In het klimaat van het relatieve

Pieter Vos | 8 augustus 2020
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Onder orthodoxe christenen is een stille revolutie gaande. Zaken zijn mogelijk geworden die volstrekt ondenkbaar waren. Er is intussen een grote diversiteit aan levensopvattingen en geloofspraktijk. Dit roept wel een aantal vragen op: is er iets voor het oude principiële denken in de plaats gekomen? Kunnen we elkaar nog ergens op aanspreken? Is er nog iets wat als ‘waar’ of ‘goed’ geldt? Is er nog een verhaal waar je samen deel van uitmaakt?

(beeld gnjenO/iStock)

(beeld gnjenO/iStock)

Onder bovengenoemde groep orthodoxe christenen versta ik met name de orthodox-gereformeerde kerken zoals de CGK, GKv en NGK, maar ook de Gereformeerde Bond en verscheidene evangelische gemeenten en baptistengemeenten. De veranderingen onder deze christenen variëren van het toelaten van vrouwen tot de ambten tot het openlijk aanvaarden van de evolutietheorie, zaken die eerder principieel werden afgewezen. Ook maken gemeenteleden levenskeuzes die eerder als onbijbels werden afgewezen, zoals ongehuwd samenwonen of een relatie aangaan met iemand van hetzelfde geslacht. In een gemeente kun je zowel opvattingen tegenkomen die vanouds als orthodox werden gezien als opvattingen die ooit als vrijzinnig werden afgewezen.

Wonderlijk

Deze veranderingen zijn wonderlijk als je bedenkt hoe principieel ooit de standpunten van orthodoxe christenen waren over bijvoorbeeld de positie van vrouwen in de kerk, de visie op de Bijbel en zaken als ongehuwd samenwonen of het homohuwelijk. Niet alleen waren de standpunten hierover principieel: wie afwijkende keuzes maakte, werd ernstig vermaand en kon onder tucht gesteld worden. Immers, niets minder dan de waarheid was in het geding, stevig gegrond op Schrift en belijdenis. Je kunt zelfs zeggen dat deze principiële stellingnames tot de identiteit van de genoemde orthodoxe gereformeerde kerken behoorden en hun zelfstandige bestaan, naast bijvoorbeeld de Nederlands Hervormde Kerk, legitimeerden.

Van dit alles lijkt weinig meer over. Sommigen, in bijvoorbeeld de GKv, proberen nog vast te houden aan de oude standpunten en zijn verontrust over de ontwikkelingen in de eigen kerk. Anderen zetten zich juist sterk in voor de genoemde veranderingen. Op het niveau van kerkenraden of synodes en kerkelijke bladen staan de standpunten hierover soms nog stevig tegenover elkaar. Veel kerkleden lijken zich er echter totaal niet druk over te maken. Velen zijn blij dat het principiële denken van weleer voorbij is. Ze omarmen de nieuwe vrijheid om te doen waar ze zich goed bij voelen en anderen de ruimte te geven om dat ook te doen. In sommige gemeenten grijpt men de toenemende verschillen aan om te leren omgaan met veelkleurigheid. In andere gemeenten wordt het gesprek erover nauwelijks gevoerd. Stilzwijgend neemt men afstand van tal van zaken die eerder vaststonden als een zaak van absolute waarheid, stevig gefundeerd op de Bijbel en de daaruit afgeleide uitgangspunten.

De feitelijkheid van de Bijbelse gebeurtenissen
vormde precies het spiegelbeeld
van het wetenschappelijke denken

Kerkhistoricus Ab van Langevelde heeft de principiële manier van denken raak getypeerd als ‘het klimaat van het absolute’. Hij bedoelde daarmee het klimaat in de GKv in de tijd voorafgaand aan de breuk die vanaf 1967 leidde tot het ontstaan van de NGK. Ik gebruik deze term hier om meer in het algemeen het principiële denken te typeren, waarvan velen nu afstand hebben genomen. In plaats van het ‘absolute’ lijken we nu in ‘het klimaat van het relatieve’ te zijn beland. De absolute waarheidsaanspraken van weleer relativeren we nu. Verscheidene kerkleden, vooral de generaties die ‘het klimaat van het absolute’ hebben gekend, spreken met de nodige spot over ‘de regeltjes’, over leer en leven uit het verleden, waar we nu gelukkig van verlost zijn. Onder die houding ligt vaak frustratie over het verleden, schaamte ook over waar je vroeger zelf voor stond of boosheid over wat jou of anderen is aangedaan. Anderen haken af en zoeken hun heil alsnog elders.

