Met Lucas in de leer bij Jezus
- Thema-artikelen
Na zijn opstanding verscheen Jezus veertig dagen lang aan de apostelen, zo vertelt Lucas aan het begin van zijn tweede boek aan Theofilus (Handelingen 1:3). Hij sprak met hen over het koninkrijk van God. Zo verbindt Lucas het onderwijs van de kerk met het onderricht van Jezus. In deze bijdrage gebruik ik de beide boeken van Lucas om enkele Bijbelse grondlijnen aan te geven met betrekking tot het thema leren in de kerk.
Jezus’ onderwijs is het fundament voor de kerk en het goede nieuws dat de kerk aan de wereld te bieden heeft. In het Nieuwe Testament wordt dat nergens zo duidelijk als in het tweeluik dat Lucas geschreven heeft. Lucas’ voorkeursaanduiding voor degenen die in Jezus geloven is ‘leerlingen’ en hij typeert de activiteit van de apostelen samenvattend als ‘leren en verkondigen’.
Zijn geschriften zijn zelf een vorm van verdiepende catechese, zo blijkt uit het voorwoord van zijn evangelie: het doel van Lucas’ verslag is dat Theofilus verzekerd wordt van de betrouwbaarheid van wat hem onderwezen is (Lucas 1:4). Aan het slot van Handelingen treffen we Paulus aan in Rome: ‘Hij verkondigde het koninkrijk van God en onderrichtte vrijmoedig over de Heer Jezus Christus, zonder dat hem iets in de weg werd gelegd’ (Handelingen 28:31). Met die woorden besluit Lucas zijn werk en daarmee lijkt hij zijn lezers uit te nodigen om dit onderwijs ter harte te nemen en door te geven.
Voor de inhoud van dit onderwijs van en over Jezus verwijst Lucas ons naar zijn eerste boek, waarin hij ‘de daden en het onderricht van Jezus’ heeft beschreven (Handelingen 1:1). Het blijkt niet te gaan om een abstracte leer. Wat Jezus zijn leerlingen meegeeft, is een nieuwe manier van leven. Een manier van leven die Hij zelf voorleeft – tot aan het kruis – en die van Godswege bevestigd wordt door tekenen en wonderen. Een paar momentopnamen uit het evangelie illustreren wat Jezus zijn leerlingen meegaf en wat ook wij mogen doorgeven aan ieder die het wil horen.
Kleinste
Jezus’ onderwijs is allereerst goed nieuws. Hij is gekomen om aan armen het goede nieuws te brengen (Lucas 4:18). Dat is dan ook waar Hij mee begint als Hij van een berg afdaalt en een grote menigte aantreft die haar hoop gevestigd heeft op de genezende kracht die van Jezus uitgaat (Lucas 6:20). Hij verzekert hen: ‘Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God.’ Dat is een zaligspreking die tegelijk een kruis zet door het menselijke verlangen naar rijkdom en macht.
Lucas laat zien dat het onderwijs in Gods koninkrijk heel ons leven – hoofd, hart en handen – omvat
Jezus stelt kinderen tot voorbeeld wanneer de leerlingen verderop in het evangelie redetwisten over wie het belangrijkste is. ‘Wie de kleinste onder jullie allen is, die is werkelijk groot’ (Lucas 9:48). Wie in het spoor van Jezus wil leren in de kerk, moet die boodschap niet alleen doorgeven, maar ook voorleven.
Brood
Jezus’ leven werd gestempeld door gebed tot zijn Vader. Zijn leerlingen merkten dat op en vroegen Hem om hen te leren bidden, zoals ook Johannes dat aan zijn leerlingen geleerd had. Jezus gaf hun een kort gebed mee, bij Lucas nog beknopter dan bij Matteüs.
‘Vader’ is de intieme en tegelijk eerbiedige aanspreekvorm waarmee Jezus zijn leerlingen leert om de heilige God te benaderen. Centraal in het gebed staat de heiliging van Gods naam en de komst van zijn rijk. Daarop moet het leven van de leerlingen gericht zijn; de zorgen om de dingen van dit leven mogen bij God worden gebracht als een bede om dagelijks brood. Wie vergevend in het leven staat, mag God ook om vergeving bidden. Ten slotte leert Jezus zijn leerlingen te bidden of God hen niet in beproeving zal leiden. Jezus heeft zelf de beproeving doorstaan, veertig dagen lang (Lucas 4:1-13). Zijn leerlingen mogen bidden om vrijwaring daarvan.
Geloofsonderricht in de kerk omvat het leren bidden. De kerk heeft daarvoor een schat aan teksten ter beschikking, te beginnen bij de psalmen en eindigend bij de nieuwste creaties van christelijke dichters en songwriters. Maar maatgevend blijven de eenvoudige woorden van Jezus, die ons niet alleen een gebedstekst, maar ook een levenshouding aanleren.
Aalmoezen
Wie gericht is op Gods koninkrijk en niet op aardse rijkdom, kan gul en zonder bijbedoelingen geven aan de ander. ‘Verkoop je bezittingen en geef aalmoezen’, houdt Jezus zijn leerlingen voor (Lucas 12:33). In het licht van het naderend koninkrijk kun je de ‘valse mammon’ beter gebruiken om je bij de armen geliefd te maken, die jou straks in de eeuwige tenten zullen ontvangen (Lucas 16:1-13), dan je bezit in grote voorraadschuren op te hopen en straks verloren te gaan (Lucas 12:13-21). Als je een feestmaal organiseert, moet je niet je rijke vrienden, maar de armen uitnodigen, die je in deze wereld niets kunnen teruggeven (Lucas 14:12-14).
Leren in de kerk is ook: samen biddend het nieuws kijken
In Handelingen vestigt Lucas de aandacht op verschillende welgestelde gelovigen die bekendstaan om het geven van aalmoezen (een woord dat afgeleid is van het Griekse eleèmosunè, barmhartigheid), ook al verkopen ze niet altijd al hun bezit: Barnabas, Tabitha, Cornelius (Handelingen 4:36-37; 9:36; 10:2). Het laat zien dat het onderwijs in Gods koninkrijk heel ons leven – hoofd, hart en handen – omvat.
Nieuws
Wanneer Jezus in Jeruzalem komt en overdag, net als andere leraars in die tijd, in de zuilengangen van de tempel zijn onderwijs geeft, spreekt Hij indringende woorden over de verwoesting van de tempel en al het onheil dat nog zal komen voordat het einde komt (Lucas 21:5-36). In die chaos moeten de leerlingen zich niet laten misleiden door pseudomessiassen, maar biddend blijven uitzien naar de komst van de Mensenzoon.
Het zijn woorden die ook na de gebeurtenissen rond 70 na Christus, toen de tempel verwoest werd, actueel blijven. Elke generatie leerlingen van Jezus moet de eigen tijd met haar ‘berichten over oorlog en opstand’ (Lucas 21:9) leren verstaan in het licht van het koninkrijk van God, om niet door angst overmand te worden, maar hoopvol en nuchter te volharden op de weg die Jezus ons gewezen heeft. Leren in de kerk is daarom ook: samen biddend het nieuws kijken.
Synagoge
Ten slotte leerde Jezus zijn leerlingen Bijbellezen. De Schrift – wat wij het Oude Testament noemen – was voor Jezus de sleutel om zijn gang naar het kruis te duiden als Gods plan om Israël en heel de wereld redding te brengen. Nergens wordt dat zo mooi in beeld gebracht als in het verhaal over de Emmaüsgangers. Zij zijn ontredderd over de dood van degene van wie ze dachten dat Hij Israël verlossen zou, maar dan komt Jezus bij hen lopen en ontsluit de Schriften voor hen. Nog voordat ze beseffen dat Jezus is opgewekt uit de dood, voelen ze hoe in hun hart een vuur ontstoken wordt (Lucas 24:13-35).
Jezus’ onderwijs veronderstelt kennis van de Schrift, iets wat zijn Joodse publiek had vanwege de opvoeding thuis en de lezingen in de synagoge. Niet voor niets gaan zowel Jezus als de apostelen steeds naar de synagoge om daar, aansluitend aan de Schriftlezing, hun onderwijs te geven.
Zowel Jezus’ levensloop als zijn onderwijs over het koninkrijk van God zijn alleen te begrijpen vanuit het geheel van de geschiedenis die de God van Abraham, Isaak en Jakob ging met het volk Israël. God wil bij de mensen wonen, Hij haat onrecht en Hij kiest ervoor om juist in zwakte en lijden zichzelf te openbaren: zo leer je met Jezus het Oude Testament kennen, en zo blijkt dat Jezus inderdaad God zelf is, te midden van de mensen. Het perspectief dat daarmee geboden wordt, is hartverwarmend. Het liet Paulus en Silas lofliederen zingen in de gevangenis (Handelingen 16:25).
Bestaansrecht
Jezus leerde de apostelen een manier van leven die gericht is op Gods koninkrijk. Hij deed dat door hen met zich mee te nemen bij alles wat Hij deed. Zijn lesmateriaal was een vijgenboom langs de weg of een muntje met een afbeelding van de keizer.
De apostelen gaven zijn onderwijs door bij de maaltijden aan huis (Handelingen 5:42). Levend als gemeenschap leert de kerk de weg van de Heer kennen. Het is onderwijs dat de kracht in zich draagt van het spreken van God zelf, de kracht van de heilige Geest. Het is de bron van vreugde te midden van alle weerstand die de eerste christelijke gemeenten ervaren. Als we het zo ook vandaag kunnen doorgeven – als evangelie in een wereld vol nood – hebben we bestaansrecht als kerk. Anders niet.
Arco den Heijer is promovendus Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Kampen.



