Paaslach
- Thema-artikelen
Pasen is een tijd om te lachen, zo was het vroeg in de kerkgeschiedenis. In de vroege kerk zag men Pasen namelijk als een blijde tijd: omdat de duivel beetgenomen werd. Toen Jezus aan het kruis stierf, leek de duivel gewonnen te hebben, maar Hij werd bij de opstanding juist verslagen. Dus lachte men graag de duivel uit.
In de vroege middeleeuwen keerde die blijdschap terug in de gewoonte om met Pasen in de kerk grappen te maken. Later breidden die zich uit tot verkleedpartijen en toneelstukjes. Omdat de grappen steeds banaler werden, werd deze gewoonte uiteindelijk afgeschaft. De laatste jaren lijkt de aandacht voor de paaslach terug te keren. In Amerika vieren sommige kerken ‘Holy Humor Sunday’ en ook in Nederland wordt op de zondag na Pasen wel een grap verteld. Hieronder staan er enkele.
Op Pasen is het bij het graf van Jezus druk met toeristen. Ze verdringen elkaar en trappen de tuin plat. De parkbeheerder loopt erheen en schreeuwt kwaad: ‘Wat staan jullie te kijken? Hij is hier niet te zien. Hij is opgestaan!’
Een gelovige vrouw en een atheïstische man zijn buren. De muren van hun huizen zijn dun, ze horen veel van elkaar. De man ergert zich aan haar gebeden. Zij ergert zich aan zijn gevloek, zozeer dat ze hem soms ‘de duivel’ noemt. De vrouw krijgt koorts en moet binnenblijven. Ze durft haar buurman niet te vragen om boodschappen te doen.
Ze vertrouwt op God en bidt hardop of Hij haar wil helpen. Haar buurman hoort dat en besluit haar voor de gek te houden. Hij doet boodschappen voor haar, zet die voor de deur, belt aan, en gaat zijn huis binnen. De vrouw doet open en roept verwonderd: ‘Dank U Heer voor uw hulp.’ Snel komt de buurman naar buiten en lacht: ‘Haha, natuurlijk heeft God die boodschappen niet gedaan. Ik heb ze net voor je gekocht.’ De vrouw begint te stralen en roept: ‘Dank U Heer, dat U zelfs de duivel inschakelt om uw werk te doen!’
Pilatus: ‘Nicodemus, Je had zo’n mooi graf voor jezelf uitgehakt, waarom heb je dat nu aan die Jezus gegeven?’
Nicodemus: ‘Ach Pilatus, het is maar voor een weekend.’
Lachen bij Pasen kan dus heel passend zijn. Omdat Pasen een tijd is om plezier te maken en uitbundig te lachen om de machten van kwaad en dood die Jezus heeft overwonnen. Dat uitlachen vind je ook in de Bijbel. Neem Psalm 2, waar staat dat de machtigen van de wereld zich verzetten tegen God en zijn gezalfde. God moet daar zelf om lachen: ‘Die in de hemel troont lacht, de Heer spot met hen’. In Kolossenzen 2 schrijft Paulus dat Jezus met zijn dood en opstanding de machten die zich tegen God verzetten te kijk heeft gezet. Pasen vieren kan, ook in deze tijd vol spanning en angst, met een ontspannen lach. Daarin is al iets te horen van de schaterlach over de dood die straks klinkt: ‘Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ (1 Korintiërs 15:55).
Bram Beute is redacteur van OnderWeg en voorganger van Oase voor Nieuw-West en De Bron in Amsterdam Nieuw-West.