Ware kennis

Met de typering van ‘klimaat van het absolute’ naar ‘klimaat van het relatieve’ geef ik een verschuiving aan die samenhangt met veranderingen in de westerse cultuur. Er is een doorgaande ontwikkeling naar een steeds meer relativeren van de waarheid. In de christelijke westerse cultuur van de middeleeuwen werd de maatstaf voor het ware en het goede gevonden in de door God geordende werkelijkheid. Het uitgangspunt was dat de werkelijkheid in zichzelf zinvol geordend is, ware kennis van deze werkelijkheid mogelijk is en dat God staat voor wat waar en goed is. Niet alleen de Bijbel gaf inzicht in het moreel goede, maar ook de goed geordende werkelijkheid en de natuurlijke kennis over goed en kwaad die de mens als beeld van God bezit.

De moderne mens betwijfelde deze uitgangspunten steeds meer en zag ze steeds minder als een kwestie van geloof. In plaats daarvan kwam de ‘absolute’ waarheid van wetenschappelijke kennis. Wat door de wetenschap aangetoond werd, was waar. Daarmee kwam wetenschappelijke waarheid tegenover geloof te staan. Wetenschappelijke kennis over evolutie kwam bijvoorbeeld tegenover scheppingsgeloof te staan. Ook viel het gedeelde morele kader weg dat in de werkelijkheid en de menselijke natuur besloten lag. In plaats daarvan fundeerde men de moraal op universele rechten en daarmee verbonden plichten.

Objectief

Kerk en theologie probeerden zich met name op twee manieren te weren tegen het wetenschappelijke waarheidsbegrip en het weggevallen morele kader. De eerste manier is dat men de juistheid van de Bijbelse openbaring probeerde te verdedigen tegenover nieuwe wetenschappelijke inzichten, bijvoorbeeld door de evolutietheorie te bestrijden op basis van Genesis 1. Ook de moraal werd vooral op Bijbelse voorschriften gefundeerd en steeds minder met een beroep op wat mensen van nature weten. Deze strategie werkte niet, omdat de wetenschap het op die manier steeds wint van het geloof. Bijbelse leefregels gelden bovendien alleen voor hen die ze erkennen. Het ironische is dat de manier waarop men de feitelijkheid van de Bijbelse gebeurtenissen en de geldigheid van Bijbelse voorschriften verdedigde, precies het spiegelbeeld vormde van het moderne wetenschappelijke denken. In beide gevallen gaat het om absoluut zekere waarheid.

Een dergelijk waarheidsbegrip vinden we vooral vanaf de negentiende eeuw bij orthodoxe protestanten die zich daarbij afzetten tegen vrijzinnigen. De gereformeerde kerken die voortkwamen uit Afscheiding en Doleantie en de Gereformeerde Bond hebben hun identiteit sterk verbonden aan het behoud van de Bijbelse waarheid tegenover een oprukkende moderniteit en vrijzinnigheid. Ook als ze resultaten van wetenschap schoorvoetend accepteerden, bleven ze vaak denken in absolute en objectieve termen over geloof, kerk en moraal. De basis daarvan vonden ze in de Bijbel als objectieve waarheidsbron. Die strategie deelden orthodoxe gereformeerden overigens met andere christenen, zoals evangelische, al verschilde de uitwerking ervan op diverse punten.

(beeld Simon/Ligthstock)

(beeld Simon/Ligthstock)

Een tweede, alternatieve manier is het accepteren van het onderscheid tussen wetenschap en geloof. Terwijl wetenschap zich richt op objectiviteit, gaat het in geloof om subjectiviteit. Dit betekent dat het christelijke geloof geen objectieve verklaring biedt van de werkelijkheid, maar gaat over de zin en de betekenis van het leven, het leven van de persoon, het ‘subject’ voor het aangezicht van God. Dit standpunt werd ingenomen door vrijzinnigen en gematigde hervormden en in de tweede helft van de twintigste eeuw, ook in de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Terwijl men in de orthodox-gereformeerde kerken nog vasthield aan een objectief waarheidsbegrip, accepteerde men in andere kerken dat geloof niet over objectiviteit, maar over subjectiviteit gaat. Een voorbeeld daarvan was het rapport ‘God met ons’ van de Gereformeerde Kerken in Nederland uit 1980, waarin een relationeel waarheidsbegrip verdedigd werd. Het gaat er in deze visie niet om of de Bijbelse verhalen historisch juist zijn, maar welke betekenis ze voor ons hebben. De waarheid is relationeel. De betekenis wordt gevonden in de christelijke gemeente, die zich verzamelt rond het Woord. Orthodox-gereformeerden verzetten zich hier fel tegen, omdat zo’n opvatting tekort zou doen aan het gezag en de objectieve waarheid van de Bijbel.

