeprent, maar nu toch zijn twijfels krijgt.
Groeicurve
Conclusie: geloven is geen groeicurve die in een stijgende lijn van nul naar honderd procent gaat. Meestal is het geloof van een kind van zes groter dan dat van een puber. Ook na de puberteit komen er vaak nog fasen van twijfel. Soms doordat je in je tienertijd geen ruimte kreeg om te exploreren of misschien door dingen die je in je leven meemaakt. Geloven is meer een op- en neergaande lijn van hoogte- en dieptepunten. Als je dat beseft dan ga je anders preken, dan kijk je anders naar je tieners, dan richt je je jeugdwerk anders in en dan ga je anders om met de betrokkenheid van mensen met een groot of klein geloof!
Op www.lerenindekerk.nl bieden we diverse materialen om twijfel bespreekbaar te maken, zowel bij tieners als bij volwassenen.
Ingrid Plantinga is adviseur bij KerkPunt.




