Goed luisteren en vooral niet oordelen
- Reportage
- Thema-artikelen
Kerk zijn buiten de kerk gaat over goed luisteren en oordelen opschorten, het komt in alle verhalen terug. We moeten er gewoon zijn voor de mensen, zonder onderscheid. Daarover vertellen Harm Messink, Annelies van Til en Jan Geluk, gedreven vrijwilligers bij de Koffiebus, stichting El Roi en Gevangenenzorg Nederland.
Harm Messink, coördinator van de Koffiebus op het Euterpeplein in Amersfoort.
Het is steenkoud en het regent. Tussen de portiekflats rond het Euterpeplein in Amersfoort staat de smaakvol beschilderde Koffiebus. De ramen zijn beslagen, de deur zwaait open, er wordt plek gemaakt op de bank. Coördinator Harm Messink maakt koffie voor me en schuift een punt pecannotentaart toe. ‘Alles komt uit de wijk,’ licht hij toe. ‘De taart, de soep en zelfs alle vrijwilligers. Voor de wijk, door de wijk.’ Mijn buurvrouw knikt. ‘Hij is lekker hoor, maar mierzoet.’ Ik schat haar tegen de 80. Ze is in de wijk komen wonen om dicht bij haar enige zoon te zijn. Twee keer al werd ze weduwe, haar eerste man stierf jong aan kanker. ‘Ik kom hier vrijwel elke week, soms blijf ik wel een hele ochtend. De tafelpoten thuis zeggen niets terug. Hier kun je met mensen praten. Vorige week zat ik nog met iemand achterin, dan gaat het over dingen die belangrijk voor je zijn. Dan komen de tranen bij mij ook wel, hoor.’
Annelies van Til, teamleider bij stichting El Roi voor diaconaal werk onder sekswerkers. EL Roi werkt voornamelijk in Amersfoort, Utrecht en omgeving.
Een dag eerder belde ik met Annelies van Til, teamleider bij stichting El Roi. De verpleegkundige, die bijna afgestudeerd is als psycholoog, vertelt gedreven over het werk onder sekswerkers. ‘We benaderen de vrouwen op hun werkplek, in de club, het bordeel of bij de tippelzone. Ook leggen we contact met vrouwen die zich op internet op welke manier dan ook aanbieden. In het circuit kennen ze ons inmiddels wel. Maar als we nieuwe vrouwen ontmoeten, krijgen ze een cadeautje met een kaartje waarop staat wie we zijn en wat we voor hen kunnen betekenen. Evangelisatie is niet ons primaire doel, we willen vooral omzien naar mensen. Belangrijk is dat we niet oordelend zijn. Dat hebben ze al zo veel meegemaakt, helaas ook door de kerk.
We worden gedreven door wat er in Genesis 16 staat. Hagar is verstoten door Sarai en ontmoet dan in haar eenzaamheid een engel van de Heer. Die stelt drie vragen: vrouw, wie ben je, waar kom je vandaan en waar ga je naartoe? Die vragen willen wij ook stellen. El Roi betekent: U bent de God die naar mij omziet. We willen dat deze kwetsbare vrouwen worden gezien, in plaats van bekeken.’
‘We willen dat de vrouwen gezien worden
in plaats van bekeken’
El Roi werkt vooral in Amersfoort, Utrecht en omgeving. In Utrecht heeft El Roi op maandagochtend een inloophuiskamer. Annelies: ‘Daar kunnen vrouwen langskomen voor een kop koffie. Soms lunchen ze mee of krijgen ze taalles. We beantwoorden hun vragen en helpen hen met bijvoorbeeld het zoeken van een baan. Maar ons werkgebied beperkt zich niet tot deze steden, eigenlijk is dat heel Nederland. We zoeken daarbij samenwerking met andere christelijke organisaties en diaconieën. Onze vrijwilligers, inmiddels zo’n dertig, vooral vrouwen maar ook een paar mannen, komen uit heel verschillende kerken.’
Jan Geluk werkt als vrijwilliger bij Gevangenenzorg Nederland.
Op een dag vroeg Jan Geluk uit Doetinchem zich af hoe het toch met zijn oude vriend Jaap zou zijn. ‘Als je het wilt weten’, zei Jaaps moeder, ‘dan moet je naar de gevangenis.’ Ik ging hem regelmatig bezoeken en zag daar zo veel nood, dat ik contact heb opgenomen met Gevangenenzorg Nederland.’
Jan werkt als leidinggevende in de baggerwereld en doet al jaren vrijwilligerswerk in gevangenissen. Vooral het bezoekwerk spreekt hem aan. ‘Via posters in de gevangenis worden gevangenen erop gewezen dat ze bezoek kunnen aanvragen. Gevangenenzorg zoekt dan een vrijwilliger die geschikt is om deze persoon te bezoeken. We krijgen de mogelijkheid om zogenaamd ambtelijk bezoek af te leggen, buiten de bezoekuren om. Je meldt je dan en wordt naar een kamertje gebracht, waar slechts een tafel staat met twee stoelen. De gevangene wordt bij je gebracht.
De eerste gesprekken laat ik volledig aan hen over. Natuurlijk stel je af en toe een vraag, maar meestal is het een grote waterval. Zo blij zijn ze dat ze vertrouwelijk kunnen praten met iemand die niet beroepsmatig betrokken is. Ze vertellen vaak over familierelaties die verstoord zijn door de detentie. Over hun kinderen vooral, en over hun vrouw of vriendin. De zaak komt ook wel aan de orde, bijvoorbeeld als ze opzien tegen de zitting. Naar het delict vraag ik nooit, dat komt meestal wel op tafel, maar alleen als zij dat willen. Vonnissen lees ik liever niet, je kunt maar beter niet alles weten.’
‘Je gaat beseffen dat je er
ook had kunnen zitten’
‘In dit werk moet je vooral goed kunnen luisteren en je oordeel over mensen opschorten. Hoewel je er veel voor terugkrijgt, aangenaam is het niet altijd. Een tijd terug bezocht ik een man die zich vergrepen had aan kinderen. Eigenlijk wilde ik dat niet, maar God bracht hem op mijn pad. Al zijn bitterheid, gooide tegen mij eruit. Dat was heel onprettig. Na een zelfmoordpoging werd hij in het detentieziekenhuis in Den Haag opgenomen. Ik besloot daar maar naartoe te rijden, ik moest toch in de buurt zijn voor mijn werk. Daardoor gebeurde er iets met hem, waarna de gesprekken prettiger werden.’
Opdracht
‘Waarom ik dit werk doe? De Heer Jezus zegt: “Ik zat gevangen en jullie kwamen naar Mij toe.” Het is een opdracht van Hem. Maar het ligt mij ook goed. Je krijgt er veel voor terug, er ontstaat soms iets wederkerigs, een soort vriendschap. Je gaat beseffen dat je er zelf ook had kunnen zitten, als je bijvoorbeeld in andere omstandigheden opgegroeid was. Dat helpt om op voet van gelijkheid met ze om te gaan.’
Harm Messink, coördinator van de Koffiebus in Amersfoort.
In de Koffiebus schuiven nieuwe bezoekers aan. Er wordt geknuffeld, het koffieapparaat maakt overuren. Ik ga met Harm achterin zitten. Hij werkte in de commercie en wilde iets in zorg en welzijn gaan doen. Op Burendag 2018 gingen ze van start met de bus, vertelt hij. ‘Toen waren we al negen maanden bezig geweest om de bus om te bouwen, met mensen uit de wijk en mensen van de kerk. Inmiddels hebben we zo’n honderd vrijwilligers: bakkers, schenkers, chauffeurs en soepmakers, die twee smaken per week bereiden. De meeste mensen zetten zich eens per maand in, elk dagdeel komen er weer anderen.’
Flexibel
‘Het initiatief is uit de wijk zelf gekomen, van een wijkbewoner. In de wijk hadden ze behoefte aan een plek waar je zonder verplichtingen kunt koffiedrinken en andere mensen ontmoeten. We dachten eerst aan het huren van een pand, maar dan moet je veel open zijn om de huur terug te verdienen. Bovendien zagen we dat veel ontmoetingen plaatsvinden bij de visboer of de oliebollenkraam. Met de bus zijn we mobiel en flexibel en het is van onszelf.
Dit jaar staan we ook op het Neptunusplein in Kruiskamp, een wijk die meer multicultureel is. Zo breiden we gaandeweg uit, naar andere wijken en eventueel naar buurgemeenten. Wij volgen hierbij niet alleen ons eigen verlangen, maar het wijkplan van de gemeente. Daar staan speerpunten in ter verbetering van de leefbaarheid of voor het realiseren van ontmoetingsplekken. Op basis daarvan verstrekt de gemeente subsidie. De kerk waar ik bij hoor, draagt ook financieel bij. We zijn nu van plan om bedrijven te benaderen, zodat we over enige tijd ook zonder subsidies verder zouden kunnen.’
Voorportaal
‘In deze wijk wonen veel mensen alleen. Die zijn niet allemaal eenzaam, maar ze hebben wel een grotere kans sociaal geïsoleerd te raken. Wij zoeken aansluiting bij wat er in de wijk is en we verwijzen naar elkaar door. Deze bus is geen kerkelijk initiatief, er ligt geen bijbel en er hangt geen kruis. Op de bus staat alleen: wij schenken koffie en aandacht. Ik doe dit werk natuurlijk wel vanuit mijn christelijke motivatie en dat geldt ook voor veel vrijwilligers. Ik houd van Jezus en wil Hem volgen. Dat vertel ik de mensen ook, bij gelegenheid.’
Arie Kok is journalist en tekstschrijver.