Verlegenheid

Inmiddels accepteren ook veel christenen in orthodox-gereformeerde kerken dat het geloof vooral een zaak van het subject is en laten ze het objectieve waarheidsidee los. In de kerk gaat het er dan om geïnspireerd te worden. Dat verklaart misschien ook de populariteit van een evangelische spiritualiteit in de orthodox-gereformeerde kerken. Het gaat in de kerk natuurlijk wel om de relatie met God, maar die relatie vind je allereerst in je persoonlijke beleving. Waarheid is wat je, in relatie tot God, als waarheid ervaart. Je beleeft die waarheid met medechristenen, maar daarbij is de beleving het criterium. Vind je die niet langer in de eigen kerk en de betreffende liturgie, dan is er alle reden om je heil elders te zoeken.

We moeten elkaar niet vastpinnen
op absolute waarheidsclaims

Tegelijkertijd is er nog steeds de neiging om standpunten op de oude manier aan de Bijbel te ontlenen. In recente synoderapporten van de GKv bijvoorbeeld staan pogingen om te bewijzen dat Paulus niet tegen ‘de vrouw in het ambt’ zou zijn. Alleen als de Bijbel het niet verbiedt, is het immers toegestaan. Sommigen wezen er echter op dat de veranderde visie op de positie van vrouwen doorslaggevend is en dat dit alles te maken heeft met onze eigen geëmancipeerde cultuur. Verschillende visies over hoe de Bijbel gelezen moet worden, staan dus tegenover elkaar.

Hoewel het loslaten van absolute waarheidsclaims voor velen bevrijdend en ontspannend werkt, brengt dit tegelijk ook verlegenheid met zich mee. Wat bindt nu precies samen en waarop kun je je elkaar nog aanspreken in de gemeente? Wie een beroep doet op een gedeelde opvatting of leefwijze, laadt al snel de verdenking op zich anderen de les te willen lezen en de waarheid te claimen. De verleiding is groot om daarom maar af te zien van het gesprek. Dat is risicovol. Want dan ontspoort de erkenning van een meer relatief waarheidsbegrip in relativisme.

Gesprek

We moeten opnieuw het gesprek voeren over wat van de diepste waarde is in een gezamenlijke zoektocht waarbij je elkaar niet vastpint met absolute waarheidsclaims. Daarvoor moeten we erkennen dat je het anders wilt doen dan vroeger en dat de waarheid niet zo absoluut en objectief is als we toen dachten. Door dat te erkennen, doe je ook recht aan het verleden en de eigen traditie. Als je dat verleden verzwijgt of alleen maar lacherig doet over het absolute denken van weleer, leeft die erfenis op een andere manier toch voort. Dat zie je her en der terug in de kritische houding van kerkleden op de eigen kerk. De heftigheid van de kritiek nu is soms net zo absoluut als de principiële opvattingen van toen.

Christenen voeren dat gesprek over wat samenbindt en van diepste waarde is rond een open Bijbel. Niet op de oude manier, waarbij standpunten over leer en leven direct en onomstotelijk aan de Bijbel ontleend werden. Ook niet door alleen teksten te plukken die je direct aanspreken. Wel door de weerbarstigheid van de tekst toe te laten in het besef van afstand tussen de tijd van de Bijbel en onze tijd, maar met de openheid om de stem van God door die oude teksten heen te willen horen. We zullen opnieuw moeten ontdekken hoe dat gesprek over wat waardevol en goed is, vorm kan krijgen zonder in ofwel absolutisme ofwel relativisme te vervallen.

Over de auteur
Pieter Vos

Pieter Vos is universitair hoofddocent ethiek en bijzonder hoogleraar protestantse geestelijke verzorging bij de krijgsmacht aan de Protestantse Theologische Universiteit en lid van de GKv Zwolle-Centrum

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief